Zware inbreuk op de bronbescherming

Dagblad De Telegraaf wil dat de veiligheidsdienst AIVD stopt met afluisteren van zijn journalisten. Hun bronbescherming is in het geding. De rechter moet oordelen.

Hun telefoon werd afgeluisterd en uitgepeild. Ze werden gevolgd en geobserveerd.

Ten minste drie journalisten van dagblad De Telegraaf, onder wie hoofdredacteur Sjuul Paradijs, zijn maandenlang in de gaten gehouden door de AIVD. De veiligheidsdienst wilde weten welke medewerkers staatsgeheime stukken naar de krant hadden gelekt.

Vandaag eiste De Telegraaf, gesteund door het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren en de vakbond NVJ, dat de AIVD onmiddellijk ophoudt zijn medewerkers af te luisteren en dat het verzamelde materiaal wordt vernietigd. In 2006 stapte de krant ook al naar de rechter, nadat de telefoons van twee verslaggevers maandenlang afgetapt bleken na publicaties over een gelekt AIVD-dossier over crimineel Mink K.

„Het is weer hetzelfde gedonder”, zegt Telegraaf-advocaat Bas le Poole. „Niet te geloven”, zegt NVJ-secretaris Yvonne Dankfort. „We dachten dat het na de eerste keer afgelopen zou zijn.”

De nieuwe zaak draait rond twee publicaties: één over de falende informatievoorziening aan het kabinet over Iraakse massavernietigingswapens in 2003 en één over de beveiliging tijdens het bezoek van de Dalai Lama.

Al na het eerste stuk sloeg de AIVD groot alarm. „AIVD faalde rond Irak”, kopte De Telegraaf op 28 maart op de voorpagina. Uit interne ambtelijke evaluaties bleek dat de dienst in de aanloop van de Irak-oorlog (2003) klakkeloos Britse rapporten had overgeschreven over massavernietigingswapens in Irak, en die niet had geverifieerd, zo berichtte de krant.

Dat was politiek gevoelige informatie. De commissie-Davids, die in opdracht van de regering de Nederlandse steun aan de oorlog onderzoekt, liet weten naspeuring te zullen doen naar het rapport. Volgens de AIVD ging het om een interne conceptnotitie die staatsgeheim was. Het openbaar maken van staatsgeheimen is strafbaar.

Vorige maand arresteerde de rijksrecherche een 39-jarige AIVD’er en haar partner, ex-medewerker van de dienst. De politie doorzocht ook de woning van Telegraafjournalist Jolande van der Graaf. Ook zij is verdachte.

Volgens de AIVD staat vast dat de AIVD-medewerkster over de conceptnotitie over de informatievoorziening rond Irak beschikte. Vast staat ook dat de AIVD’ers „heimelijke contacten” onderhielden met de Telegraafjournalist.

Hoe de AIVD dat weet?

Doordat de telefoon van Jolande van der Graaf maandenlang is afgeluisterd, zegt advocaat Le Poole. Uit het zogeheten ambtsbericht dat de AIVD in juni naar justitie stuurde, blijkt volgens hem dat ook adjunct-hoofdredacteur Joost de Haas (zelf in 2006 afgeluisterd) en hoofdredacteur Paradijs doelwit zijn geweest. Verder blijkt dat printgegevens van de mobiele telefoons zijn opgevraagd, dat de mobieltjes zijn uitgepeild en dat Van der Graaf maanden is gevolgd en geobserveerd.

„Staatsterreur”, kopte De Telegraaf de dag na de huiszoeking. „Een zeer grote inbreuk op de bronbescherming van journalisten”, reageerde de NVJ.

Het principe dat journalisten hun bronnen niet hoeven prijs te geven staat niet ter discussie. Een wetsvoorstel om dit principe te verankeren, is in voorbereiding. Door journalisten af te luisteren, pleegt de AIVD daar inbreuk op. Dat mag alleen als er zeer grote belangen op het spel staan en de staatsveiligheid in het geding is.

In 2006 vond de rechtbank dat dat niet het geval was bij het dossier-Mink K. De AIVD moest direct ophouden met het afluisteren van verslaggevers De Haas en Bart Mos. Het gerechtshof draaide dat oordeel later deels terug. Een lek binnen de AIVD kan wel degelijk de staatsveiligheid in gevaar brengen, aldus het gerechtshof, en de AIVD mocht dus afluisteren. Het vond wel dat de dienst eerder had moeten stoppen met afluisteren.

De Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en de Veiligheidsdiensten (CTIVD) onderzocht de zaak in 2006. Op haar advies werden de richtlijnen aangescherpt. Het afluisteren van personen met een (beperkt) verschoningsrecht, zoals journalisten, moet sindsdien niet per kwartaal, maar elke dertig dagen door de minister van Binnenlandse Zaken worden goedgekeurd.

Dit jaar publiceerde de CTIVD een breder onderzoek naar het aftappen van telefoons en dataverkeer door de AIVD. Het afluisteren van journalisten, stelde de commissie in het verslag, is „vrijwel nooit te rechtvaardigen”. Alleen bij dreiging van „gewelddadige acties” of als er écht geen andere manier is om aan informatie te komen, is zo’n „exceptioneel zware inbreuk” op de journalistieke bronbescherming toelaatbaar.

Minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) liet weten dat de CTIVD te ver ging in haar conclusies: dit zou betekenen dat „bepaalde beroepsgroepen min of meer uitgesloten worden van de mogelijkheid tot onderzoek door de AIVD”. Journalisten zouden dan helemaal nóóit meer mogen worden afgeluisterd.

Volgens advocaat Le Poole is de realiteit anders. „Terwijl het interne onderzoek naar het lek nog moest beginnen, is de AIVD meteen begonnen met het afluisteren Jolande van der Graaf. Dat was wel zo makkelijk.”