De vrouw is de sterkste

Margien van Doesen kent de kracht van sober spel. Als weduwe in De Beer van Tsjechov tergt ze de man. „Hij denkt dat hij mij beheerst, maar het is andersom.”

Actrice Margien van Doesen in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen Foto Leo van Velzen De vrouw is de sterkste Actrice Margien van Doesen over Tsjechov in het Zuiderzeemuseum Margien van Doesen kent de kracht van sober spel. Als weduwe in De Beer van Tsjechov tergt ze de man. „Hij denkt dat hij mij beheerst, maar het is andersom.” Enkhuizen, 13-07-09. Margien van Doesen, actrice. Foto Leo van Velzen NrcHb. Velzen, Leo van

Helemaal in het zwart is weduwe Popova. Haar echtgenoot is zeven maanden geleden overleden en ze wenst niemand te ontvangen. Elke man houdt ze angstvallig buiten de deur. Dat haar echtgenoot een schuinsmarcheerder was die zijn vrouw keer op keer bedroog, doet aan haar verdriet niets af. Ze staart met verschrikte ogen naar zijn portret op tafel, en huilt.

Actrice Margien van Doesen (1975) vertolkt de weduwe in de farce De Beer van Anton Tsjechov. Al na korte tijd blijkt haar kostuum niet uitsluitend zwart te zijn. Als ze zich omdraait en de deur van het huis binnengaat, valt plotseling op dat haar zwarte schoenen aan de onderzijde felrood zijn. Is dat al een verwijzing naar de liefde die straks tussen haar en een schuldeiser zal opbloeien? Van Doesen lacht: „Die schoenen spreken tot de verbeelding, iedereen heeft het erover. Toen ik met mijn kostuumontwerper zwarte stof kocht op de Albert Cuyp kwamen we langs de winkel Axi Schoen. Daar zagen we dat paar. Ik houd ervan door middel van een detail een twist te geven aan mijn personage. Daarom draagt Popova ook opengewerkte kanten mouwen, dat geeft aan dat ze ook een frivole en een kwetsbare kant heeft.”

Samen met acteur Jos van Hulst richtte Van Doesen in 2005 een nieuw toneelgezelschap op, ’t Woud Ensemble. Hun eerste voorstelling Bruiloft!, naar De burgermansbruiloft van Bertolt Brecht, was een schot in de roos. De spelers kozen als locatie een voetbalkantine in Amsterdam-Noord. Daarna volgden voorstellingen als Rijk naar Rijke Bruiden van Alexander Ostrovski en Maat voor maat van Shakespeare. ’t Woud Ensemble brengt het grote klassieke repertoire doelbewust op uiteenlopende, vaak onverwachte locaties. De Beer ging tijdens het Oerol Festival op Terschelling in première. De acteurs speelden tegen de achtergevel van restaurant en muziekcafé De Groene Weide. Iedereen kent die plek als de kroeg van zanger Hessel. Dat gaf aan de rouw van de diep treurige Popova een extra accent: achter haar rug bruist het van leven en ontluiken de liefdes, maar zij zweert voorgoed alle mannen af.

Voor de tweede reeks

voorstellingen kiest het gezelschap de stoomwasserij van het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen als decor. De nieuwe minnaar van Popova, landeigenaar Smirnov, komt op een witte scooter aangereden over de dijk. Hij wordt gespeeld door Bart Klever. Ad van Kempen treedt op als Popova’s butler Loeka. Deze drie acteurs maken van Tsjechovs klucht een juweel van een voorstelling, opgevoerd zonder enige opsmuk. Een gevel, een deur, wat zigeunermuziek en die scooter: meer is niet nodig. Zelfs toneellampen ontbreken, alles wordt bij natuurlijk licht gespeeld.

Wie op de speelplek arriveert, moet als toeschouwer eerst een wandeling door het museum maken. „Ik heb gemerkt dat een tocht naar een ongewone speelplek het publiek open en ontvankelijk maakt, meer dan in een reguliere schouwburg. Het is ook of ik dichter bij hen sta dan in de zaal.”

Van Doesen groeide op in Winschoten, waar haar vader werkte als toneelmeester in de plaatselijke schouwburg. Als kind zag ze veel toneel en ontmoette ze de spelers in de artiestenfoyer. „Die uitbundige wereld sprak me aan”, herinnert Van Doesen zich. „Ik wilde later ook lid zijn van zo’n hechte groep.”

Na haar lessen aan de

Vooropleiding Theater Groningen en de toneelscholen van Maastricht en Amsterdam sloot Van Doesen zich aan bij Compagnie Dakar, later werd dat ’t Woud Ensemble. „We speelden Maat voor maat met een groep van negen spelers. Nu brengen we De Beer met zijn drieën. Net zoals in mijn spel ben ik van groot naar klein gegaan. De band die we nu met elkaar hebben, is intens. In een groot ensemble kun je je makkelijk aan de verantwoordelijkheden en verplichtingen onttrekken, nu kan dat niet. We zijn op elkaar aangewezen, elke verandering in het spel van Bart Klever of Ad van Kempen is van invloed op mijn speelstijl.”

Gedurende een les tijdens de Vooropleiding Theater leerde Van Doesen een van de belangrijkste wetten van toneel: eenvoud. Bij een spelopdracht moest ze acteren dat ze een boze droom had waarin ze was opgesloten in een kelder. „Ik acteerde die nachtmerrie op een theatrale manier. Maar niemand geloofde me. Daarna speelde ik dezelfde scène koel en onbewogen. Sommigen kregen tranen in de ogen. Dat werkte dus.”

Om de rol van de weduwe in De Beer te doorgronden, las Van Doesen biografieën over Tsjechov en zijn korte verhalen. Vooral De dame met het hondje boeide haar. „Ik zocht naar het beeld dat Tsjechov schetst van vrouwen. In De Dame komt een generaal aan de orde die op de dame verliefd is en haar probeert te verleiden. Maar die man heeft thuis in Moskou nog een vrouw zitten. Ik ben vooral geïnteresseerd in die thuiszittende vrouw, Wat doet zij? Hoe gaat ze om met die man van haar die op vrijersvoeten is? Weet ze dat?”

Al schreef Tsjechov zijn werk een eeuw geleden, volgens Van Doesen zijn deze vrouwenportretten modern. „De vrouw lijkt het slachtoffer, maar als je goed tussen de regels leest, is zij de sterkste. Dat geldt ook voor Popova. Zij bepaalt de omslag in het verhaal. Het lijkt of die beer van een kerel, Smirnov, van zijn ontmoeting met de vrouw een battle of sexes maakt. Hij vernedert haar, noemt vrouwen „poëtische wezentjes... maar als je in hun ziel kijkt, dan zie je een doodgewone krokodil”. Hoe meer Popova moet incasseren des te sterker zij wordt, meent Van Doesen. „Zo vul ik mijn rol in: met sober spel de tegenstander uitputten, en dan toeslaan. Dat hij verliefd op mij wordt en ik op hem, dat weet ik al vanaf de eerste seconde. Maar mijn personage weet dat nog niet. Ik rek de tijd. Laat de man alle hoeken van de binnenplaats zien. Totdat hij uiteindelijk voor mij door de knieën gaat. Hij denkt dat hij mij beheerst, maar het is andersom. Ik heers over zijn gevoelens.”

De Beer door ’t Woud Ensemble. Festival De Karavaan. Zuiderzeemuseum, Enkhuizen. T/m 26 juli. Inl. www.woudensemble.nl

    • Kester Freriks