Logisch nadenken over taalklassen is niet voldoende

We weten nog niet wat het geheim van de schakelklas is, schrijven Karin Hoogeveen en Anne Luc van der Vegt. Onderzoek ernaar blijft dus nodig.

Lerares wiskunde Yvonne Killian betoogt dat het succes van de schakelklas, de officiële naam van de taalklas, een open deur is en dat onderzoek daarnaar overbodig is (Opiniepagina, 10 juli). Logisch nadenken over de klassen volstaat volgens haar. Was het maar waar. Met common sense kun je er behoorlijk naast zitten. Enkele jaren geleden, bij de start van schakelklas, waren er diverse onderwijskundigen die vreesden voor een mislukking. Het is namelijk niet zo vanzelfsprekend dat je van taallessen beter wordt in taal. Kinderen die in een schakelklas worden geplaatst, zitten ten eerste in een homogene groep van kinderen met taalachterstand. Dat verkleint de kans dat ze van elkaar leren. Eén van de lessen uit onderwijskundig onderzoek is dat het over algemeen beter is voor de ontwikkeling van kinderen als hun klas enige diversiteit kent.

In de tweede plaats is uit onderzoek gebleken dat klassenverkleining niet veel uithaalt en kinderen er niet beter door gaan leren. Dus alleen het feit dat een schakelklas gemiddeld twaalf kinderen heeft, hoeft niet automatisch tot betere schoolprestaties te leiden.

Ten derde zou een schakelklas demotiverend kunnen zijn. Kinderen gaan langer naar school: soms meer uren per week of soms zelfs een extra jaar. Van zittenblijven weten we dat het niet zo’n effectieve stimulans is voor leerprestaties. Geen wonder dat veel ouders helemaal niet staan te trappelen om hun kinderen aan te melden voor de schakelklas. Stigmatisering ligt op de loer.

En verder zijn er natuurlijk ook nog andere vakken behalve taal. Hebben rekenen en aardrijkskunde niet te lijden onder de eenzijdige aandacht voor taal?

Het blijkt echter allemaal mee te vallen. De positieve effecten zijn overtuigend en negatieve effecten op de motivatie en op de vaardigheden in andere vakken blijven uit. Dat weten we dankzij wetenschappelijk onderzoek en niet dankzij logisch nadenken alleen.

Ten slotte nog iets over de suggesties van Killian. Ze bepleit een taalklas vóór groep 3, zodat de kinderen een goede start kunnen maken als het er echt op aan komt. Dat klinkt logisch en verstandig. Er zijn inderdaad schakelklassen voor kinderen die van groep 2 naar groep 3 gaan. Uit het onderzoek blijkt echter dat schakelklassen niet alleen op dat moment effectief kunnen zijn, maar ook op verschillende andere momenten in de schoolloopbaan. Het meest effectief lijkt de kopklas na groep 8 te zijn, bedoeld om kinderen met een vmbo-advies op te krikken naar havo-niveau. En daar is Killian nou juist op tegen.

We weten nog niet precies wat het geheim van de schakelklas is. De intensieve werkwijze en de gerichte aanpak zouden een verklaring kunnen zijn. Ook een goede leraar maakt er ongetwijfeld deel van uit. Scholen willen de schakelklas tot een succes maken en zetten hun beste krachten voor de schakelklas. Maar hoe zal dat zijn als de schakelklas tien jaar bestaat? Om al deze redenen is het zeer verstandig ook de komende jaren de resultaten te blijven volgen met wetenschappelijk onderzoek.

Karin Hoogeveen en Anne Luc van der Vegt zijn werkzaam bij Sardes, de organisatie die de landelijke invoering van de schakelklassen begeleidt.

Op nrc.nl/expert is een discussie gestart over de schakelklassen.