Biedingsstrijd Opel niet voorbij

Als om de bizarre aard van de biedingsstrijd rond Opel te onderstrepen, lijkt de partij die het laagste bod heeft uitgebracht deze week de grootste kans op de hoofdprijs te maken. RHJ International wordt als een serieuze gegadigde beschouwd, nadat de firma een bod van bijna 300 miljoen euro heeft uitgebracht op een meerderheidsbelang in de kwakkelende Europese tak van General Motors (GM). Maar het bod van het in Brussel gevestigde beleggingsfonds is nog niet de helft van het bedrag dat het Chinese Beijing Automotive zou hebben geboden. Het is ook aanzienlijk minder dan de 500 miljoen euro die de Canadese auto-onderdelenproducent Magna, waar vermoedelijk de voorkeur van de Duitsers naar uitgaat, op tafel heeft gelegd.

GM gebruikt het jongste bod van RHJ waarschijnlijk om Magna tot een betere deal te bewegen. GM en Magna zijn sinds mei in lastige onderhandelingen verwikkeld. Maar dit is politiek complex in Duitsland, waar duizenden banen op het spel staan in wat een lakmoesproef voor de coalitieregering is geworden. En de verkoper is een nog maar net uit een faillissementsprocedure tevoorschijn gekomen GM, dat tracht krachtige banden met Opel te behouden, en Opel misschien in de toekomst zal willen terugkopen.

Iedere koper zal de Duitse politici en GM tevreden moeten stellen, en de Duitse vakbonden ervan moeten zien te overtuigen dat zijn langetermijnplannen met Opel serieus zijn. Magna was erin geslaagd dat allemaal voor elkaar te krijgen, totdat vragen over de overdracht van technologie en mogelijke concurrentiegeschillen met GM in Rusland een spaak in het wiel staken.

Maar de steun van de Duitse vakbonden en politici voor het Canadese concern lijkt niet zwakker te zijn geworden. De minister-president van Hessen, waar een van de vier Duitse fabrieken van Opel is gevestigd, heeft al gewaarschuwd dat de 474 miljoen euro die hij heeft toegezegd als onderdeel van de 1,5 miljard euro aan staatsgaranties voor Opel uitsluitend naar Magna kunnen gaan. En de Duitse vakbonden zijn verbaasd dat het jongste, verbeterde bod van RHJ geen fabriekssluitingen meer omvat, terwijl het oorspronkelijke plan de sluiting van twee fabrieken en de verkoop van een derde behelsde.

Het lijkt een onmogelijke opgave voor RHJ, dat al te kampen heeft met de impopulariteit van beleggingsfondsen in Duitsland. Dat is waarschijnlijk de reden dat de Belgische firma zo’n laag bod heeft uitgebracht: zij weet dat het om veel méér gaat dan om geld alleen.

    • Pierre Briançon