Het is alweer vier jaar geleden...

Vandaag wacht de renners in de Ronde van Frankrijk een bergetappe door de Vogezen.

Pieter Weening legde er vier jaar geleden de basis voor de laatste Nederlandse ritzege.

Fietsen als kunstwerken aan de muur. Dat zag de karavaan van de Tour bij het passeren van Les Riceys. Foto AP Spectators in front of a house adorned with bicycles cheers as the pack passes through the village of Les Riceys during the 12th stage of the Tour de France cycling race over 211.5 kilometers (131.5 miles) with start in Tonnere and finish in Vittel, eastern France, Thursday July 16, 2009. (AP Photo/Christophe Ena) AP

Moeder Anneke Weening zal de negende juli 2005 nooit vergeten, toen ze in de auto met haar man in de afdaling van de Col de la Schlucht ineens op het parcours van de Tour terechtkwam. „We zwaaiden met kaarten die we van de Raboploeg hadden gekregen en mochten van de agenten zo doorrijden. Ineens allemaal getoeter om ons heen. We zaten vlak voor de eerste renners! Op de eerste de beste parkeerplaats stopten we. Vlak daarna zag ik onze Pieter voorop rijden met Andreas Klöden. Schitterend.”

Hun zoon Pieter Weening, een 24-jarige debutant, was die dag op weg naar de overwinning in de achtste etappe van de Ronde van Frankrijk. Dwars door de Vogezen, gedemarreerd uit een vroege kopgroep op de Schlucht, een berg van tweede categorie. Al jaren gold de ranke Fries als een belofte: zeges bergop bij junioren en amateurs, bij de profs Jan Ullrich verslagen in de Ronde van Duitsland. En dan nu in 2005 winst in een bergrit in de Tour. Eindelijk een opvolger van Michael Boogerd, en misschien werd hij als klimmer nog wel beter.

De Tour van 2009 begint na een saaie tussenweek vandaag aan de grote finale. Eerst een zware rit over 200 kilometer door de Vogezen, met de Col de la Schlucht, Col du Platzerwasel (1ste categorie) en de Col du Firstplan (2de). Dan vier ritten door de Alpen, een individuele tijdrit rond het meer van Annecy en de voorziene apotheose in de voorlaatste etappe op de Mont Ventoux. Van Nederlandse klimmers ontbreekt al voor het ingaan van de laatste week elk spoor. Laurens ten Dam is het hoogst geklasseerd: veertigste. Thomas Dekker werd vlak voor de Tourstart geschorst wegens een positieve epotest uit 2007. Robert Gesink viel in de vijfde rit uit met een polsbreuk. En Weening? De laatste Nederlandse ritwinnaar werd dit jaar door de Rabobank niet eens geselecteerd voor de Tour.

„Ik leef niet meer in 2005”, zegt Weening, die vorige week de koninginnerit won in de Ronde van Oostenrijk. „Dat ik nu niet in de Tour rijd is vooral botte pech. Ik kreeg net voor de Giro een blessure aan mijn zitvlak, waardoor ik niet meedeed. Daarna kon ik niet op tijd de training oppakken om me in de Tourploeg te rijden.”

Wat blijft is de herinnering aan een onvergetelijke wielerdag, met een bloedstollende finish in Gérardmer. „Op de Schlucht had ik me helemaal naar de gallemiezen gereden om vooruit te blijven, vlak onder de top kwam Klöden erbij. We hadden bovenop nog vijf of zes seconden voorsprong, maar in de afdaling liepen we uit. Ik was niet meer de friste, maar kon hem in de sprint met een paar millimeter verschil voor blijven.”

Weening, geboren en getogen in Harkema, is de overtreffende trap van nuchter. Belofte als Tourtopper niet ingelost? „We moeten het niet overdrijven. Die rit in 2005 was een semi-bergetappe, geen hooggebergte. Zelf heb ik ook nooit geroepen dat ik wel eens de Tour zou kunnen winnen, dat kwam van buitenstaanders. Ik heb het altijd naast me neergelegd. En de laatste jaren hadden we met Denis Mensjov een uitgesproken kopman. Dat betekent hard werken op de eerste bergen en soms een kwartiertje laten lopen op het slot. Dan geeft het geen pas om zelf voor een vijftiende plaats in het klassement te rijden.”

Ook andere Nederlandse klimtalenten slaagden er de afgelopen jaren niet in om blijvend aan te sluiten bij de wereldtop. Addy Engels viel in 2002 op in de Giro-cols en schitterde een jaar bergop in de Ronde van Murcia, om daarna geruisloos af te haken. „Ik wilde niet meedoen aan de medische kant van het verhaal”, zei de nu 31-jarige renner van Quickstep dit voorjaar tegen persbureau ANP. Remmert Wielinga blonk als klimmer uit in de Dauphiné van 2003 maar kon zijn belofte nooit inlossen, al wilde hij geld meenemen om te werken met de omstreden Italiaanse trainer Luigi Cecchini. ‘Pelotonvrees’, heette het.

Een instabiel klimaat van dopingbestrijding, vol willekeur en veranderende regels, zorgde vooral op selectieve parcoursen in de bergen jarenlang voor ongelijkheid. „We rijden toch weer achter de Spanjaarden aan”, constateerden jonge profs uit de lage landen in het voorjaar van 2006, toen ook binnen de Raboploeg het antidopingbeleid steeds strenger werd.

Nu de internationale wielerunie de strijd tegen doping heeft geïntensiveerd doen Nederlandse klimtalenten weer vooraan mee. Gesink (23) geldt internationaal als een van de beste renners bergop. In zijn schaduw ontwikkelde Bauke Mollema (22) zich snel, tot hij dit seizoen te maken kreeg met de ziekte van Pfeiffer. En Weening? Hij bereidt zich op dit moment in het Zwitserse Sankt-Moritz voor op de Ronde van Spanje, die eind augustus start in Drenthe. „Misschien kan ik in Spanje een rit winnen. En ik hoop dat Laurens ten Dam hetzelfde doet in de Tour. Die ritzege van mij is al zo lang geleden.”

    • Maarten Scholten