Na Gitmo wacht 'asiel op maat'

Kan Nederland eigenlijk wel ex-gedetineerden opnemen uit Guantánamo Bay? Haken en ogen van een internationale kwestie.

Het eventueel opnemen van een aantal ex-gedetineerden uit Guantánamo Bay (‘Gitmo’) past binnen de normale kaders van het Nederlandse vreemdelingenrecht. Dat zeggen drie hoogleraren migratierecht.

Aangenomen wordt dat het gaat om buitenlanders tegen wie geen bewijzen zijn van strafbaar gedrag, maar die niet kunnen terugkeren naar hun vaderland omdat daar hun leven gevaar loopt. Volgens artikel 3 van het Europese Verdrag voor de mensenrechten mag niemand worden blootgesteld aan marteling of onmenselijke behandeling. Daaruit vloeit een recht op bescherming voort.

Anton van Kalmthout, hoogleraar in Tilburg, zegt dat het enige verschil met andere asielzoekers die niet kunnen terugkeren, is dat deze mensen in de VS in de gevangenis hebben gezeten. Hij meent dat het volkenrechtelijke beginsel dat burgers die dat overkomt beschermd moeten worden, internationaal de doorslag moet geven.

Ook de hoogleraren Pieter Boeles (Leidse Universiteit) en Ulli Jessurun d’Oliveira (UvA) denken dat ex-gedetineerden een reguliere status in Nederland kunnen krijgen. Boeles ziet hen ook als personen die niet worden vervolgd maar ook niet terug kunnen. „Dat is een vorm van vluchtelingschap. Het is geen overname van strafvervolging of zo. Nu moet je denken aan het recht om te worden beschermd.” Het zou dan gaan om een bijzondere vorm van uitgenodigd vluchtelingschap, waar Nederland in het kader van het hervestigingsbeleid van de Verenigde Naties aan deelneemt.

D’Oliveira denkt dat ook een gewoon visum mogelijk is, zodat deze groep een reguliere verblijfsstatus verwerft. Daarover worden dan afspraken gemaakt tussen Nederland en de VS, denkt hij. Als precedent schiet hem de toelating van de Duitse keizer Wilhelm II in 1918 te binnen. Voor Guantánamo-gevangenen zou misschien ook een ‘asiel op maat’ denkbaar zijn. Ook Boeles schiet als voorbeeld staatshoofden te binnen die zijn afgezet, niet kunnen terugkeren maar in een buurland gastvrijheid krijgen. Meer een ballingschap ‘op maat’ dan een gewone vluchtelingenstatus.

Van Kalmthout ziet deze groep echter principieel als doorsnee asielzoekers die op dezelfde manier ontvangen kunnen „en moeten” worden als anderen. Deze groep wordt immers niet meer vervolgd. Een asielstatus ‘van onbeperkte duur’ ligt volgens hem dan het meest voor de hand. Voor bijzondere beperkingen is volgens hem geen ruimte of noodzaak. Ze mogen bij wijze van spreken „bij mij in de straat komen wonen”. Van Kalmthout merkt op dat veel van deze gevangenen door de VS zijn gevangen en opgespoord „met een schepnet”. Hij vindt dat landen als Nederland die steeds bezwaar hebben gemaakt tegen de mishandeling van deze gevangenen nu ook voor humanitaire beginselen moeten opkomen.

Als deze groep zich hier mag vestigen dan hebben zij ook het gewone recht op gezinshereniging, menen de drie hoogleraren. Zij kunnen hun gezinsleden laten overkomen. Voor hun eventuele partners uit het land van herkomst gelden dan de normale criteria.

Toezegging: pagina 3

Commentaar: pagina 7

    • Folkert Jensma