Fles zand kan al woede wekken

Het werk van ongebonden hulpverleners in conflictgebieden is de laatste jaren gevaarlijker geworden. „Voor de onbenulligste dingen kunnen ze je pakken.”

Elke ochtend neem je dezelfde route naar het kantoor in Kabul om gehandicapte Afghaanse kinderen te helpen. En weer terug naar huis, voor de schemering, dezelfde route. Onderweg nooit problemen gehad. Maar opeens wordt de straat versperd door twee mannen op een motorfiets. Een gespannen stilte volgt die wordt verstoord door knallen afkomstig uit het geweer van de man achterop de motor. Je schrikt. Het is je laatste emotie, want je bent dood.

Bovenstaande overkwam de Britse ontwikkelingswerker Gayle Williams vorig jaar, omdat de Talibaan vonden dat ze het christelijke geloof opdrong aan de lokale bevolking, en omdat ze steeds dezelfde route nam.

Het werk van ngo’s (non-gouvernementele organisaties) in conflictgebieden is gevaarlijker geworden. Goede bedoelingen alleen zijn geen toereikende bescherming meer. Hulpverleningsorganisaties worden steeds vaker in verband gebracht met westerse mogendheden, en zijn daarom een gewild doelwit van rebellen, extremisten en criminelen. Dat heeft ngo’s gedwongen na te denken over veiligheid: een nieuwe branche in de ontwikkelingssamenwerking.

De gevolgen daarvan zijn zichtbaar in de bossen rondom Soesterberg. Twee weekeinden per maand worden daar wegversperringen opgeworpen, omringd door mijnenvelden. „Om te oefenen”, zegt Ebe Brons, directeur van het Centre for Safety and Development (CSD). Hij observeert zes cursisten die voorzichtig voortbewegen omdat aan weerszijden van de weg explosieven kunnen liggen.

Opeens rent een hysterische en bloedende vrouw het zestal tegemoet. „Mijn zus! Been! Been!” krijst ze terwijl ze een van de enigszins overrompelde hulpverleners aan de arm mee sleurt. Een paar meter verder wordt duidelijk wat de vrouw met ‘been’ bedoelt: haar zus ligt – linkerbeen weggeblazen – zwaargewond in een veldje. Twee vrouwelijke hulpverleners aarzelen geen moment en lopen naar de gewonde om hulp te bieden. Plotseling een irritante piep. „Jullie zijn dood”, zegt een trainer. „Dood?” vragen de vrouwen verwonderd. „Tja, als je zonder na te denken een mijnenveld inloopt, gebeurt dat”, klinkt het nuchter.

Deze ‘realistische’ trainingen worden georganiseerd door de Nederlandse stichting CSD, wereldwijd een van de weinige organisaties die ngo’s trainen om veilig in conflictgebieden te werken. „Er zijn ook semi-militaire organisaties die dit soort trainingen geven. Maar ontwikkelingswerkers leven over het algemeen op gespannen voet met militairen”, zegt Brons.

De afgelopen drie jaar steeg het aantal ngo-slachtoffers in conflictgebieden fors. Met als voorlopig dieptepunt 2008, waarin wereldwijd 122 ontwikkelingswerkers door geweld om het leven kwamen. Een toename van 54 procent in vergelijking met het aantal van het jaar daarvoor. Vanuit alle windstreken ontvangt CSD inmiddels aanmeldingen en alle trainingen zitten volgens Brons nagenoeg vol.

De cursisten beginnen meestal met een driedaagse basiscursus, waarin ze leren zich zo te gedragen dat agressieve situaties niet escaleren. Hoe kom je zonder problemen langs een wegversperring van milities? Hoe kun je jezelf beheersen als corrupte ambtenaren van dictatoriale regimes je zakken leegkloppen? Het zijn enkele onderdelen die worden getraind door experts van onder andere Justitie, Defensie en andere ngo-organisaties, die op vrijwillige basis werken voor CSD.

De commentaren vanuit de ngo’s zelf zijn positief. Bij de interkerkelijke organisatie voor ontwikkelingssamenwerking ICCO is de training nu verplicht voor iedere medewerker die naar gevaarlijke gebieden reist. Joanna Thijs moet voor ICCO geregeld naar Kazachstan, Kirgizië en Ingoesjetië en heeft veel gehad aan CSD. „Iedereen heeft iets in zijn persoonlijkheid dat grenswachten zodanig kan irriteren dat je daardoor in de problemen kunt komen. De trainers maken je bewust van dat onderdeel van je persoonlijkheid zodat het je later niet opbreekt.”

Maar Tineke Ceelen, die als directeur Stichting Vluchteling jarenlange ervaring heeft opgedaan als ontwikkelingswerker, wil wel benadrukken dat een driedaagse training niet garandeert dat je de problemen van ver ziet aankomen. Zelfs de meest ervaren hulpverleners worden verrast. Dat ondervond Ceelen, toen ze samen met een collega en vier journalisten in Soedan werd gearresteerd op verdenking van spionage. „Een fles gevuld met zand uit de Soedanese woestijn, meegenomen voor het zoontje van mijn collega die een spreekbeurt hield over woestijnen, en foto’s van een begraafplaats waren onderdelen van het zogenaamde bewijspakket”, zegt Ceelen. „Voor de onbenulligste dingen kunnen ze je pakken.”

Brons erkent dat de trainingen van CSD geen garantie zijn voor veilig werken in een oorlogsgebied. „Maar wij maken cursisten bewust van het gevaar en daardoor wordt het gevaar kleiner.”

Een bewuste Gayle Williams had het haar moordenaars aanzienlijk moeilijker gemaakt door elke dag een andere route naar haar werk te nemen.