Op vakantie?

Wat kan er fout gaan bij de voorbereidingen op de jaarlijke vakantiereis (reizen, moet ik er voor sommige mensen bij zeggen)?

Alles, eigenlijk.

Ik heb me voorgenomen nu met vakantie te gaan, maar de kans bestaat dat ik maandag in de krant toch weer op dit plekje sta in plaats van op een interessant plein in Kopenhagen – als Kopenhagen zo’n plein heeft. Alleen al tijdens het inpakken van de koffers kunnen zúlke echtelijke onlusten uitbreken dat je het liever voor gezien houdt.

„Weet je zeker dat die sandalen meemoeten?’’

„Natuurlijk.’’

„Ik dacht dat we naar Denemarken gingen – toch niet echt een sandalenoord.’’

„Kan het in Denemarken soms niet heet zijn? Weet je nog van Noorwegen? Daar was het die zomer zo heet dat de ijsberen met een parasolletje rondliepen. Wij droegen Noorse wintertruien.’’

„Dat was toeval. Normaal regent het in die landen altijd. Of het is er gewoon koud. Het is er net Nederland, maar dan altijd. Dat weet je toch?’’

„Waarom wil je er dan eigenlijk heen?’’

„Ik denk dat de vraag eerder moet zijn: waarom wilde jij er ook weer heen?’’

„We gaan jijbakken? Oké. Ik wilde er, net als jij, heen omdat ik wel eens wat anders wil zien dan een leuk dalletje in Zwitserland of een overbevolkte reep zand aan de Middellandse Zee.”

„Overbevolkt zand hebben ze in Denemarken inderdaad niet, want niemand wil er zitten.’’

„Eindelijk rust dus.’’

„Hoeveel broeken wil je mee?’’

„Twee is genoeg. Travelling light, weet je wel.’’

„Ja, dat weet ik. Maar meestal zit je broek al op de tweede dag onder de vlekken van de hotelontbijtjam. De andere broek past je opeens niet meer omdat je bent aangekomen. En dan zeg jij: waarom hebben wij maar twee broeken meegenomen?’’

„Er schijnen in Denemarken ook broeken gemaakt en verkocht te worden.’’

„Maar niet van jouw maat. Jij weet je maat trouwens nooit precies – ook zo lastig.’’

„Goed, er mag een broek méér mee, maar dan moeten we echt wat bloeses skippen.’’

„Je mag ook gewoon Nederlands blijven praten en laat die bloeses maar aan mij over.’’

„Dan weet ik precies wat er gebeurt. Voor elke dag een andere bloes, en ik sjouw me het lazarus met die hele klerenkast.’’

„Ik wil er niet uitzien als een verzopen campinggast, dus die bloeses gaan mee. En de boeken? Gaan er weer zoveel boeken mee? Travelling light, weet je wel?’’

„Ik heb net die nieuwe biografie van John Cheever gekocht en…’’

„Dat is ongeveer twee kilo. Vergeet het maar.’’

„Maar ik had me er zo op verheugd om…’’

„Het leven van John Cheever kan ik je in twee regels vertellen. Hij dronk te veel en hij zat achter de vrouwen én de kerels aan. En toen ging-ie dood. De rest kun je thuis lezen.’’

„Misschien moet ik dat hele boek maar thuis lezen, terwijl jij met vijf koffers en vier rugzakken de Deense jungle verkent.’’

Als de discussie boven de koffers dit niveau heeft bereikt, is er alles mogelijk. Ik kan niet voorspellen hoe het bij ons afloopt. Maandag weten we meer. Elk jaar hoor ik dat er ook veel mensen gewoon stilletjes thuisblijven. Volgens mij is daar een reden voor.

    • Frits Abrahams