Schone diesel concurrent van hybride auto

In Europa gaat het debat over de emissie van auto’s vooral over CO2 en roet. In de VS staat stikstofoxide centraal, de voornaamste oorzaak van smog. Dat vergt andere techniek.

De auto-industrie staat onder steeds grotere druk. Niet alleen blijft de sector kampen met dramatisch lagere verkoopcijfers, maar ook de door de EU en VS aangezwengelde milieudiscussie trekt een zware financiële wissel op de ontwikkelingsbudgetten van de geplaagde fabrikanten. Naast de CO2-uitstoot speelt ook de discussie over fijnstofemissie (roetvorming bij dieselauto’s) nog altijd een belangrijke rol. De EU heeft dat nu gereglementeerd in de zogeheten Euro 5-norm, die in september ingaat. Maar voor de Verenigde Staten en met name de staat Californië gaan die maatregelen niet ver genoeg. In Californië richt de milieudiscussie zich vooral op de uitstoot van stikstofoxide, de voornaamste oorzaak van smogvorming. En juist diesels hebben een duidelijk grotere uitstoot van stikstofoxide dan benzinemotoren.

Daarom werkt de Duitse autofabrikant Volkswagen inmiddels ook hard aan het terugdringen van de stikstofemissie, die in Europa moet worden geregeld in de zogeheten Euro 6-norm die mogelijk in 2014 ingaat. Volkswagen wil proberen marktaandeel in de Verenigde Staten te veroveren op Toyota, de buitenlandse fabrikant die op die markt de meeste auto’s verkoopt, maar VW moet daar op milieugebied een grote inhaalslag maken wil het met zuinige dieselmotoren kunnen concurreren met Toyota’s benzine- en hybridemodellen.

VW opereerde in Europa tot voor kort ergens in de middenmoot qua CO2-emissie. Net als de andere Duitse fabrikanten legde VW het af tegen de Fransen en Italianen die meer zijn gespecialiseerd in kleinere auto’s, met kleinere motoren en lagere emissies.

Met geoptimaliseerde dieselmodellen, onder de naam Bluemotion, is VW inmiddels aan een inhaalslag begonnen.

Door de werking van de dieselmotoren te optimaliseren, de rijweerstand met andere banden te verminderen, een betere aerodynamica, en de motortoerentallen te beperken, benaderen de huidige VW Bluemotions CO2-emissiewaarden die vergelijkbaar zijn met die van de hybride Toyota Prius. De nieuwe Golf stoot slechts 99 gram CO2 uit per 100 kilometer, de kleine Polo duikt daar met 89 gram zelfs duidelijk onder. Dat is beduidend lager dan het Europese industriegemiddelde van 158 gram, en zelfs minder dan de norm van 130 gram CO2, die de EU voor 2015 voor de auto-industrie heeft vastgesteld.

Fabrikanten hebben echter het probleem dat de VS, nog steeds de belangrijkste automarkt ter wereld, er andere milieuprioriteiten op na houden dan Europa, zoals de NOx-emissie (stikstofoxide). Californië spant wat dat laatste betreft de kroon. „In Californië stellen ze andere eisen aan uitlaatgassen dan in Europa en leggen ze de wettelijke normen ook anders vast”, zegt Raymond Gense, manager duurzame ontwikkeling bij de Nederlandse Volkswagen-importeur Pon.

„Maar hun systeem van aanscherping van de wettelijke eisen schept ruimte voor compensatie”, zegt Gense. „Dat geeft je als fabrikant de ruimte voor een doorlopende ontwikkeling van nieuwe schonere technieken zonder dat je van de ene op de andere dag aan een compleet nieuwe en allesbepalende wetgeving moet voldoen, zoals in Europa.”

Volkswagens formule is er ook in de VS op gericht om de dieseltechnologie nog verder te perfectioneren. Voor Europa is men al aardig op weg met minimale CO2-emissies en beperking van de roetuitstoot.

Bij dieselmotoren kan de uitstoot van stikstof echter behoorlijk hoog oplopen. Daarvoor is door de Duitsers de adblue-techniek ontwikkeld die, net als bij zware bedrijfswagens, met behulp van een speciale vloeistof werkt. De vloeistof wordt geïnjecteerd in een katalysator, wat de stikstofoxiden tot een minimum neutraliseert. Het is een techniek die ook door VW’s dochter Audi, BMW en Mercedes-Benz wordt toegepast voor hun Amerikaanse modellen, als alternatief voor de hybride benzineauto’s die in Californië tot nu toe populair zijn.