Ze deed dingen die niemand anders durfde

Natalia Estemirova onderzocht de schending van mensenrechten in Tsjetsjenië.

Ze was een goede vriendin van Anna Politkovskaja, die in 2006 vermoord werd.

Natalia Estemirova liep gisterochtend omstreeks half negen de deur uit van haar huis in Grozny, de hoofdstad van de Russische deelrepubliek Tsjetsjenië. Ze was op weg naar haar werk bij de mensenrechtenorganisatie Memorial toen ze door vier mannen in een witte auto werd gedwongen. Volgens getuigen heeft Estemirova bij de overval geschreeuwd dat ze werd ontvoerd. Dat was haar laatste teken van leven. Enkele uren later werd haar levenloze lichaam gevonden even buiten de stad Nazran in de deelrepubliek Ingoesjetië, die grenst aan Tsjetsjenië. Ze was twee keer van dichtbij door het hoofd geschoten.

Estemirova werkte sinds 2000 bij Memorial, de oudste en meest bekende mensenrechtenorganisatie van Rusland. Ze onderzocht ontvoeringen, moorden en andere mensenrechtenschendingen tijdens de twee oorlogen die Tsjetsjenië de afgelopen vijftien jaar hebben verwoest. De afgelopen maanden verzamelde ze bewijs van een campagne van huisverbrandingen door regeringsmilities. „Ze documenteerde de meest verschrikkelijke schendingen, massa-executies, en was een belangrijke contactpersoon voor buitenlandse journalisten”, zei Tatjana Loksjina van Human Rights Watch tegen persbureau AP. „Ze heeft dingen gedaan die niemand anders durfde.”

Estemirova is vermoord op dezelfde dag dat een rapport verscheen waar ze aan had meegewerkt. Het zeshonderd pagina’s tellende document lijkt de eerste alomvattende poging om getuigenissen van wreedheden in de twee oorlogen tussen Tsjetsjeense separatisten en Russische troepen te verzamelen en te analyseren. Tijdens beide oorlogen waren er veel berichten over willekeurige aanvallen van het leger op burgers, snelle executies van vermeende aanhangers van de rebellen en ontvoeringen van burgers. Volgens het rapport zijn ten minste 484 mensen geëxecuteerd zonder proces en 465 anderen vermoord bij slachtingen.

Veel van de beschuldigingen in Tsjetsjenië wijzen in de richting van de Tsjetsjeense president Ramzan Kadirov en zijn veiligheidstroepen. Voordat hij president van de deelrepubliek werd, was hij de leider van een schimmige militie die wordt beschuldigd van ontvoering en moord. Estemirova was een onverbloemd criticus van de door het Kremlin gesteunde Kadirov. Zijn kantoor weigerde gisteren te reageren op de moord op Estemirova.

Het is de zoveelste moord op een vooraanstaand mensenrechtenactivist in Rusland. Estemirova was een goede vriendin en collega van journalist Anna Politkovskaja, die in oktober 2006 voor de deur van haar flat in Moskou werd doodgeschoten. Ze heeft ook samengewerkt met Stanislav Markelov, een prominente mensenrechtenadvocaat die in januari in Moskou werd doodgeschoten.

De Russische president Dmitri Medvedev heeft snel gereageerd op de moord – in tegenstelling tot andere recente liquidaties. Hij uitte zijn „woede” over haar dood en gaf opdracht tot een uitgebreid justitieel onderzoek. Maar het is twijfelachtig of de daders ooit zullen worden gepakt. De afgelopen jaren zijn in dit soort zaken zeer zelden de verantwoordelijken voor de rechter verschenen. Estemirova beschreef het proces over de moord op Politkovskaja tegen de Britse krant The Guardian als een schertsvertoning. Ze wees erop dat de vermeende schutter nooit gepakt is en dat de opdrachtgever van de moord door het Openbaar Ministerie nooit is gevonden.

Volgens Memorial moeten de Russische veiligheidsdiensten op wat voor manier dan ook betrokken zijn bij de moord op Estemirova.