Omhoog die weg, met trambedrading en al

Twee auteurs verkennen Nederland bij nacht.

Vandaag deel 9: mee met de ‘Staandemastroute’, waarbij een stoet zeilboten door Amsterdam geloodst wordt.

Foto David Galjaard en Christian van der Kooy Galjaard, David;;Kooy, Christian van der

De Houtmankade is een doodgewone straat in Amsterdam. Wat woonblokken, een kinderopvang, bedrijfjes en een café op de hoek. Maar op deze zomeravond, vanaf een uur of tien, verandert de kleine gracht zomaar in een drijvende camping. De kade vult zich met kajuitboten, er steken lange masten boven de bomen uit en er scharrelen ineens vakantiemensen in zwemvesten en roodverbrande gezichten op straat.

Inge, Bert en hun twee kinderen hebben zojuist de Antaris aangelegd, hun 8,5 meter lange zeiljachtje. In de kuip van de boot drinkt het gezin bekers thee met notenchocolade. Geluk in de buitenlucht. Natuurlijk mag ik meevaren. „Heb je een hondje?”, informeert de 9-jarige Rozemarijn. „Jammer. Anders had die ook mee gekund.”

De familie De Jonge uit Steenwijk kampeert vanavond samen met een sliert andere zeilbootvaarders middenin de stad, naast de spoorbrug over het Singel. We hebben de wielen van geparkeerde auto’s op ooghoogte. Als er een sloep voorbij vaart schommelt de Antaris zachtjes.

Aan het roer hangt het gele Helly Hansenjack van Inge te drogen, Bert heeft de zijne nog aan. „Ze waren heel erg in de aanbieding”, zegt Inge. „Ik had ook nooit gedacht dat wij zo’n echtpaar werden met dezelfde zeiljassen hoor.”

Het is kwart over tien ’s avonds, over vier uur zal de spoorbrug open gaan. Midden in de nacht. Dan trekt de Antaris met nog een tiental jachtjes in konvooi door de stad, wanneer een voor een de bruggen open gaan voor de schepen met een lange mast. Na acht kilometer varen zullen ze ten slotte aanleggen in het Nieuwe Meer om verder te slapen.

Maar nu is het dilemma: wakker blijven tot twee uur of de wekker zetten. Rozemarijn weet het al: „Van papa mocht ik opblijven!” Bert glimlacht en Inge zegt: „We zien wel”. Waterhoentjes klepperen over het water, aan de overkant rijdt een klingelende lijn 3 voorbij. Rozemarijn gaat in de kajuit het luisterboek van Kruistocht in Spijkerbroek zoeken. Even later is ze in slaap gevallen.

Familie de Jonge is op weg naar de Grevelingen, in Zeeland, om daar drie weken te zeilen, te zonnen en te zwemmen. „Je hebt daar van die eilandjes, daar mag je steeds drie dagen blijven”, zegt Bert. Ze komen net aangevaren vanuit Makkum, Hoorn en Marken. Daar moest het snoepwinkeltje bezocht, maar de eigenaar bleek met pensioen. Ze zijn dol op de dorpen rond het IJsselmeer: „In elke haven een ijsje”, lacht Bert.

Bert en zoon Robert (14) hebben al eens eerder de zogenaamde ‘Staandemastroute’ door nachtelijk Amsterdam gevaren. Er moet nog wel het een en ander gecontroleerd worden. Het toplicht, bovenin de mast, doet het bijvoorbeeld niet. „Een los contactje”, zegt Bert. „Er moet altijd een beetje geklust worden”, zegt Inge. De groene en rode navigatielichten aan weerszijden van de kuip doen het wel.

Als toplicht gaat Robert een olielampje klaarmaken, dat kan dan in de mast worden geregen. Bert gaat op het voordek met touwtjes in de weer, die in de zeilwereld natuurlijk lijntjes heten – niet vergeten.

Drie jaar geleden kocht Bert de boot van het type ‘Compromis’ via Marktplaats. Het is letterlijk een compromis tussen comfort en zeilkracht, verklaart Bert. Hij zou wel een nieuwe willen, misschien iets meer gestroomlijnd. „Ja zeg, jongen”, lacht Inge.

Na Amsterdam is het nog een paar dagen verder varen over het Staandemasttraject: via de Ringvaart bij Aalsmeer naar Alphen aan de Rijn, Gouda, Capelle aan de IJssel, Dordrecht tot aan de laatste sluis bij het Noord-Brabantse dorp Willemstad, vlakbij de open wateren van Zeeland. Maar niet ’s nachts: dat is alleen in Amsterdam.

„Ik ga zo beginnen”, galmt het een paar uur later over de marifoon. De brugwachter van de Westerkeersluis bij de Oude Houthavens dirigeert het konvooi over de grachten. Het is donker, zo donker als het in een stad kan worden. Voor de Wiegbrug dobberen de vakantiebootjes in stilte tot het sein ‘brug bemand’ gegeven wordt: twee rode lampen, één groene.

De marifoon knettert weer. „Kan die niet uit?”, klinkt het uit de kajuit. Inge en Rozemarijn geloven het avontuur wel en proberen in het vooronder te slapen. Het nachtkonvooi is vandaag een mannenzaak. Bert draait een shaggie.

Dan verschieten de lampen aan de brug van kleur: we mogen erdoor. Het stuk Admiraal de Ruijterweg komt omhoog, met trambedrading en al. Bert straalt. „Mooi he? Dit is echt stoer.” We pruttelen langs de Baarsjesweg, langs de bouwput voor de Westermoskee, langs een enkel geopend nachtcafé. Het gaat eigenlijk altijd goed, de stille botentocht door de stad. „Zeilers zijn wel solidair”, zegt Bert. Hoewel er de vorige keer een „asociale platbodem” was, „die schipper duwde ‘m er gewoon tussen.”

Er is nu niemand meer op straat, en in de woonblokken aan de Sloterkade brandt nergens licht. Af en toe vaart een lange vlet van de Dienst Binnenwaterbeheer voorbij. Dan springt er een brugwachter op de kant om gauw naar de volgende ophaalbrug te rennen, die om en om bediend worden door twee brugwachters.

Het olielampje in de zijstag ruikt lekker, maar echt nodig lijkt het ding niet. Genoeg straatlantaarns, stoplichten, reclameborden, etalageverlichting, bushokjes, plus een volle maan aan heldere hemel. De tramremise achter het Olympisch Stadion baadt zelfs in een zee van bouwlampen. In een nieuw aangelegd park staan palen voor ooievaarsnesten. Staat er nou inderdaad een ooievaar, daar?

„Gaan we links of rechts liggen in de sluis?” vraagt Bert aan zijn zoon. Die denkt even na. Bert corrigeert: „Bakboord of stuurboord?” Robert lacht, dat verschil kent hij wel. „De keuken is aan de linkerkant van de boot, daar wordt gebakken. Dus die kant is bakboord. Makkelijk.”

Soepel stuurt Bert de Nieuwe Meersluis in. We zijn nummer twee in het konvooi. Hier geen verhitte echtscheidingstaferelen bij het aanleggen zoals in Friesland, waar schippers met rood aangelopen hoofden hun eega’s op de voorplecht commanderen. Nee, het nachtkonvooi is een klus voor geconcentreerde, zwijgende en enigszins vermoeide zeilers.

De laatste brug is het spectaculairst: de ring A10 wordt kort afgesloten om twee banen snelweg, de metrolijn en de spoorbrug op te halen. Er klinkt een luide bel, het vrachtverkeer houdt halt – voor ons. Hoog boven ons hoofd komt op de snelweg een ambulance aanrijden en draait dan weer om.

Het Nieuwe Meer, de maan schijnt in het water. Hier geen straatverlichting; dit is het Amsterdamse Bos. Robert wijst de weg naar jachthaven De Koenen, waar we om drie uur ’s ochtends aanleggen in een box. Nog even een schippersbittertje op de goede afloop, en dan ‘te kooi’. Morgen lekker uitslapen. Het is tenslotte vakantie.