Bommen in Jakarta

President Obama van de Verenigde Staten wilde deze week niet meer wachten op de officiële uitslag van de presidentsverkiezingen in Indonesië, die pas over tien dagen wordt bekendgemaakt. Afgelopen dinsdag feliciteerde hij zijn ambtgenoot en voormalig generaal Yudhoyono al met zijn „indrukwekkende herverkiezing”.

Verloop en uitkomst van de presidentsverkiezingen van 8 juli waren een bewijs dat de democratie zich steviger aan het wortelen was, aldus Obama. Indonesië, een merendeels islamitisch land met 240 miljoen inwoners, kon zich met een gerust hart afficheren als vierde democratische entiteit ter wereld: na India, Verenigde Staten en Europese Unie.

Vandaag werd Indonesië met een harde klap teruggeslagen in een andere realiteit: die van de terreur. Bomaanslagen op twee luxehotels in Jakarta hebben niet alleen acht mensen het leven gekost, maar ook politieke hoop weggeblazen. Voetbalclub Manchester United strooide vanmorgen zout in de wonden door onmiddellijk een tournee af te blazen.

Yudhoyono, die volgens peilingen 60 procent van de stemmen zou hebben gehaald, toonde zich dan ook aangeslagen. Twee weken geleden stond hij nog te boek als de president die Indonesië politiek en economisch naar stabieler vaarwater had geleid. Tijdens zijn eerste ambtstermijn groeide het bruto binnenlands product jaarlijks gestaag met 6 procent. De kredietcrisis leek daarop maar ten dele een neerwaarts effect te hebben. Yudhoyono kon zich eveneens beroepen op zichtbare successen, zoals de relatieve rust in Atjeh en Sulawesi. Dat de corruptie amper werd teruggedrongen en de mensenrechtensituatie in het oosten van de archipel de toets der kritiek nog amper kon doorstaan, werd de ex-militair niet al te euvel geduid.

Yudhoyono staat nu voor de politieke vraag wie er schuilgaan achter de aanslagen. Snel werd vandaag gewezen op de groep Jema’ah Islamiyah, die in 2002 verantwoordelijk was voor de bommen op toeristische uitgaansgelegenheden op Bali. De keuze van de hotels, Marriott en Ritz-Carlton, doet vermoeden dat ook de daders in Jakarta het hadden gemunt op plekken waar westerlingen en Indonesiërs samen zijn. Hoewel Jema’ah Islamiyah de laatste jaren aan kracht heeft ingeboet en de islamitische partijen bij de recente verkiezingen amper electoraal winst hebben geboekt, zouden jongeren in het netwerk juist geradicaliseerd zijn in hun haat jegens het Westen. Maar Yudhoyono zelf toonde zich vanmorgen juist voorzichtiger. Hij vond het nog te vroeg om de terreurdaad aan Jema’ah Islamiyah toe te schrijven.

De terughoudendheid van Yudhoyono voedde de theorie dat de Indonesische president wellicht ook rekening houdt met een aanval van concurrerende politici die met dit soort provocaties ervaring hebben. Ook voor zo’n aantijging is het overigens nog te vroeg. Maar juist door deze onduidelijkheid zijn de aanslagen zo’n omineus signaal. Wie er ook achter zitten, ze zijn gericht tegen een land dat een voorbeeld wil worden voor de democratisch islamitische wereld.