Vlinderbrein bestuurt robotkar

Met de kop van een zijdevlinder blijkt het mogelijk om een robotwagentje aan te sturen. Dat is aangetoond door Japanse wetenschappers die bestuurbare insekten ontwikkelen. Het Japanse onderzoek is erop gericht om het insectenbrein beter te begrijpen. Bestuurbare insecten zouden volgens de Japanners ook nuttig kunnen zijn voor het opsporen van explosieven, drugs of slachtoffers van een aardbeving.

Net als een levende mot reageert het afgesneden hoofd van de zijdevlinder (Bombyx mori) op geurstoffen van soortgenoten die het beestje opvangt met zijn antennes. Het kopje volgt een spoor van feromonen, in de praktijk door er kris-kras langs te rijden. Het bizarre experiment is mogelijk omdat robotwetenschapper Ryohei Kanzaki, verbonden aan de universiteit van Tokio, signalen uit de hersenschors kan aflezen via elektroden die in het brein van de mot zijn geïmplanteerd. Met die signalen is het robotkarretje naar links en rechts te sturen.

In een diervriendelijker experiment gespte Kanzaki een zijdevlinder vast boven een beweegbare bol waarmee een ander robotkarretje kon worden aangestuurd. De mot bleek goed in staat om het karretje te besturen, door over de bol te lopen – wederom aangespoord door geurstoffen in zijn omgeving. Als Kanzaki het karretje een afwijking gaf naar rechts of naar links, dan wist de mot zich daaraan aan te passen.

Kanzaki wil in de toekomst insectenbreinen nabouwen. Dat is volgens hem veel makkelijker dan een mensenbrein maken. Ons brein telt honderd miljard neuronen, het brein van een zijdevlindermaar honderdduizend.

In een eerder experiment veranderde Kanzaki het brein van de zijdevlinder genetisch, zodat het diertje reageerde op licht in plaats van geurstoffen. Hij ziet het brein als een puzzel: „We moeten het na kunnen maken als we begrijpen hoe elk stukje eruit ziet en op welke plaats het past.” (AP)