Moorden in Kaukasus

In de Kaukasus wordt elke dag wel iemand ontvoerd of vermoord. Journalisten, advocaten, officieren van justitie, politici en burgers zijn er hun leven niet zeker. In het zuiden van Rusland, van Dagestan tot Adygeja, gaat het van kwaad tot erger. Tsjetsjenië is zelfs officieel in handen van knokploegen die worden geleid door de lokale president Kadyrov.

De pretentie van de tandem Medvedev en Poetin dat de Kaukasus onder controle is, is dus een waandenkbeeld of zelfs een regelrechte leugen. De moord op Natalia Estemirova is daarvoor de laatste indicatie. De historica, die in Grozny tien jaar lang het mensenrechtencentrum Memorial draaiend wist te houden, is waarschijnlijk gedood om haar werk. Zelfs het Kremlin, dat meestal afstandelijk en ook cynisch reageert op politieke moorden, opperde die theorie gisteren.

President Medvedev kon ook moeilijk anders. De activist werd op straat ontvoerd, vlak voordat ze een afspraak zou hebben op het parket van justitie. Haar stoffelijk overschot werd nog dezelfde dag in buurland Ingoesjetië gedumpt.

Die methodiek wijst op een koelbloedige liquidatie. Met politieke motieven bovendien. Door het lijk in Ingoesjetië achter te laten, is deze steeds onrustiger deelrepubliek in een spel betrokken geraakt. Begin juli werd in Ingoesjetië een ex-premier vermoord. In juni raakte president Jevkoerov bij een aanslag zwaargewond. Elders in de Kaukasus kwamen afgelopen weekeinde bij gevechten tussen politie en rebellen twintig mensen om. Deze escalatie wordt door Kadyrov, in 2004 door toenmalig president Poetin geëerd als ‘Held der Russische Federatie’, aangewend om te claimen dat hij van Medvedev de opdracht heeft gekregen in de hele regio orde op zaken te stellen. Zijn ambtgenoten in de Kaukasus staan sindsdien doodsangsten uit. Kadyrov wil kennelijk dat de dominostenen stuk voor stuk omvallen, zodat hij de buit kan oprapen. Zijn reactie op de moord op Estemirova is hoe dan ook onheilspellend. Hij heeft aangekondigd dat zijn „beste krachten” de moordzaak ter hand nemen en conform de „mentaliteit en tradities van het Tsjetsjeense volk” te werk zullen gaan. Meer doden staan dus op de rol, zonder de garantie dat ook de ‘bestellers’ van de moord worden gepakt. Bijna geen enkele politieke moord is immers opgehelderd. Het fiasco om de moord op de journalist Politkovskaja af te handelen, tekent de onmacht van Medvedev om een einde te maken aan het „nihilisme”, zoals hij de situatie zelf noemt.

Dit banditisme raakt ook Nederland. Rusland is niet alleen een van de belangrijkere handelspartners, maar ook lid van de Raad van Europa en dus ook van het mensenrechtenverdrag. Het zou minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA), die mensenrechten tot hoeksteen van beleid heeft gedefinieerd, sieren als hij een iets scherpere toon zou aandurven. Moskou kan zijn handen niet meer in onschuld wassen.

Gelet op hun frequente gesprekken is de verhouding met zijn Russische collega Lavrov intenser dan normaal. Die relatie kan de Nederlandse regering nu aanwenden om ook een paar cruciale maar niet-commerciële belangen te behartigen.