'De Amerikaanse tolerantie is Hollands'

Buiten, op de binnenplaats van het West-Indisch Huis in het hart van Amsterdam, staat een beeld van Peter Stuyvesant. Binnen zit filosoof en journalist Russell Shorto, directeur van het John Adams Institute, dat gevestigd is in het uit 1617 daterende pand. Shorto (50) publiceerde in 2004 een vuistdik boek over Manhattan, met daarin hoofdrollen voor de West-Indische Compagnie en haar representant op Manhattan, Peter Stuyvesant. Shorto’s aanwezigheid op uitgerekend deze plaats lijkt op het soort toeval waar hij in zijn verhalende geschiedschrijving, zoals het recente Descartes’ Bones, gretig en voortdurend op wijst.

Russell Shorto: ‘Hollanders schrokken niet terug voor het in de pan hakken van de vijand’ Foto Vincent Mentzel ‘De Amerikaanse tolerantie is Hollands’ Historicus en filosoof Russell Shorto over Nederland en de VS, geloof en rede, en over Descartes en Stuyvesant Buiten, op de binnenplaats van het West-Indisch Huis in het hart van Amsterdam, staat een beeld van Peter Stuyvesant. Binnen zit filosoof en journalist Russell Shorto, directeur van het John Adams Institute, dat gevestigd is in het uit 1617 daterende pand. Shorto (50) publiceerde in 2004 een vuistdik boek over Manhattan, met daarin hoofdrollen voor de West-Indische Compagnie en haar representant op Manhattan, Peter Stuyvesant. Shorto’s aanwezigheid op uitgerekend deze plaats lijkt op het soort toeval waar hij in zijn verhalende geschiedschrijving, zoals het recente Descartes’ Bones, gretig en voortdurend op wijst. Russell SHORTO. Amerikaans auteur, schrijver. Directeur John Adams Intituut , Amsterdam. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Nederland. Amsterdam, 19 juni 2009 Mentzel, Vincent

Nog iets anders frappeert. In zijn Manhattan-boek zwaait Shorto het Nederland van de Gouden Eeuw de lof toe, die het zijns inziens om politieke redenen altijd onthouden is. Maar hij is een al even groot pleitbezorger van het Nederland van vandaag. In mei bezong hij in The New York Times Magazine het Nederlandse model van de verzorgingsstaat. Naar aanleiding van Going Dutch, (waarvan deze krant op 16.05 een deel publiceerde), ontving de Times volgens Shorto duizenden reacties, hijzelf honderden.

In het West-Indisch Huis, gezeten in wat ooit een bestuurskamer was, zegt Russell Shorto: „De meeste reacties op mijn stuk waren welwillend tot zeer positief. Ik wilde vorige zomer al schrijven over dit onderwerp, maar stelde het steeds uit. De kredietcrisis brak uit, Obama werd gekozen en eindelijk klom ik dan toch in de pen. Het moment had niet beter kunnen zijn. Amerika is op zoek naar alternatieven voor het wilde kapitalisme en worstelt met een rampzalig gezondheidszorgstelsel. Het Nederlandse private/publieke model is voor zo’n land een alternatief, althans elementen ervan. Een jaar geleden zou mijn pleidooi nog zijn afgedaan als communistenpropaganda, nu wordt het serieus genomen. Beschuldigd van links-radicale aspiraties ben ik natuurlijk evengoed wel, maar dat stelt me gerust: Amerika zou zichzelf echt helemaal kwijt zijn, als zulke reacties er niet waren geweest.”

Shorto wijst op het belang van traditie: de Nederlanden hebben altijd wel een georganiseerde vorm van armenzorg gehad. De verzorgingsstaat komt niet uit de lucht vallen. „Verbanden leggen tussen heden en verleden is riskant, maar ook onvermijdelijk. Bij geschiedschrijving ontkom je er al helemaal niet aan.”

Want in den beginne is er niets?

„Als je begint, zit je te midden van al je materiaal, duizenden en duizenden documenten en feiten. Die hebben van zichzelf geen reliëf, geen structuur, geen hiërarchie. Alles is even belangrijk – en even onbelangrijk. Je kunt ervoor kiezen lijsten aan te leggen, objectief en waardevrij. Maar ik wil een verhaal vertellen, hoewel dat niet wil zeggen dat ik speculeer. Doe ik dat, dan laat ik de lezer dat weten. Maar als ik schrijf dat op die en die dag in 1621 de zon schijnt, dan is dat gebaseerd op bronnen. Cruciaal is dat je een narratief-organiserend element vindt. Het echte verhaal bevindt zich altijd onder de oppervlakte.”

In Nieuw Amsterdam, De oorsprong van New York, zoals de titel van zijn boek over Manhattan in vertaling luidt, is dat echte verhaal de strijd van de kolonisten tegen de West-Indische Compagnie. „De Compagnie beschouwde hen als werknemers en liet zich weinig gelegen liggen aan hun bescherming. Dat gevecht spitste zich weer toe in het hoogoplopende conflict tussen de laatste directeur-generaal ter plaatse, Peter Stuyvesant, en de advocaat en kolonist Adriaen van der Donck.

„Stuyvesant was een Fries, calvinist, zoon van een dominee; Van der Donck kwam uit Breda, was geschoold door Hugo de Groot en katholiek. Zij vormden het verhaal over het wereldrijk van de Verenigde Provinciën van de Gouden Eeuw op microniveau. Temeer daar Stuyvesant, toen de Engelsen in 1664 aan de poorten rammelden, het gelijk van de toen al overleden Van der Donck maar al te goed inzag. Als Manhattan deel was geweest van de Nederlandse staat, zoals Van der Donck bepleitte, en niet slechts een simpele handelspost, was Nederlands nu misschien wel de voertaal geweest in Amerika.”

Een soortgelijk ‘organiserend’ principe vond Shorto voor zijn jongste boek, De botten van Descartes, in het gebeente van de grondlegger van ‘de moderniteit’ en van de waardevrije, niet-Aristotelische wetenschap, de Franse filosoof René Descartes (1596-1650). Aan de hand van het eeuwenlange, vaak potsierlijke gesol met de botten van de schrijver van het baanbrekende Discours de la méthode, analyseert Shorto het tot op de dag van vandaag voortdurende conflict tussen ziel en rede, tussen geloof en wetenschap, religie en secularisme. Doordat Descartes twintig jaar in de Nederlanden woonde en hier, wegens de relatief grote vrijheid van meningsuiting, zijn Discours publiceerde, schrijft Shorto in dit boek opnieuw over het Nederland van de Gouden Eeuw. En over het Nederland van vandaag, dat worstelt met de plaats van de islam.

„Descartes is nog springlevend”, zegt Shorto. „Dankzij Descartes wordt alleen in Europa al vier eeuwen getracht godsdienst te weren. Overal elders is het godsdienstige sterk aanwezig en geaccepteerd. Daarom begrijpen moslims die hier leven de scheiding tussen kerk en staat nauwelijks.”

U bepleit een middenpositie tussen geloof en rede.

„Net als gematigde en radicale moslims zijn er gematigde en radicale aanhangers van de Verlichting. Volgens de Amerikaanse schrijver Christopher Hitchens, onlangs te gast op het John Adams Institute, behoort godsdienst tot de kindertijd van de mensheid. Ik ben wat religie betreft fan noch expert, maar ik denk dat geloven bij de aard van het beestje hoort. De rede past op sommige delen van de werkelijkheid, en niet op andere, waar kunst en religie weer beter van toepassing zijn. Het is een van de taken van de rede om te gaan met hetgeen de rede te buiten gaat. Mensen geloven, you better deal with it .”

Het is toeval dat Shorto in aanraking kwam met de Nederlandse geschiedenis. Een ander Stuyvesant-monument dan dat op de binnenplaats van het West-Indisch Huis – Stuyvesants grafsteen op het kerkhof van St.Mark’s-in-the-Bowery op Manhattan, ‘om de hoek’ van het appartement waar Shorto destijds woonde – bracht hem op het idee de geschiedenis te schrijven van de stichters van Manhattan. Dat waren Nederlanders – anders dan de dominante en overweldigend ‘anglocentrische’ geschiedschrijving over de oorsprong van het huidige Amerika doet voorkomen. Het boek met de oorspronkelijke titel The Island at the Center of the World, The Epic Story of Dutch Manhattan and the Forgotten Colony That Shaped Amercia werd een bestseller, tot Shorto’s eigen verrassing. „Juist omdat het zo’n evident en groot hiaat was in de literatuur, dat bovendien min of meer bewust was gecreëerd, dacht ik dat de geschiedenisbewakers van Yale en Harvard wel over me heen zouden vallen, maar die waren kennelijk uitgestorven. De tijd was rijp, het is goed mogelijk dat ik twintig jaar geleden om dit boek was weggehoond. Geschiedschrijving is nooit definitief. Ook de inhoud van mijn boek zal weer worden bijgesteld en anders geïnterpreteerd. Zo hoort het.”

U prijst het huidige Nederlandse model, u steekt de loftrompet over de Nederlandse tolerantie en diversiteit als oorsprong van het succes ‘Amerika’. U beschrijft hoe Nederlanders als eersten de republiek invoerden, democratie uitvonden, de wetenschap omarmden. Zijn Nederlanders scheppers van de moderne beschaving?

„De tolerantie die in de Lage Landen heerste, is deel geworden van de Amerikaanse identiteit en grondslag voor de Amerikaanse melting pot. Maar dit alles wil niet per se zeggen dat de Nederlanders van destijds een betere mensensoort waren. De tolerantie was niet zozeer het gevolg van hooggestemde idealen, als wel een manier van overleven, ‘sociale lijm’. Lagergelegen gebieden zijn in fysiek opzicht een logische plaats om naar toe te vluchten en de diversiteit die daardoor hier ontstond dwong tolerantie af. Pas later zijn bij de praktijk de ideeën bedacht. Het neemt niet weg dat de diversiteit van de Nederlanden uniek was in de wereld. De helft van alle boeken die in de Gouden Eeuw in de wereld gepubliceerd werden, is hier verschenen. Dat is ongelooflijk en indrukwekkend.”

Lag aan die Gouden Eeuw alleen pragmatisme ten grondslag?

„Nog altijd dammen Nederlanders iets dat elders bestreden wordt – euthanasie, drugs, prostitutie – in door het onder ogen te zien en te regelen. Maar dat dit landje een wereldrijk werd, verklaart iemand als Geert Mak ook nog op een andere manier. Hier levend besef je nauwelijks dat dit land een grens deelt met Duitsland; het lijkt veel dichterbij Amerika te liggen. Dat Nederlanders zich richten op verre landen en niet op de buren heeft volgens Mak – en ik vind dat een interessante redenering – te maken met het geringe formaat van het land. In Europa is Nederland klein, maar in de rest van de wereld doet dat er niet toe, en toen al helemaal niet.

„De Spaanse overheersing en de tegen de Spanjaarden gerichte Unie van Utrecht van 1579 hebben ook een handje geholpen. Op dat moment werd een natie gesticht, die niet, zoals elders, geleid werd door een koning of een feodale heerser, maar door burgers. Die gingen hun gang, en vonden al doende min of meer terloops de democratie uit. Ze waren zeevarend, en omdat schepen soms zonken, vonden ze door het risico van hun investeringen te spreiden al even terloops ook de beurs en de handel in aandelen uit. Als waterdeskundigen zagen ze ook eerder dan de Engelsen in dat Manhattan de ideale poort tot het nieuwe, te ontginnen continent vormde.”

Toch ging het mis.

„Dat hangt af van je perspectief. In Amerika is de Amerikaanse revolutie het grote moment in de geschiedenis en is de Franse pendant een miezerige moordpartij die tot niets leidde. In Europese ogen is het omgekeerd. Als Amerikaan vind ik niet dat het Hollandse model mislukt is. Zeker, de Hollanders raakten Manhattan kwijt, omdat ze het niet als deel van hun grondgebied en de bewoners niet als hun burgers beschouwden. Daarom verzuimden ze het militair te verdedigen. Maar de geest die daar heerste – van tolerantie, diversiteit, dynamiek, de egalitaire geest die sociale stijging door verdienste mogelijk maakte – heeft Amerika gevormd en bepaald. Ik vind dus niet dat het mis ging. ”

De Hollandse handelsgeest bepaalde de glorie maar ook de ondergang.

„Hollanders schrokken als het uitkwam niet terug voor het in de pan hakken van de vijand. Maar ze waren geletterder dan andere volken en hadden een uitzonderlijk ontwikkeld rechtstatelijk bewustzijn. Ik heb heel veel kunnen putten uit rechtbankverslagen. Zoiets kan je blik vertekenen: je kunt gemakkelijk gaan denken dat alles dus om het recht draaide. Hoe dat zij, een geschil over grondbezit op Manhattan werd niet gewapenderhand beslecht, maar uitgevochten voor de rechtbank in Arnhem, omdat de partijen daar vandaan kwamen. De zaak ging over wat nu precies gekocht en verkocht was tussen twee Hollanders, maar in het verslag staat ook van alles over indianen en hun perceptie van bezit. ‘Verkoop’ betekende geen bezitsoverdracht, maar een verbond: we gebruiken beiden de grond, we helpen elkaar. Het gevolg was dat indianen het huis van de nieuwe eigenaar in- en uitliepen en zijn whisky dronken, en dat hij daar meer dan genoeg van kreeg. Overigens voerden de Hollanders aanvankelijk geen oorlog met indianen en gingen zij op basis van gelijkheid met hen om.”

Maar dat gold niet voor de zwarte slaven.

„Iemand zou nog eens moeten schrijven over de zwarten in de Nederlandse kolonie. Hollanders staan bekend om hun slavenhandel, maar dat is achteraf geredeneerd. Je moet naar de feiten kijken zonder kennis van het vervolg. Mijn indruk is dat ze op dat moment het instituut slavernij nog moesten uitvinden. Ze ‘hielden’ wel zwarten, maar op een wijze die nog wortelde in het feodale systeem. Het waren horigen die zich na jaren van hard werken konden vrijmaken. Het verdient nadere studie, maar zeker is dat er gemengde huwelijken werden gesloten. Het racistische systeem is van later.”

Russell Shorto: De botten van Descartes. Vert. Aris J. van Braam. Mouria, 292 blz. €22,90.Nieuw Amsterdam. De oorsprong van New York. Vert. Ellen Krol. Forum, 428 blz. € 19,95.

    • Pieter Kottman