Ontvoerde Fransen in Somalië zijn spionnen

De twee ‘journalisten’ die gisteren werden ontvoerd in de Somalische hoofdstad Mogadishu blijken agenten van de Franse inlichtingendienst. Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Parijs bevestigde dat het gaat om „Franse adviseurs op een officiële missie om bijstand te verlenen aan de Somalische regering”. Volgens het ministerie betrof hun taak in Somalië het adviseren over „veiligheidszaken”.

Niet bekend is gemaakt tot welke dienst ze behoren. Aangenomen wordt dat het agenten van de veiligheidsdienst DGSE zijn. Mogelijk opereerden ze in het kader van de belofte van Parijs om de regering in Mogadishu te helpen bij de opleiding van veiligheidstroepen. Frankrijk heeft toegezegd op zijn legerbasis in Djibouti vijfhonderd Somalische regeringstroepen te gaan trainen.

De twee Fransen waren onder een valse identiteit als ‘journalisten’ ingeboekt in een bewaakt journalistenhotel in de stad. Daar werden ze door een tiental gewapende mannen meegenomen. Volgens een plaatselijke politieofficier waren de gewapende mannen veiligheidstroepen van de regering die boos waren omdat hun salaris niet was uitbetaald. Zij zouden de Franse spionnen hebben overgedragen aan strijders van Hizbul Islam, een islamitische opstandelingengroepering.

De burgeroorlog heeft sinds begin jaren negentig van Somalië een van de onveiligste landen ter wereld gemaakt. Islamitische extremisten zijn uit op de val van de door de internationale gemeenschap ondersteunde regering. Ontvoeringen van Westerlingen komen regelmatig voor. Een Canadese en een Australische journalist worden er sinds een jaar gegijzeld.

Persorganisatie Reporters Sans Frontières heeft geprotesteerd tegen de valse registratie van de agenten als journalisten. „Hun houding brengt journalisten nog meer in gevaar in een regio waar ze dat al zijn”.