100.000 jaar geleden was dit kunst

Mensen in Zuid-Afrika bekrasten honderdduizend jaar geleden okerblokjes.

Doelbewuste tekeningen, die wijzen op een oeroude culturele traditie.

Stukje oker met krassen. Doelbewuste tekeningen Bekraste stukken oker ontdekt in Zuid-Afrikaanse Blomblos-grot Henshilwood, Christopher S.

De oudste symbolische uiting van de mens blijkt onderdeel van een culturele traditie die zo’n 30.000 jaar bestaan heeft. Het gaat om een stuk rode oker (een mineraal met veel ijzeroxide) met een abstract lijnenpatroon, dat zeven jaar geleden veel opzien baarde: het is 72.000 jaar oud.

Het was al wel duidelijk dat dat stuk niet op zichzelf stond. Want tegelijkertijd was ook al een kleiner bekrast stuk gevonden. Later dook een benen speerpunt op met net zo’n lijnenpatroon.

Nu zijn in dezelfde Kaapse Blombosgrot in Zuid-Afrika nog eens dertien bekraste stukken gevonden, in ouderdom variërend van 100.000 tot 70.000 jaar. Tot de vondst van de bekraste oker waren de oudst bekende kunstuitingen jonger dan 40.000 jaar. Toen begint de Laat Paleolithische Revolutie in Europa, met de beroemde venus- en leeuwenbeeldjes uit Duitsland. In de afgelopen twee maanden nog doken in Duitsland een oude fluit en een bijzonder Venusbeeldje op, beide met een leeftijd van 36.000 tot 40.000 jaar.

Wat nu aan bekraste blokjes is gevonden, is niet te vergelijken met de vaak adembenemend mooie prehistorische kunst uit Europa. Maar het zijn wel doelbewuste tekeningen. Uit de nieuwe vondsten blijkt dat het gaat om een echte culturele traditie, zo schrijven archeologen onder leiding van Christopher Hershilwood in het julinummer van het Journal of Human Evolution.

Rode oker komt al vanaf 250.000 jaar geleden voor in archeologische vindplaatsen. Waarschijnlijk is het als kleurstof gebruikt om kleren of het lichaam te kleuren. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat de oker tot poeder werd vermalen. Ook kan het gebruikt zijn om speerpunten en andere werktuigen vast te zetten op handvatten.

De kraspatronen van 100.000 tot 70.000 jaar geleden zijn weinig opzienbarend maar gelden toch als een aanwijzing voor symbolisch en abstract denken. Een dier zou het nooit doen. Ook van de Neanderthaler is nooit zoiets gevonden. De associatie van een paar kunstvoorwerpen met Neanderthalers, circa 40.000 jaar oud, is zeer omstreden.

Het ontstaan van ‘modern’ symbolisch denken is een van de grote wetenschappelijke problemen inzake de recente evolutie van de mens. De oudste botten van Homo sapiens, onze eigen soort, zijn 200.000 jaar oud. Maar deze lijnpatronen en tot kralen vermaakte schelpjes (ook 100.000 tot 70.000 jaar oud) zijn de oudste herkenbare symbolische uitingen.

Vier van de nieuwe okerstukken komen uit dezelfde aardlaag als de bekende stukken, 72.000 jaar oud. Een ander is 77.000 jaar, en de acht andere stukken komen uit een aardlaag in de grot die op 100.000 jaar gedateerd is. Sommige stukken zijn gebroken, oorspronkelijk zal de voorstelling groter zijn geweest.

Nader onderzoek van het al eerder gepubliceerde grote okerblok wijst uit in welke volgorde de lijnen geplaatst zijn. Duidelijk is te zien hoe later een eerder patroon is voortgezet om het hele patroon compleet te maken. Toen ze net gemaakt waren, zullen de lijnen op de meer verweerde stenen helderrood zijn geweest.

Er lijken vier basispatronen te bestaan in het lijnenspel: 1. schuin gekruiste lijnen; 2. vertakte lijnen; 3. parallelle lijnen en 4. lijnen in rechte hoeken op elkaar. De derde categorie komt alleen in de jongste periode voor, de vierde alleen in de oudste. De functie of betekenis van de lijnen is onduidelijk.

Mogelijk verwijzen de krassen naar objecten in de werkelijkheid, op een manier die wij niet begrijpen – zoals ook veel achtergrondkennis noodzakelijk is om te herkennen waarnaar een christelijk kruis verwijst, op zich ook een abstract teken. De archeologen noemen het een ‘redelijke speculatie’ dat de patronen voorbeelden of sjablonen waren van dessins die met oker werden getekend op mensen, op kleren, of op andere dingen.

    • Hendrik Spiering