Rebel, plus een beetje diplomaat

Morgen beginnen de WK zwemmen in Rome.

Volgens KNZB-voorzitter Erik van Heijningen gaat het dan ondanks de ‘pakkencrisis’ gewoon weer „om het echie”.

In het Foro Italico in Rome zijn ze bezig met de voorbereidingen op de WK zwemmen. Foto Reuters The U.S. synchronized swimming team trains in a pool constructed on the site of a tennis court, before the World Championships in Rome July 15, 2009. REUTERS/Alessandro Bianchi (ITALY SPORT SWIMMING) REUTERS

Chaos, onderschatting, laksheid. Gebrek aan professionalisme. Erik van Heijningen mag in de soms ondoorzichtige wereld van het internationale zwembestuur op eieren lopen; de voorzitter van de Nederlandse zwembond (KNZB) kan niet worden verweten dat hij zich politiek uitlaat over manier waarop wereldzwemfederatie FINA de ‘pakkencrisis’ de afgelopen maanden heeft aangepakt. „Je blijft een bestuurder die fatsoenlijk wil blijven spreken. Maar dit hele gedoe is niet goed”, zegt hij aan de vooravond van het WK zwemmen, dat morgen begint in het Foro Italico in Rome.

Erik van Heijningen (47), in het dagelijks leven gedeputeerde namens de VVD in de provincie Zuid-Holland, moet al drie jaar voorzichtig manoeuvreren, sinds hij met zijn toetreding tot het bestuur van de Europese zwembond (LEN) terechtkwam in de wereld van het internationale sportbestuur. Hij herinnert zich nog hoe hij werd aangesproken in een van zijn eerste LEN-vergaderingen na een paar kritische vragen. „Er werd letterlijk gezegd: ‘Je bent hier nu binnen en je gaat ineens lastige vragen stellen. Het is een gunst dat je hier mag zitten.’ Een kleine groep mensen straalt die cultuur nog steeds uit en maar weinig mensen durven ertegen in te gaan. Als je kritisch bent, bestaat de kans dat je eruit gelazerd wordt. Maar ik ben Nederlander en een bestuurder, dus ik trek mijn mond open.”

Hij weet waarover hij spreekt. Nederland werd ooit, in de woorden van Van Heijningen, „ernstig gestraft” door de FINA nadat bestuurder Klaas van de Pol „iets te duidelijk” was geweest in de richting van FINA-president Mustapha Larfaoui, de Algerijn die inmiddels al twintig jaar de dienst uitmaakt in de zwemwereld. „Dan word je uit alle functies gedonderd.”

Voor Van Heijningen, nu acht jaar bondsvoorzitter, betekent dat lobbyen politiek bedrijven om de zwemwereld van binnenuit op te schudden. Dat lijkt hard nodig in de zwemwereld. De kring rond de FINA-president is mede verantwoordelijk voor de chaos die ontstond na de introductie van de prestatiebevorderende zwempakken, februari vorig jaar. Omdat FINA niet op tijd regels opstelde zit de zwemwereld nu opgescheept met 135 wereldrecords en een arsenaal aan futuristische pakken dat garant staat voor tientallen nieuwe records in Rome.

„De zaak is onderschat”, zegt Van Heijningen. „Het heeft te maken met een gebrek aan professionalisme. Het zijn allemaal aardige mensen, maar als bestuurder moet je vooruit kunnen kijken.” Doordat FINA dat naliet, wordt de federatie nu „geregeerd door juristen”.

De nationale en internationale zwembonden maakten afspraken met de pakkenfabrikanten, veelal hun hoofdsponsors, over de ontwikkeling van nieuwe pakken, maar voorzagen niet dat de geest daarmee uit de fles was. „Overal zie je technologische ontwikkelingen, zoals in het schaatsen of in de atletiek. Alleen: je moet het wel begrenzen. Zwemmers trokken drie pakken over elkaar aan. De volgende zinspeelt op flippers, of een propellertje.”

Nadat de fabrikanten de vrije hand kregen, gingen alle remmen los met de fabricage van nieuwe pakken. „Als je als federatie eenmaal afspraken hebt met die fabrikanten kun je niet zeggen: morgen gaan we het zonder die pakken doen. Daar zit de FINA klem met de vingers tussen de deur. De fabrikant zal dan reageren met: 'Eerst sta je die pakken toe. En na al die afspraken gaan jullie mij nu verbieden een pak te leveren aan jouw zwemmers?’ Vervolgens stapt hij naar de rechter. Je kunt die fabrikanten niets verwijten. Die doen gewoon hun werk: snelle pakken ontwerpen. Zij hebben miljoenen geïnvesteerd.”

De pakkencrisis illustreert hoe er in bestuurderskringen nog vaak wordt gedacht, zegt Van Heijningen. Tijdens een recente bestuursvergadering van de Europese zwembond in Griekenland stelde hij voor de zwemcoaches om hun oordeel te vragen inzake de zwempakken. „Toen zei iemand direct: ‘Je moet goed begrijpen dat wij hier het besluit nemen.’ ”

Zijn houding leverde Van Heijningen naar eigen zeggen de reputatie op van „rebel” in bestuurskringen. „Als ik te veel rebel ben en een eenzame actievoerder, lig ik eruit. Als ik rebel plus diplomaat ben, met bevriende bestuurders, dan kunnen we wat veranderen.”

Ondanks alle heisa verwacht Van Heijningen dat het komende weken in het wedstrijdbad „weer om het echie” zal gaan. „Ik heb er geen behoefte aan het WK te devalueren. Je moet nog steeds heel goed kunnen zwemmen voor een wereldrecord.”

Het liefst moet dat record worden behaald door een Nederlander. Want de KNZB mag zich de meest succesvolle Nederlandse bond noemen als het gaat om Olympisch goud. Na de zwemsuccessen van Van den Hoogenband en De Bruijn werd het jaarlijkse Sportgala na ‘Peking’, met gouden medailles voor Maarten van der Weijden, de estafettevrouwen en de waterpoloploeg, opnieuw een KNZB-feest.

Volgens Van Heijningen is dat mede te danken aan de oprichting van topsportcentra voor onder meer de zwemmers en waterpoloselecties. In het verleden zwommen de toppers verspreid over het hele land. Vooral coach Jacco Verhaeren, uiterst succesvol in Eindhoven, pleitte jarenlang voor een structuur waarbij de toppers samen gingen trainen. Uiteindelijk benoemde de bond Verhaeren tot technisch directeur, zodat hij zijn plannen kon uitvoeren. „In Eindhoven hebben verschillende mensen een belangrijke rol gespeeld, onder wie Cees-Rein van den Hoogenband en Jacco Verhaeren. Die hebben ook gezegd tegen de KNZB, met de vuist op tafel: de structuur moet anders. Daar paste natuurlijk een toptalent als Verhaeren in.”

Inmiddels is het vanzelfsprekend dat een groot talent aansluiting zoekt bij ‘Amsterdam’ of ‘Eindhoven’. „Sommige mensen zeiden: na Pieter en Inge hebben jullie niks meer. Dan zeg ik: kijk wat er is opgebouwd. We hebben juist voor continuïteit gezorgd op het hoogste niveau. Dat moet op den duur successen gaan opleveren. Je ziet voor het eerst dat buitenlandse zwemmers bij ons willen trainen. In het verleden ging Inge de Bruijn in Amerika zwemmen.”

De ambitie bij de bond is om van Nederland een echt zwemland te maken, maar gemakkelijk is dat niet. Het aantal jonge zwemmers in Nederland groeit niet, maar neemt zelfs iets af. „Er gaan minder kinderen zwemmen, omdat ze zoveel keus hebben. De bond mag wat vaker haar gezicht laten zien. We gaan meer evenementen organiseren, zoals de EK in Eindhoven vorig jaar.”

Opvallend is wel dat de zwemsuccessen in de steden iets hebben losgemaakt. Terwijl veel buitenbaden om economische redenen sluiten, liggen in Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Arnhem plannen voor 50-meterbaden. „In dat opzicht hebben we het tij mee, ook al zitten we even in een economische dip.”

Kijk voor het programma van de WK op www.roma09.it