Ook bij banken moet het ondernemingsbestuur beter

De raden van commissarissen van banken zijn er tijdens de zeepbel op de financiële markten niet in geslaagd de uitvoerende bestuurders ter verantwoording te roepen; en de aandeelhouders zijn er niet in geslaagd de raden van commissarissen op adequate wijze te controleren. Deze tweevoudige tekortkoming van het ondernemingsbestuur, die zich in veel landen heeft geopenbaard, vond wellicht haar treffendste voorbeeld in de Royal Bank of Scotland. Sir Fred Goodwin, de voormalige topman van deze Britse bank, liet een passieve raad van commissarissen naar zijn pijpen dansen; en zijn desastreuze overname van ABN Amro werd goedgekeurd door een kudde schaapachtige aandeelhouders. Maar hoewel de door de regering aangestelde commissie-Walker een paar nuttige zaken te melden heeft over het verhelpen van deze tweevoudige tekortkoming, is zij niet radicaal genoeg.

Laten we eerst eens kijken naar de kwestie van de passieve raden van commissarissen. Walker wil terecht dat de niet uitvoerende bestuursleden hun uitvoerende collega’s het vuur nader aan de schenen leggen. Hij steunt ook de Britse toezichthouder op het bankwezen, de Financial Services Authority, bij haar streven om via een hoorzitting te weten te komen of nieuwe commissarissen tegen hun taak zijn opgewassen. Walker wil eveneens dat ze meer tijd aan hun werk besteden en een cruciale rol spelen bij het inschatten van de risico’s die banken lopen.

Dit alles is buitengewoon verstandig. Maar er is weinig kans op het aantrekken van goede onafhankelijk gestemde commissarissen als ze niet meer betaald krijgen – zeker als ze ook nog aan een ‘verhoor’ worden onderworpen voordat ze worden benoemd. Walker verzuimt dat met zoveel woorden duidelijk te maken.

Kijk vervolgens eens naar de plannen van Walker om aandeelhouders zich verantwoordelijker te laten gedragen. Op dit vlak is zijn voornaamste idee dat ze moeten worden gedwongen tot het ondertekenen van een gedragscode, die oproept tot een grotere betrokkenheid bij de bedrijven waarin zij beleggen. Fondsbeheerders hoeven dat niet expliciet te doen, maar als zij dat weigeren, moeten ze uitleggen waarom.

Dit idee is het zeker waard om onderzocht te worden, zelfs als het een recept lijkt voor het aanvinken van hokjes. Maar Walker had ook moeten kijken naar minder bureaucratische manieren om aandeelhouders tot meer activiteit aan te zetten. Een alternatief zou het ontnemen van het stemrecht van kortetermijnaandeelhouders zijn (bijvoorbeeld aan diegenen die hun aandelen minder dan zes maanden vasthouden). Dat zou de langetermijnaandeelhouders meer invloed verschaffen – en een grotere prikkel tot meer betrokkenheid geven. Walker is niet per se tegen het idee – dat van toepassing zou moeten zijn op alle ondernemingen – en dus niet alleen op banken. Hij heeft het gewoon niet onderzocht.

Gelukkig is het onderzoeksverslag van de commissie-Walker slechts een interim-rapport. Er is dus nog steeds tijd om naar nieuwe ideeën te kijken.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com