De verpersoonlijking van Europa

Ze overleefde Auschwitz, vocht voor de legalisering van abortus, werd de eerste voorzitter van het Europees parlement en schreef een no-nonsense-autobiografie .

Simone Veil, in april dit jaar in Parijs AFP/Eric Feferberg De verpersoonlijking van Europa Simone Veils (1927) leven kent drie thema’s: Holocaust, feminisme en vrede French former Minister and European parliamentary President, member of the Academie Francaise (French prestigious Arts and Sciences Academy) Simone Veil arrives at Saint-Pierre de Loudun church to attend Rene Monory funeral mass on April 16, 2009 in Loudun, center France. French former Senate chief (1992-1998) and Minister Rene Monory, 85, who retired from political life in 2004, died last April 11. AFP PHOTO ERIC FEFERBERG AFP

Simone Veil: Een leven. Vertaald door Frans de Haan. Atlas, 295 blz. € 24,90

Vlak voor de recente Europese verkiezingen werd ze door elke Franse krant geïnterviewd: Simone Veil, de eerste gekozen voorzitter van het Europees Parlement (1979). In Le Journal du Dimanche constateerde ze dat de situatie in dertig jaar was omgekeerd: in haar tijd had het parlement geen enkele serieuze macht, maar wél alle media-aandacht, tegenwoordig heeft het parlement echt macht, maar keurt niemand het een blik waardig. ,,Voor mij is Europa vooral vrede”, zei Veil in de VAR-matin, „we begonnen met 5 of 6, nu zijn we met 27. Dat is een uitzonderlijk succes! We zijn niet meer in oorlog!” Turkije behoort volgens haar niet tot Europa, Sarkozy vindt ze het uitstekend doen en ze heeft begrip voor de wijnboeren die hun rosé verdedigen.

Veel uitspraken van deze grote voorvechter van Europa zijn terug te vinden in haar recentelijk vertaalde autobiografie, Een leven. Ze was net 80 toen het boek in 2007 in Frankrijk verscheen. Het is niet bijzonder goed of meeslepend geschreven maar je blijft wel achter met een indruk van ontzag en bewondering voor deze vrouw, wier leven door drie thema’s is getekend: de Holocaust, het feminisme en Europa.

De autobiografie is een genre waarvan wel gezegd wordt dat het van alle literaire vormen de minste waarheid bevat, gedreven als de auteur wordt door de wil zijn eigen mythe veilig te stellen. De als zeer gesloten bekendstaande Veil doet geen poging haar positie te herdefiniëren, haar imago bij te schaven. Haar toon is er een van no-nonsense, feitelijk, becommentariërend, eerder opsommend dan opeisend. Een eigengereide, superintelligente vrouw die, nadat ze Auschwitz had overleefd, vastbesloten was zich in te zetten voor de waarden die ze hoogachtte. Vastberaden, kritisch, doortastend en bescheiden, ook toen ze op het feministische en Europese toneel een grootheid werd.

Veil groeide op in Nice, in een Joods, patriottistisch en a-religieus gezin. Haar vader was een architect en haar moeder, Simones grote voorbeeld, gaf af en toe les op een lyceum. Als meisje leefde Simone ‘in symbiose’ met haar moeder, die tegenover haar man weinig in te brengen had. Yvonne Jacob-Steinmetz ‘bracht haar verlangen naar zelfstandigheid’ over op haar dochter, evenals de overtuiging dat een vrouw het aan zichzelf verplicht is te studeren en te werken – ‘zelfs als haar echtgenoot er niet positief tegenover staat’. Haar vrijheid en zelfstandigheid staan voorop. Het legde de basis voor een van de grootste gevechten die Simone Veil in haar leven voerde, die voor de legalisering van abortus (1974). Na een imposante carrière in de magistratuur (ambtenaar bij het ministerie van Justitie, directoraat Gevangeniswezen, directoraat Civiele Zaken, adviseur van toenmalig president George Pompidou) benoemde Jacques Chirac haar tot minister van Volksgezondheid. Ze was toen de enige vrouw met een ministerspost en kreeg meteen te maken met een wetsvernieuwing die heel Frankrijk in beroering bracht en die haar in één klap beroemd maakte. Met alles wat ze in zich had verdedigde ze het wetsvoorstel dat abortus niet langer strafbaar stelde, ter vervanging van een wet uit 1920. Ze had de steun van president Chirac, maar werd geconfronteerd met aanvallen van de conservatieve lobby, behoudende artsen, graffiti van hakenkruisen, bedreigingen en manifestaties van vrouwen die rozenkransen baden voor het gebouw van de Nationale Vergadering in Parijs. De wet werd aangenomen en Veils naam is in de geschiedschrijving verbonden met die harde strijd – één vrouw die het opnam tegen mannelijke politici in, zoals Jacques Chirac het formuleerde, ‘een zaak van de vrouwtjes’.

Aangrijpend in deze autobiografie zijn vooral de eerste hoofdstukken. Daarin vertelt Veil, op beschouwende toon, hoe Nice, na het vertrek van de Italianen, door de nazi’s wordt bezet, waarna de razzia’s beginnen. De armoede slaat toe, identiteitsbewijzen worden (vruchteloos) vervalst, de familie valt uiteen. Met haar moeder en zuster wordt Simone op transport gesteld naar Drancy, en naar Auschwitz-Birkenau. Haar zuster en Simone overleven ‘de hel’ dankzij het feit dat een kapo, een voormalige prostitué, een zwak heeft voor de mooie, 16-jarige Simone. Haar moeder sterft aan tyfus, vlak voor de bevrijding van het kamp. ‘Ook nu nog besef ik dat ik nooit in haar heengaan heb kunnen berusten.’ Haar vader en broer worden op transport gezet naar Kaunas in de Baltische Staten. Over hun lot heeft niemand haar sindsdien iets kunnen vertellen.

In haar boek neemt Veil, die lang de Stichting ter herinnering aan de Shoah voorzat, stelling tegen ‘het masochisme van intellectuelen als Hannah Arendt’, ten aanzien van de collectieve verantwoordelijkheid en de banaliteit van het kwaad. Ze kwalificeert het als ‘een gemakkelijke goocheltruc’, als ‘de wanhopige oplossing van een Duitse die tracht tot elke prijs haar land te redden en de verantwoordelijkheid van de nazi’s te laten opgaan in een meer diffuse, onpersoonlijke verantwoordelijkheid’. Ze beschrijft hoe ze leed onder het feit dat niemand wilde weten wat de overlevenden van het kamp hadden meegemaakt, men luisterde liever naar de heldenverhalen van verzetsmensen als haar zus en verzetsvrouw Denise, die levend uit Ravensbrück was teruggekeerd. Lange tijd, schrijft Veil, bestond er een enorme kloof tussen het Frankrijk van de Collaboratie en dat van het Verzet.

Ervaringen als deze maakten van Simone Veil de latere verpersoonlijking van Europa. Nooit zou ze zich met hart en ziel inzetten voor één politieke partij, veel Fransen beschouwen haar ook nu nog als iemand die boven de partijen staat. ‘Ik wil trouw blijven aan mijn principes’, schrijft ze, ‘de politiek fascineert me, maar zodra politieke intriges gaan meespelen, interesseert ze me niet meer’. Rechtvaardigheidsgevoel, respect en waakzaamheid ten aan zien van de ontwikkeling van de samenleving blijven haar uitgangspunten.

Mede dankzij Giscard d’Estaing werd ze de eerste voorzitter van het Europese parlement. Wie kon een beter symbool zijn van de toekomst van Europa dan een ex-gedeporteerde? En passant laat Veil zich ook uit over het huidige Europa. Ze constateert de paradox van globalisering en toenemende gehechtheid aan nationale identiteit en karakteriseert de Europese eenheid van nu als ‘een verzameling Russische matroesjka’s’. Na haar vertrek bij de Constitutionele Raad in maart 2007, steunde ze de kandidatuur van Nicolas Sarkozy. Zijn verkiezing betekende voor Frankrijk ‘een elektroshock’, Frankrijk werd weer ‘in beweging gebracht’, vooral op de kerngebieden onderwijs, arbeid, huisvesting, gezondheidszorg, rechtspraak en staatshervorming. Onlangs werd Veil gekozen in de Académie française. Ziekte weerhield haar er tot nu toe van haar entrée te maken in dit gezelschap. Dat haar rede sterker, strijdvaardiger en inhoudelijker zal zijn dan die van menig voorganger, valt nu al te voorspellen.

    • Margot Dijkgraaf