'Fris' Amsterdam als inspiratiebron

De expositie In & Out of Amsterdam opent zondag in het MoMA. Met werk van kunstenaars over hun eigen relatie met Amsterdam.

‘Paul Klee—Um den Fisch 1926’, 1970. Collectie Rijksmuseum Twenthe, Enschede Ger van Elk De expositie In & Out of Amsterdam opent zondag in het MoMA. Met werk van kunstenaars over hun eigen relatie met Amsterdam. ‘Fris’ Amsterdam als inspiratiebron Beeldende kunst MoMA toont conceptuele kunst uit de periode 1960-1976

Vier foto’s hangen aan de muur, op alle vier staat de Nederlandse kunstenaar Ger van Elk in dezelfde pose. Het is een zijaanzicht, en Van Elk houdt zijn handen en één been zo dat hij de letter K. uitbeeldt

Drie van de foto’s zijn in Hollywood genomen, voor een fastfoodrestaurant, voor een motel, op een stoep. Op die foto’s staat een ingelijste letter ‘O’ achter Van Elk, zodat het woord OK zichtbaar wordt. De vierde foto is in Marken genomen en de kunstenaar houdt een rookworst vast. Opnieuw OK.

Onder op de Hollywood-foto’s staat handgeschreven „The co-founder of the word O.K.”

Is het een grap? Curator Christophe Cherix van het New Yorkse Museum of Modern Art (MoMA), waar de werken hangen, kijkt serieus als hem de vraag gesteld wordt. „Er is een directe relatie tussen de kunstenaar en de toeschouwer”, zegt Cherix, „en, ja, er worden weleens geintjes uitgehaald. Dat soort humor zijn we tegenwoordig kwijtgeraakt”.

De werken maken deel uit van de expositie In & Out of Amsterdam die dit weekend van start gaat in het museum voor moderne en hedendaagse kunst MoMA. Op de tentoonstelling is het werk van tien Europese en Amerikaanse kunstenaars te zien. Elk hadden ze een relatie met het Amsterdam van tussen 1960 en 1975. Het was een frisse periode in een open stad – volgens de tentoonstelling een broedplaats voor nieuwe kunst die nu als Conceptual Art wordt gepresenteerd. Amsterdam was klaar voor de geboorte van nieuwe trends, en twee instellingen hebben daar een onmisbare rol in gespeeld: het Stedelijk Museum, dat het eerste museum was dat zich geheel richtte op hedendaagse kunst, en de galerie Art & Project.

Niet alle kunstenaars in het MoMA zijn Nederlands – zie de Amerikaan Sol LeWitt of de Duitse Hanne Darboven – en de werken zijn ook niet exclusief in Amsterdam vervaardigd. Terwijl buitenlanders in de progressieve tijd (er is een poster van de eerste als zodanig geafficheerde happening, mede georganiseerd door Simon Vinkenoog) naar Amsterdam kwamen, trokken enkele Nederlanders juist richting Los Angeles.

Curator Cherix kan dat wel verklaren. Amsterdam was misschien een spannende plek, „maar het bleef een kleine stad. Het aantal galerieën was beperkt en de sfeer provinciaals”.

De ondertitel van de expositie – Travels in Conceptual Art – benadrukt ook dat een tentoonstelling alleen over Amsterdam in die tijd te beperkt zou geweest: het is juist de beweging die intrigeert. Zo heeft Allen Ruppersberg een project, getiteld Where’s Al? dat bestaat uit 160 privéfoto’s van telkens dezelfde lachende mensen op het strand in Los Angeles, waartussen 107 getypte indexkaarten hangen met weerslagen van gesprekjes.

De kunstenaars leggen eerder vast dan dat ze scheppen, en dat past helemaal in het concept van dat het niet nodig was voorwerpen toe te voegen aan een wereld die daar al vol van was. Volgens Cherix is met name het werk Steps of pedestrians on paper van de Surinamer Stanley Brouwn uit 1960 relevant. Brouwn liet A4’tjes op de grond vallen en verzamelde ze dan weer zodra voetganger er overheen waren gelopen. „Een erg belangrijk werk”, zegt Cherix. „Hij liet voorbijgangers zijn werk doen: een kernmoment in conceptuele kunst”.

‘In & out of Amsterdam: Travels in conceptual art, 1960-1976’ in Museum of Modern Art, New York: moma.org. T/m 5 okt.