Oud-topman Sinopec ter dood veroordeeld

De voormalige president-directeur van het Chinese oliebedrijf Sinopec is wegens corruptie ter dood veroordeeld door een rechtbank in Peking. De 60-jarige Chen Tonghai zal echter niet worden geëxecuteerd, maar wordt wel voor de rest van zijn leven opgesloten. Hij heeft volgens de rechters zijn topfuncties misbruikt door ruim 27 miljoen euro aan steekpenningen aan te nemen in ruil voor bouwcontracten en de overdracht van landerijen.

Sinopec, de grootste raffinageonderneming in China, bezit landerijen en bouwt in het hele land raffinagecomplexen en benzinestations. Chen heeft schuld bekend. Hij is inmiddels ook uit de Communistische Partij gezet en al zijn bezittingen zijn geconfisqueerd. Voordat Chen toetrad tot het bestuur van Sinopec was hij burgemeester van de havenstad Ningbo.

Chen was ook lid van het staatsorgaan dat beslist over industriële planning en ontwikkeling. Er is een verband tussen de zwaarte van de straf en al deze functies. Onder leiding van president Hu Jintao wordt veel werk gemaakt van het bestrijden van corruptie in de hoogste regionen van de partij, de regering en staatsbedrijven. Corruptie wordt door de communistische leiders beschouwd als een rechtstreekse bedreiging voor de machtspositie van de partij.

Processen tegen voormalige leiders als Chen zijn geheim, maar de vonnissen worden tot in detail gepubliceerd en becommentarieerd in de staatsmedia.

Tegen twee andere topmannen van staatsbedrijven lopen op het ogenblik processen. Bovendien wordt in de media vrijwel dagelijks melding gemaakt van arrestaties van provinciale bestuurders op verdenking van corruptie. Volgens de Chinese media draait de geruchtmakende zaak van de vier aangehouden medewerkers van het Brits-Australische mijnbedrijf Rio Tinto om corruptie en spionage.