'Hulp' voor de VS

Tot nu toe was Nederland niet van plan om ex-gevangenen van Guantánamo Bay op te nemen. Of premier Balkenende bij zijn bezoek deze week aan de Amerikaanse president Obama nu wel of niet voorzichtig op dat standpunt is teruggekomen, een minder benepen opvatting hierover zou hoe dan ook wenselijk zijn.

Als lidstaat is Nederland medeondertekenaar van een verklaring die de Europese Unie vorige maand gezamenlijk met de Verenigde Staten heeft opgesteld. Daarin wordt terecht vastgesteld dat de opvang van de ex-terreurverdachten die op de Amerikaanse basis op Cuba werden vastgehouden, primair een verantwoordelijkheid van de VS is. Maar ook zeggen de EU en haar lidstaten in de verklaring hun hulp toe aan Amerika, „om de bladzij om te slaan”.

Sluiting van Guantánamo Bay stond immers voor terugkeer van de VS naar de humanitaire opvattingen over de rechtsstaat waarvoor westerse democratieën zeggen te staan, en gold als het late Amerikaanse antwoord op de kritiek van onder meer Nederland op de wantoestanden in deze gevangenis, waar verdachten vastzaten onder onaanvaardbare omstandigheden, zonder dat hun schuld vaststond en zonder dat ze concreet uitzicht op een proces hadden.

Een aantal lidstaten van de EU heeft de toegezegde hulp geconcretiseerd door de bereidheid uit te spreken om ex-gevangenen op te nemen. Nederland bood tot nu toe aan om „mee te denken”, waarvoor hartelijk dank, en om de opvang van de voormalige gedetineerden in een ander land te faciliteren.

Bij deze opvang gaat het om ex-gevangenen die van de Verenigde Staten de status ‘voor vrijlating vrijgegeven’ hebben gekregen. Ze zijn dus niet veroordeeld en evenmin is er nog een reden om ze vast te houden. Ze kunnen niet terug naar hun vaderland, waar ze gevaar zouden lopen, en willen niet in de VS blijven.

Het is jammer dat de lidstaten van de Europese Unie niet tot één gezamenlijk beleid zijn gekomen. De meest concrete afspraak die in de EU is gemaakt, gaat over een eis die is gesteld aan de landen die wel ex-gevangenen willen opnemen – door de lidstaten die hun nek niet zover durven uit te steken. Die luidt dat de ex-gevangenen, de nieuwe ingezetenen dus, niet zomaar vrij kunnen reizen in de EU of in de Schengenlanden. Als een land daar gegronde redenen voor zegt te hebben, kan het een ‘Guantánamo’er’ de toegang ontzeggen.

De woorden in Washington van Balkenende en van minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) over de Nederlandse ‘hulp’ inzake Guantánamo Bay hebben helaas voor verwarring gezorgd. Tegenover deze mist staat een geharnaste opvatting van een meerderheid in het parlement: geen opvang. Het is aan het kabinet om duidelijkheid te scheppen. Maar het zou ook prettig zijn als het standpunt van de Tweede Kamer meer werd gebaseerd op de nieuwe feiten en omstandigheden, zoals de verbeterde relatie tussen de EU en de VS. Op meer dan op de wat kleingeestige opvatting van de meerderheid die neerkomt op: eigen schuld, dikke bult.