Ondergedompeld in verval

De achtste titel van de Portugees António Lobo Antunes, vol wreedheid en sardonische humor, is vertaald. De grimlach van de lezer wordt steeds strakker.

Äntónio Lobo Antunes Foto Reuters Ondergedompeld in verval Lobo Antunes schetst de grimmige werkelijkheid kort na de Portugese revolutie De achtste titel van de Portugees António Lobo Antunes, vol wreedheid en sardonische humor, is vertaald. De grimlach van de lezer wordt steeds strakker. António Lobo Antunes: Dans der verdoemden. Vertaald door Harrie Lemmens. Anthos, 256 blz. € 22,95 Winner of the 2008 FIL Literary Prize for Romance Languages novelist Antonio Lobo Antunes of Portugal attends a news conference at the International Book Fair in Guadalajara, Mexico November 29, 2008. REUTERS/Hector Guerrero (MEXICO) Reuters

António Lobo Antunes: Dans der verdoemden. Vertaald door Harrie Lemmens. Anthos, 256 blz. € 22,95

Humor is niet de eerste associatie die je krijgt bij het werk van de Portugese schrijver António Lobo Antunes. De werkelijkheid die hij beschrijft is nogal grimmig en biedt zelden veel reden tot lachen of hoop. Portugal is zo diep in zijn eigen rampzalige geschiedenis verzonken dat alleen achterlijkheid en achterbaksheid er nog willen tieren. Vrijwel niemand ontkomt aan het mengsel van stupiditeit en kwaadwilligheid die de vrucht zijn van eeuwen standsverschil en bijna een halve eeuw fascisme, waarin het land volgens Lobo Antunes met de rug naar de toekomst blijft staan.

De titel van de achtste roman uit diens oeuvre die in het Nederlands is vertaald, Dans der verdoemden, lijkt die regel opnieuw te bevestigen. Veel licht kan er niet gloren in een boek dat zich zo nadrukkelijk aankondigt als een brenger van onheil en ondergang. En toch begint Dans der verdoemden opvallend geestig, al is de humor in de beschrijvingen van Lobo Antunes van de meest sardonische soort. Hij spreekt over soldaten die ‘over de pleintjes paradeerden, gedirigeerd door zo’n onverstaanbare microfoon van de blindenloterij die door het marxisme-leninisme-maoïsme gerecycled was’. Over militairen ‘die wapperden met arrestatiebevelen voor stomverbaasde neuzen’ of eetcafés waar de vetwalm zo dicht geworden is dat ‘er alleen maar af en toe een arm of een stukje nek oprees uit de nevel van het middageten.’

We zijn in het jaar 1975, bijna anderhalf jaar na de Anjerrevolutie die aan het Portugese fascisme een einde maakte en een periode inluidde van politieke beroering waarbij aanvankelijk vooral de communisten garen sponnen. Aan het woord is de cynische tandarts Nuno, wiens vader zich onder het oude regime verrijkte als tussenhandelaar van militair materieel (met een strategische inzet van de charmes van zijn moeder) en die zichzelf heeft ingetrouwd in een familie van grootgrondbezitters. Dat zijn niet de klassen die het in die proletarische tijden erg voor de wind ging en net als zo vele andere vermogende Portugezen staat Nuno’s schoonfamilie op het punt naar het buitenland te vluchten.

Dans der verdoemden beschrijft de dag vóór en de dag ván de vlucht, en in de loop daarvan zal de geamuseerde grimlach op de lippen van de lezer steeds meer verstrakken. Achter Nuno’s verwoestende humor gaat een morele kaalslag schuil die deze roman ferm terugplaatst in de rest van het oeuvre van Lobo Antunes. Niets en niemand redt zich uit het verval dat niet alleen het grote landhuis in de Alentejo heeft aangetast, maar vooral ook de geest heeft uitgehold van degenen die er wonen, of gewoond hebben.

Nuno’s echtgenote onderhoudt sinds jaren een bijna animale liaison met haar oom, een tomeloos bespringer van al wat een rok draagt, inclusief een geestelijk gehandicapte tante. Haar vader speelt, nauwelijks helderder van geest, sinds zijn jeugd met treintjes in de kamers van het landhuis, en weet over niets anders te praten dan dienstregelingen en nieuw materieel. En ergens op een bovenkamer ligt de pater familias op sterven, aan wie op de valreep een testament moet worden ontfutseld opdat het nageslacht niet ál te berooid de grens overgaat.

Mooi laat Lobo Antunes de afloop van dit ondergangsdrama samenvallen met een feest in het dorp bij het landhuis, waarop een stier op beestachtige wijze door de verzamelde dorpelingen wordt afgeslacht. Ook daar heersen de wreedheid, bloeddorst en achterlijkheid waarin upstairs en downstairs elkaar geen millimeter toegeven. Uiteindelijk, zo blijkt uit een vooruitblik die de lezer af en toe gegund wordt, loopt het met alle spelers miserabel af: verdoemd in de financiële, politieke en vooral morele ruïne waarin hun leven onderhuids al lang daarvoor verworden was.

Lobo Antunes schreef Dans der verdoemden meer dan twintig jaar geleden, kort na het meesterwerk Fado Alexandrino, met de vertaling waarvan hij twee jaar terug ook in Nederland doorbrak. In die roman vervolmaakte hij de schrijftechniek waarin verschillende stemmen voortdurend door elkaar heen spreken en het gezichtspunt van de vertelling steeds verglijdt.

In Dans der verdoemden doet Lobo Antunes in dat opzicht een stapje terug. Het eerste deel van het boek is geheel geschreven vanuit het oogpunt van Nuno, het tweede uit dat van zijn vrouw Ana. Pas in het laatste deel komt het tot de verwikkeling van stemmen die voor zijn werk zo kenmerkend is geworden. In dat opzicht vormt deze roman bijna zoiets als een inleiding voor een nog niet geheel gevormde lezer: een Lobo-light als een pedagogische inwijding in de aanvankelijk nogal veeleisende stijl van deze auteur.

Het boek wordt, ondanks het inktzwarte Leitmotiv, ook licht gehouden door de kolderieke scènes die door de vertelling zijn geweven, en door de snijdende terzijdes van sommige personages. Bittere kalenderwijsheden die zich bij gelegenheid goed laten citeren als bons mots vol desillusie: ‘Spijt is een van die woorden waar iedere ongelukkige sul met 23 jaar huwelijk achter de rug het zuur van krijgt.’

    • Ger Groot