Een blikvanger in plaats van een monument

Waar winden stedelingen zich over op? In Amsterdam maken ze zich kwaad over de sloop van delen van de entrepothaven.

Zeer boos en zwaar teleurgesteld. Dat zijn de omwonenden van de entrepothaven in het Oostelijk Havengebied van Amsterdam. Ze hadden zich, samen met krakers, twee maanden verschanst in loodsen die nu worden gesloopt.

Al jaren voeren ze actie. Tegen het plan van het stadsdeel om er een twintig meter hoog hotel en een omvangrijke jachthaven te bouwen. En vóór het behoud van de loodsen en van een tientallen meters lange steiger, waaraan drijvende tuinen liggen. Ze hebben ruim tweeduizend handtekeningen opgehaald. Er zijn dertienhonderd manifesten opgestuurd. Ze hebben naar bijbels voorbeeld zeven keer om de muren van het stadsdeelkantoor gelopen om een gunstig besluit of althans een gesprek met het stadsdeelbestuur af te smeken. Maar vorige week volgde toch onherroepelijk de ontruiming. Met een „stuitend” vertoon van overmacht haalde de politie de actievoerders naar buiten.

„Ik heb staan janken”, zegt buurtbewoner Netty Gelijsteen. Wat haar vooral bij zal blijven, is het hardnekkige zwijgen van ME’ers. „Alsof ze tegenover aliens stonden. Heel raar.”

Het stadsdeel Zeeburg heeft plannen voor een „transformatie” van het Cruquiusgebied. Zware industrie verdwijnt en daarvoor in de plaats komen woningen, horeca en kleinere bedrijvigheid. Hierop vooruitlopend heeft het stadsdeel besloten tot de bouw van de jachthaven en het zogenoemde Kopgebouw met daarin een hotel, een café, congreszalen, parkeergarage en diverse bedrijven.

„Het is een kolossaal project. Ik kom hier straks middenin een soort recreatiegebied te wonen”, stelt Jantien de Laaf, voorzitter van de actiegroep Red het Blauw. Ze woont op een boot, met uitzicht op de loodsen en de steiger vol vogels. „Een feest om naar te kijken.”

De actiegroep Red het Blauw stelt dat de buurt geen behoefte heeft aan grote nieuwe gebouwen, maar juist aan kleinschalige voorzieningen. De buurt is verstoken van een „sociale infrastructuur” zoals parken, kinderspeelplaatsen en een café. Een drinkgelegenheid in het nieuwe Kopgebouw zal dat niet verhelpen. „Ik ga geen kopje koffie drinken in een congreshal.” Jantien de Laaf vindt het vooral laakbaar dat het stadsdeel dit soort bouwwerken wil neerzetten zonder dat er een „integraal gebiedsplan” aan ten grondslag ligt. „Men geeft af en toe vergunninkjes af.”

De Zeeburgse stadsdeelwethouder Nico Papineau Salm (PvdA) legt uit dat het plan strookt met een visie van de centrale stad op dit deel van Amsterdam, ook al is die visie nog niet helemaal uitgewerkt. „Dit Kopgebouw is een beginpunt. Het is een blikvanger voor andere bedrijven die nog komen.” De plannen zijn hard nodig. „Er is behoefte aan een jachthaven. En er is in Amsterdam een tekort aan hotelbedden.” Ook de buurt wordt er beter van. „De actievoerders overdrijven de overlast. De levendigheid wordt vergroot. Er komt een café en een fitnesscentrum. Dáár hebben ze behoefte aan.”

De zogenoemde douaneloodsen van de entrepothaven worden gesloopt. De haven werd in 1895 aangelegd om niet-ingeklaarde goederen op te slaan tot het moment van vervoer. Enorme pakhuizen werden al eerder verbouwd tot appartementen, de douaneloods is onttakeld. Resten van fel protest hangen nog aan de gevel. ‘Stop arrogantie van de macht’ staat er, ‘Ik eis inspraak’, en ‘Bord voor je Kopgebouw’.

Het Cuypersgenootschap heeft gevraagd de loodsen als gemeentelijk monument aan te wijzen. Slopen betekent volgens het genootschap de vernietiging van de herinnering aan „misschien nederige” economische bedrijvigheid, het sjouwen en opslaan van goederen, maar die heeft wel „de welvaart van Amsterdam gedragen van eind 19de eeuw tot decennia na de Tweede Wereldoorlog”.

Eén van de loodsbewoners was beeldend kunstenaar Mariken de Goede. Zij bestierde een biologische afhaalwinkel, de Vitaminelawine. „We hadden het stadsdeel gevraagd nog eens naar de monumentale waarde van de loodsen te kijken. Dat weigert men. Het komt erop neer dat een stadsdeelwethoudertje kan bepalen of iets een monument is of niet. Zo verdwijnt een van de laatste entrepothavens van Nederland. Het is straks een woord, waarvan niemand weet wat het betekent.”

Papineau Salm bestrijdt dat hij geen oog heeft voor het culturele erfgoed. „Het ensemble van de entrepothaven blijft herkenbaar.” Ja, de douaneloods wordt gesloopt. Ja, hij heeft het verzoek van het Cuypersgenootschap niet doorgestuurd naar de gemeentelijke monumentencommissie. Omdat, vertelt hij, deskundigen dat al drie keer eerder hadden gedaan. En tot drie keer toe was het oordeel negatief, vertelt hij. En zeker, ook zonder monumentale status zou je een loods als deze een nieuwe functie kunnen geven. „Maar daar hebben we jaren geleden al niet voor gekozen. Ik heb bijna het hele stadsdeel achter me staan. Het is vijf over twaalf.”