Minister krijgt lof en beleefde vragen

Hirsch Ballin is in Genève ondervraagd over de situatie in Nederland door het VN-Mensenrechtencomité.

Echt onder vuur kwam de minister niet te liggen.

Irisscan op vliegveld Schiphol. De scan zou een alternatief kunnen zijn voor de vingerafdrukken in paspoorten. Foto Michael Kooren Nederland, Schiphol, 15-01-2004. Privium . Irisscan. identiteitscontrole dmv irisscan op vliegveld. Schiphol biedt een service aan frequent flyers, zakenmensen, om dmv een irisscan vliegensvlug in te checken op schiphol airport. wellicht is dit de toekomst wb de paspoortcontrole. foto Michael Kooren ooren, Michael

Als je een goede naam hebt, ligt de lat hoog. Dat ondervond minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) toen hij de afgelopen twee dagen door het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties (VN) in Genève werd ondervraagd over de situatie in Nederland. Het comité had hoge verwachtingen. Dat was ook niet zo vreemd, want Nederland stond op de planning tussen landen als Tanzania, Tsjaad en Azerbajdzjan. Landen waar geen Commissie Gelijke Behandeling bestaat, of een Nationale Ombudsman. De mensenrechtenexperts van het VN-comité prezen Nederland dan ook veelvuldig.

De toon was beleefd, bij oude bekenden van de minister soms zelfs amicaal. Maar toch had Hirsch Ballin, die de Nederlandse delegatie dinsdagmiddag en gisterochtend leidde, op sommige momenten wat uit te leggen. Nigel Rodley, de Britse mensenrechtenadvocaat en hoogleraar rechten, toonde zich bijvoorbeeld teleurgesteld na het openingspraatje van de minister. Hirsch Ballin hield zich te veel op de vlakte, mopperde Rodley. De Brit had veel verwacht van Nederland, en hij had gehoopt dat de minister een zelfverzekerde toon had aangeslagen, in plaats van een defensieve. Was dit nou het Nederland dat hij zo goed kende als voorvechter van mensenrechten?

Toen Hirsch Ballin, na bijna twee uur te zijn ondervraagd, het woord kreeg, reageerde hij onmiddellijk op de kritiek. Dit intropraatje is al een tijd geleden geschreven: het moest worden gekopieerd zodat het hier in veelvoud verspreid kon worden, verontschuldigde hij zich. Wellicht dat het daarom de human touch miste. „Uiteraard blijft Nederland een van de voorvechters op het gebied van mensenrechten”, benadrukte hij. „Het is een van de speerpunten voor dit kabinet.”

Tijdens de tweedaagse mensenrechtensessie in de langwerpige zaal van Palais Wilson, met uitzicht op het Meer van Genève, ging het over van alles en nog wat. Iedere mensenrechtenexpert richtte zijn pijlen op een ander onderwerp. Antiterrorismewetgeving, telefoontaps, vrouwen op de arbeidsmarkt en in de politiek, de asielprocedure, het euthanasiebeleid, mensenhandel. Niet voor niets was Nederland uitgerust met een zware delegatie. Circa vijftien ambtenaren, van verschillende departementen, waren maandag met kilo’s papier in hun bagage naar Genève gevlogen. Tja, je weet nooit waar ze naar vragen, zei een van de ambtenaren na afloop.

Echt onder vuur kwam Hirsch Ballin niet te liggen. De experts benadrukten stuk voor stuk dat het met de mensenrechten in Nederland wel goed zat. Over de asielprocedure kwamen, net als tijdens eerdere VN-sessies, veel vragen. Ook de 74-jarige Prafullachandra Natwarlal Bhagwati uit India, een klein mannetje dat met zijn hoofd maar amper boven de tafel uitkwam, hamerde daarop. Hij had bezwaren tegen het inburgeringsexamen, zei hij. En hoe zat het met de nieuwe vreemdelingenwet? En was er gratis juridisch advies voor asielzoekers die naar Nederland kwamen?

Plotseling hoorden alle aanwezigen in de zaal Indiase klanken door hun koptelefoon. Loeihard. Het was zijn mobiele telefoon. „I’m sooo sorry!” riep hij verschrikt uit. De telefoon verdween in zijn binnenzak. Maar amper twee zinnen later schalde het Indiase gezang weer. „Ik begrijp dat ding niet zo goed”, moest Bhagwati bekennen. Met dank aan zijn buurman, die het geluid-uit-knopje wel kon vinden, bleef het de rest van de zitting stil.

Op 31 juli publiceert het comité zijn aanbevelingen aan de ondervraagde landen, waaronder Nederland. Minister Hirsch Ballin ziet daar niet tegenop, zei hij na afloop van beide zittingsdagen. „Ik ben me dag in, dag uit bewust van het belang van mensenrechten. We weten heel goed wat ons te doen staat. Maar dat het comité daar in zijn rapport nog eens extra op hamert kan geen kwaad. Dat houdt ons scherp.”