Een Brusselmans voor een zuinige zomer

Wanda Reisel Een paar zomers na het door Van der Heijden beschrevene, is Dana Davidson, de 17-jarige heldin van Wanda Reisels Die zomer (wat minder goedkoop dan de andere titels in deze zomerpocketrubriek, maar ook recenter) klaar voor de vrijheid van de echte wereld. Maar juist die wereld is erg druk met het exploreren van de eigen vrijheid: dat geldt voor de hitsige (pseudo-)intellectuelen in Parijs, voor haar ouders (reisje Israël, jonge blom) en haar klasgenoten op school. Zoals de heldin tegen haar klasgenoten zegt: ‘Jongens, hier kan veel, maar niet alles.’ Wanda Reisel: Die zomer. Querido, € 12,50 Volgende week: non-fictie pockets Wanda Reisel: Die zomer. Querido, € 12,50

Is het een goed idee om een mens midden in zijn vakantie over het werkzame leven te laten lezen? Is het aan te raden om middenin een economische crisis een boek ter hand te nemen dat in ieder woord de sfeer van de vorige crisis ademt? Gelukkig is de herdruk van De man die werk vond (1985) goedkoop genoeg om in een zuinige zomer over de toonbank te gaan. Gelukkig vooral vanwege de grote hoogten waar Brusselmans (1957) in zijn derde roman naar stijgt. Inmiddels zijn er vijftig boeken gevolgd; in 2010 wil hij geen nieuwe roman produceren. Hoofdpersoon van De man die werk vond is Louis Tinner, de beheerder van een ‘recreatiebibliotheek’ op een Brussels ministerie – een baantje dat Brusselmans zelf ook enige jaren had. ‘Wie werk vindt, moet jodelen en bokkesprongen maken, na het onpeilbare leed van de werkloosheid’, weet Louis. Bokkensprongen maakt hij, maar niet van vreugde. Rokend en drinkend misdraagt hij zich in zijn raamloze bibliotheek: hij scheurt bladzijden uit boeken, beledigt de schaarse klanten, weigert de telefoon op te nemen, slaat mensen tot bloedens toe met het verzameld werk van Paul van Ostaijen (‘Dit soort zaken handel ik af met poëzie!’) en dagdroomt over om het even welk meisje. Je ziet er de blauwdruk in van alle volgende Brusselmansromans in, maar wat de De man die werk vond zo angstaanjagend maakt is hoe tastbaar het onheil is. Want wat doe je als je net in een van de boeken uit je bibliotheek hebt gespuugd, maar er behalve slijm ook bloed over de pagina’s glijdt. In tegenstellig tot in de latere Brusselmansen, neemt Louis Tinner zijn omgeving hier nog enigszins serieus. Hij moet werkelijk kiezen of hij zich laat strikken door het werkende leven, door dat monster dat memo’s stuurt en dienstbevelen uitdeelt. Dat is angstaanjagend, maar is het angstaanjagender dan het spook van de werkloosheid? Die vraag maakte de roman in 1985 actueel – en 24 jaar later wéér. Uiteraard wordt die keuze voor Tinner gemaakt, en zakt hij op straat in elkaar. Waarna je maag ondanks alle grappen en grollen samenknijpt bij de slotzinnen: ‘Mij dunkt was Louis nog in leven. De woorden die hij prevelde waren niet te begrijpen, maar dat het belangrijke woorden waren, daar mogen wij zeker van zijn.’

Arjen Fortuin

Herman Brusselmans: De man die werk vond. Prometheus, € 8,95