Zou jij een bouwbedrijf beginnen?

Het regent faillissementen in de bouw. Maar dat schrikt niet iedereen af.

Drie directeuren beginnen een bedrijf. En ze hebben al twee grote klussen binnen.

Drie bouwvakkers werken aan een zwembad in Mijdrecht. Foto WFA Gemeente De Ronde Venen In Mijdrecht in Gemeente de Ronde Venen word een nieuw zwembadcomplex gebouwd met aanvullende voorzieningen op het gebied van sport en ontspanning. Het complex ligt centraal tussen de gemeenten Mijdrecht en Vinkeveen in het te ontwikkelen Marickenland. De bestaande zwembaden in de 2 gemeenten stammen uit de jaren 70 van de vorige eeuw en voorzien niet meer in alle behoeften. Het project is opgedeeld in verschillende fasen , het ontwerp en de bouw word gedaan door Vaessen b.v. Naar verwachting is maart 2010 het nieuwe zwembad klaar voor gebruik. 

Een dubbel gevoel bekroop Michael Sauerbier toen zijn werkgever, bouwbedrijf Van Hoogevest, begin februari bankroet ging. Sauerbier had net zijn leaseauto, laptop en telefoon ingeleverd, maar eigenlijk voelde hij vooral bevrijding. Natuurlijk vond hij het naar dat zijn werkgever failliet was, maar hij kon maar aan één ding denken: doorgaan en zelf ondernemen.

Terwijl de curatoren begin februari hun intrek namen in het hoofdkantoor van Van Hoogevest, een subtopper in de Nederlandse bouwsector, werkte Sauerbier, samen met collega-directeuren Frank van Herk en Mannes Wietsma, aan een plan om een nieuw bouwbedrijf op te zetten. Tegen de trend in – de bouw staat volgens alle prognoses grote vraaguitval, faillissementen en ontslagen te wachten – lijkt het te lukken. Na een paar maanden hebben ze nu al twee grote klussen binnen. Die komen uit de orderportefeuille van Van Hoogevest, hun oude werkgever.

Van Hoogevest was een familiebedrijf. „Het was nogal hiërarchisch. Iedereen rapporteerde vrijwel direct aan de directeur-grootaandeelhouder.” Niet dat daar iets mis mee is, benadrukt Van Herk. „Het bedrijf is snel en hard gegroeid. In zes jaar is de omzet verdriedubbeld, maar de structuur is nooit aangepast, waardoor het overzicht zoek was.”

De drie directeuren waren anderhalf jaar geleden aangenomen om binnen de bouwdivisie de werkmaatschappij Woning- en Utiliteitsbouw, die vooral huizen en kantoren bouwt, te reorganiseren. „Pas toen we erin zaten, zagen we hoe ziek de patiënt was”, zegt hij. In de vijf jaar voor de crisis zijn de productieprijzen in de bouw hard gestegen. Door speculatie en de toegenomen vraag uit China en India steeg de prijs van grondstoffen alsmaar. En door een tekort aan bouwvakkers stegen de personeelskosten. „Daar is financieel niet goed mee omgesprongen”, zegt Van Herk. Het was Heijmans in het klein, vervolgt hij. De beursgenoteerde bouwgigant sprong ook onzorgvuldig om met de marktomstandigheden en moet nu divisies verkopen, personeel ontslaan, schulden afbouwen en nieuwe aandelen uitgeven om het hoofd boven water te houden.

„Toen wij aantraden, moesten wij fors ingrijpen: projecten opschonen en vestigingen reorganiseren en afbouwen”, zegt Sauerbier. De divisie ging van een omzet van ruim 90 miljoen naar 65 miljoen euro. „En net toen wij het bloeden hadden gestopt, ging het hele bedrijf failliet.” De bank bevroor de betaalrekening van het bedrijf waardoor Van Hoogevest niet meer aan zijn verplichtingen kon voldoen. Volgens de curatoren zit de bouwer met een schuld van meer dan 30 miljoen euro.

„Na twee jaar kon ik de projecten gewoon niet loslaten”, zegt Van Herk. Eind vorig jaar, toen de directeuren er lucht van kregen dat Van Hoogevest in een penibele situatie verkeerde, hadden ze een management buy-out van de bouwdivisie voorgesteld. „In een groot bedrijf als Van Hoogevest, maar ook bij andere bouwers, duurt het lang voordat een beslissing genomen wordt”, zegt Van Herk. „Daarna duurt het nog langer voordat die beslissing is uitgevoerd. Als we met onze werkmaatschappij zelfstandig waren geweest, hadden we sneller veranderingen kunnen doorvoeren.”

Maar de deal ging niet door; er was een koper in beeld die het hele bedrijf wilde overnemen. Toen ook dat plan afketste en Van Hoogevest failliet ging, kwamen de drie directeuren in actie. Via via kwamen ze in contact met Leen Visscher, een vermogende onderaannemer uit Wassenaar die wel zou willen investeren in een nieuw bouwbedrijf. Dus trokken de drie naar het kantoor van Visscher om hun plan te presenteren. „Dat was best wel arrogant”, zegt Van Herk. „Wij moesten hem overtuigen om in ons bedrijf te investeren, terwijl wij juist de directie vormden van een onderdeel van de bouwdivisie van Van Hoogevest, de achilleshiel van een bankroet bedrijf.”

Visscher nam een belang van 70 procent in Visscher Amersfoort, het nieuwe bouwbedrijf. De drie directeuren werden voor 30 procent eigenaar. Nu zitten ze in een kantoortje aan een industrieterrein in het uiterste westen van Amersfoort. De muren zijn kaal, de visitekaartjes net gedrukt.

„Het is inderdaad wel bijzonder dat uit het faillissement - een ingrijpende periode - een nieuw bedrijf groeit”, zegt Sauerbier. „Maar wij moeten het natuurlijk nog wel bewijzen.” De drie directeuren hebben elf bouwspecialisten, van werkvoorbereider tot calculator, van Van Hoogevest meegenomen.

Hoe ze er over een paar jaar bijzitten kunnen ze niet zeggen. Als de prognoses kloppen, gaat de bouwsector een donkere tijd tegemoet. Opdrachtgevers trekken opdrachten voor huizen en kantoren in. Het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid verwacht dat de bouwproductie de komende twee jaar met 15 procent daalt. Ontslagen en meer faillissementen lijken onvermijdelijk.

De twee opdrachten die al binnen zijn, een psychiatrisch centrum in Amersfoort en een winkelcentrum annex appartementengebouw in Aalsmeer, bieden genoeg werk voor dit jaar.

Eén ding weten ze zeker: ze willen niet te groot worden. „We hebben een lijstje met eisen en voorwaarden opgesteld”, zegt Van Herk. Het bedrijf beperkt zich tot het midden van Nederland. Geen projecten in gebieden waar ze niet bekend zijn dus. Ze sluiten opdrachtgevers uit die bekend staan als vechters. „Dat zijn partijen die alles uit de kast halen om tot de laagste prijs te komen.” En het bedrijf mag maximaal 50 miljoen euro omzet per jaar draaien. „Wij gaan niet voor maximale omzetgroei”, zegt Sauerbier. „Dat gaat mis.” Hij doelt op ontspoorde bouwers als Van Hoogevest en Heijmans. „Ons bedrijf moet bestuurbaar blijven.”

    • Melle Garschagen