Moordenaar moet moeder schadeloosstelling betalen

De moeder van een in 2002 vermoorde vrouw heeft recht op schadeloosstelling door de dader voor gemiste inkomsten. Dit heeft de civiele rechter in Arnhem woensdag beslist. De vandaag gepubliceerde uitspraak is een doorbraak voor ouders van vermoorde kinderen. De dader, Pascal F., kreeg eerder 20 jaar en dwangverpleging.

De rechtbank geeft voor het eerst aan wanneer nabestaanden die niet zelf getuige waren van een „dodelijke gebeurtenis” recht hebben op volledige schadevergoeding.

De moeder lijdt aan psychiatrische stoornissen. Haar baan als arts kan zij niet meer uitoefenen. Dat betekent forse inkomensschade. Tot nu toe hadden nabestaanden zoals zij recht op beperkte schadevergoeding. Naast een bedrag van 10.000 euro smartengeld, kregen zij vergoeding voor begrafeniskosten en een soort alimentatie. Dat laatste gold alleen voor nabestaanden die afhankelijk waren van de inkomsten van het slachtoffer. Voor ouders van vermoorde kinderen gaat dit meestal niet op.

Het ‘shockschade-arrest’ van de Hoge Raad van 2002 verruimde de mogelijkheden voor schadeloosstelling. Ouders van om het leven gekomen kinderen hebben volgens de Hoge Raad recht op volledige schadevergoeding, dus ook van gederfde inkomsten. Er moet sprake zijn van „geestelijk letsel” bij nabestaanden die zijn geconfronteerd met het ongeval of het misdrijf, of „kort daarna met de omstandigheden waaronder het voorval heeft plaatsgevonden”.

De Arnhemse rechtbank past deze criteria nu ruimhartig toe. De moeder was niet bij het misdrijf aanwezig, en ook niet kort erna ter plekke. Toch lijdt zij ‘shockschade’ omdat zij enkele dagen na de moord het verminkte lichaam van haar dochter moest identificeren. De hoogte van de schade moet nog worden vastgesteld. Er is inmiddels beslag gelegd op geld van de dader.