Hardlopen, wegrennen

In een tweewekelijkse serie over boeken die bijna onopgemerkt bleven: het leven van een renner.

Job van Schaik: Hardloper Huizenga. Het verhaal van een vergeten wonderatleet. Veen, 174 blz. € 17,50.

Het begint als een sprookje. Er was eens een jongetje dat heel hard kon lopen. Hij heette Louwe Huizenga en hij woonde in Wehe. Hij vond het leuk om hard te lopen – achter de paardentram aan, en dan proberen hem bij te houden. Dat deed hij op weg naar school ’s morgens, en ’s middags weer terug. Soms liep hij dan voor de lol helemaal mee tot het eind van de lijn, en weer terug – een extra loopje van 15 kilometer.

Louwe was een nakomertje. Zijn vader was slager. Louwe hielp mee in de zaak. Zijn moeder was 46 toen ze van hem beviel – en sindsdien ziek. Louwe voelde zich daar schuldig over. Toen ze stierf in 1909 was hij ontroostbaar. Hij kon alleen maar denken: als ik niet was geboren, zou mijn moeder nu nog leven. Misschien rende Louwe daarom zo hard: omdat de dood van zijn moeder hem achtervolgde. Het sprookje wordt hier even een psychologisch rapport.

Even later is het weer een jongensboek. Louwe gaat werken in de grote stad, als slagersknecht. Op een avond komt hij langs de atletiekbaan. Hij stapt in bebloede slagerskleren op de atleten af en vraagt of hij mee mag lopen. Dat mag. Hij verslaat de Groninger atletiektop met overmacht.

Dan wordt het boek even een heel voorspelbaar jongensboek. De onbekende jongen wordt voor een volgende wedstrijd uitgenodigd, tegen goed getrainde Britse lopers, voor 5000 toeschouwers – en hij wint opnieuw. Het is het begin van een lange reeks overwinningen. Binnen de kortste keren heeft hij alle nationale records in handen. Hij wordt enorm populair. Intussen blijft hij gewoon slagersknecht, levend op paardenrookvlees en mosterd. Af en toe kauwt hij er een sigaartje bij. Er zijn meer rare dingen. Hij loopt tijdens wedstrijden soms te zingen. Hij vernedert zijn tegenstanders door ze in te halen, een babbeltje te maken, en dan weg te sprinten. Hij begint te drinken. Hij maakt ruzie. Er komt kritiek omdat hij zich laat betalen. Er volgt een schorsing. Na drie seizoenen besluit Louwe te stoppen. Hij duikt meteen de lucratieve illegale vleeshandel in.

Dit zou al genoeg stof kunnen zijn voor een klassieke tragedie. Maar Huizenga heeft dan nog een heel leven voor zich, met nog veel meer dramatische verwikkelingen. Ik geef alleen maar even wat steekwoorden. Nieuwe liefde, maar het mag niet van de pastoor. Breuk met vader. Zoon onterfd. Nieuw begin in Meppel, met weduwe. Geboorte zoon. Ongeluk. Drank. Mishandeling van vrouw en kind. Maar ook: topslager. Dan: oorlog. NSB-lid. Zwarte handel. Maar ook: hulp aan onderduikers.

Als het niet zo treurig was, zou je er een spannende schelmenroman in kunnen lezen. Opa doet gymnastiekoefeningen aan de vleeshaken in zijn slagerij. Maar opa dreigt zijn kleindochter ook wel eens met een vleesmes. Opa is agressief, maar ook een echte kindervriend. Opa fietst rond met zijn kleinkinderen in de fietstassen. Opa hangt op zijn tachtigste nog aan de rekstokken in de tuin. Maar aan het eind verliest ook Hardloper Huizenga de wedstrijd die het leven is. Hij sterft aan de drank, vereenzaamd en vergeten. Wat een leven. Wat een boek. Ik was bekaf toen ik het uit had.

Job van Schaik: Hardloper Huizenga. Het verhaal van een vergeten wonderatleet. Veen, 174 blz. € 17,50.

    • Guus Middag