Waarom heet de bitterbal bitterbal?

Waarom heten bitterballen, bitterballen? Die vraag kwam op bij Inez Rongen uit Amsterdam, toen ze laatst met haar gezin bitterballen zat te eten. „Ze zijn niet bitter, werden ze vroeger misschien bij de oranjebitter gegeten?”

Niet specifiek bij de oranjebitter, maar wel bij het ‘bittertje’ in het algemeen, zoals de borrel (meestal jenever) vroeger wel werd genoemd. Volgens culinair recensent Johannes van Dam is een bitterbal een ronde kroket. „Een klein kroketje voor bij de borrel.”

De eerste vermelding van de bitterbal is uit 1946, in het Woordenboek der Nederlandsche taal. ‘Gefrituurd balletje van gekruiden vleeschragout, met gepaneerden, krokanten buitenkant, meestal als versnapering bij den borrel opgediend’.

De kroket deed zijn intrede veel eerder. „De oudste mij bekende vermelding is uit 1691”, aldus Van Dam. Destijds werden al kroketten gemaakt voor de Franse koning Lodewijk XIV. De kroket, en daarmee ook de bitterbal, is dus geen Nederlandse uitvinding en zeker ook niet alleen in Nederland verkrijgbaar. Van Dam: „Alleen de vorm verschilt nogal. In Spanje zijn de croquetas rond en langwerpig, in België zijn ze vaak rechthoekig en plat. In het buitenland zouden ze een bitterbal ook gewoon een kroket noemen, dus het enige wat Nederlands is, is de naam.”

Het eerste gedrukte Nederlandse krokettenrecept stamt uit 1851, vertelt Van Dam. Van enkele decennia ervoor heeft hij al handgeschreven Nederlandse recepten.

Culinair historica Christianne Muusers beschouwt de bitterbal wel als specifiek Nederlands/Belgisch, zeker als borrelhap. „Nederlanders die in bijvoorbeeld Australië, of Amerika bitterballen serveren mailen me dat de mensen daar versteld staan, omdat ze nog nooit een bitterbal hebben gezien of geproefd.”

Wilmer Heck