In het dorp vragen ze nog naar de baas

Stad en platteland groeien in Nederland steeds meer naar elkaar toe. Welke verschillen zijn er nog? Eerste deel van een serie: op onderzoek in Tubbergen en Rotterdam.

Café aan de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam. Foto’s Roger Cremers Stad en platteland groeien in Nederland steeds meer naar elkaar toe. Welke verschillen zijn er nog? Eerste deel van een serie: op onderzoek in Tubbergen en Rotterdam. Nederland, Rotterdam, 14-07-2009 Cafe aan de nieuwe binnenweg in Rotterdam. Een man kijkt over het gordijn. Op een briefje hangt de tekst. "Hier CCTV in gebruik. Geen geld aanwezig, alle automaten" PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

Het is nog niet eenvoudig om in Tubbergen een bril te verkopen. Met gladde praatjes bereik je niets, zegt de 29-jarige Stephanie Willering van TOC opticiens in de Grotestraat. „Er komen mensen binnen die zeggen: ik moet een bril hebben, het moet goed wezen. Hun enige criterium is dat hij een paar jaar mee moet gaan. Dan moet je niet aankomen met verhalen over de nieuwste optische trends en onderzoeksresultaten.”

Een ander punt, zegt Willering, is dat een jonge vrouw in de winkel heel lang „dat meisje” blijft. „Ik ben een erkend vakspecialist, maar sommige mensen vragen nog altijd naar de baas, meneer Bert. En dan zit er alleen maar een schroefje van de bril los.”

Willering mag graag werken in Tubbergen. „Het is heel fijn publiek. Je kletst wat, je groet elkaar. En ik probeer de namen te onthouden. Mensen vinden het heel fijn als ze worden aangesproken met ‘goedemorgen mevrouw Jansen’.”

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) onderzocht in 2006 de leefsituatie van plattelanders. Dat onderzoek „bevestigt grotendeels het traditionele, idyllische beeld”. Het platteland is veilig en rustig. De gemeenschap is hecht en kent een rijk verenigingsleven. Wel constateert het SCP dat de sociale cohesie afneemt. Plattelanders staan nog steeds klaar voor elkaar, maar hulp is vrijblijvender.

In die zin, zegt stadssocioloog Arnold Reijndorp, gaan grote delen van het platteland steeds meer op de stad lijken. „Er zijn nogal wat dorpen met veel nieuwkomers. Dorpsbewoners kunnen zich tegenwoordig makkelijker onttrekken aan de sociale verplichtingen.” Steden, zegt Reijndorp, kennen bovendien steeds meer buurten waar een ‘dorpse’ gemoedelijkheid heerst.

Bij de ingang van The Thalia Lounge aan de Kruiskade in Rotterdam ontmoet geneeskundestudent Michel van Genderen (23) een vriend van hem. De jongens haken hun handen in elkaar, trekken de ander naar zich toe totdat hun borstkassen elkaar raken en ‘boksen’ ter afsluiting hun vuist tegen die van de ander.

De jongens gaan vanavond uit. Dat lijkt niet zonder gevaren, getuige onder meer de kwalificatie van ‘onveiligste stad’ die Rotterdam kreeg van de krant AD. Het Rotterdamse nachtleven, erkent Van Genderen, kan „agressief en gevaarlijk” zijn. „Je kan zomaar worden neergestoken.” Toch, zegt Van Genderen, is Rotterdam niet het „gevaarlijke getto” waarvoor de stad soms wordt gehouden. „Sommige mensen laten zich misschien afschrikken als er ergens een groepje Marokkaanse jongens met petjes staat. Ik zie hen niet eens meer.” Salesmanager Milthon Boldewijn (29), ook op het feestje aanwezig, voelt zich „veiliger op de Lijnbaan dan in the middle of nowhere”, zegt hij. „Daar kunnen ze me tenminste zien. Dat gevoel heb ik net zo goed als ik in Barcelona of Londen loop.”

Boldewijn heeft een aantal keer meegemaakt dat de accu van zijn auto ermee ophield. Hij vond altijd binnen vijf minuten een hulpvaardige voorbijganger. „Je moet alleen wel je mondje klaar hebben”, zegt hij.

De stad is niet alleen maar anoniem, zegt stadssocioloog Reijndorp.

Vervolg Stad en land: pagina 2

Dezelfde gezichten bij de tramhalte in Rotterdam

Steden kennen ook een vertrouwdheid, die voorkomt uit de dagelijkse routines, dezelfde gezichten bij de tramhalte. Stadssocioloog Reijndorp: „Zelfs grote, anonieme winkelketens, supermarkten en fastfoodrestaurants kunnen zorgen voor die vertrouwdheid.”

Als salesmanager Milthon Boldewijn door de stad loopt, komt hij altijd bekenden tegen. Ook buiten de stad herkent hij Rotterdammers feilloos, al was het maar van gezicht. Rotterdammers, zegt hij, hebben een grote muil en kunnen nogal zeiken, vooral ook op hun eigen stad. „Maar als iemand anders iets onaardigs zegt over Rotterdam, moet hij zijn mond houden.”

In eetcafé De Burgemeester in Tubbergen zitten Harry Linde en Ilse Kesselring, woonachtig in Enschede. Linde heeft vroeger in Rotterdam gewerkt, Kesselring heeft er gewoond. Beiden zeggen dat ze de hedendaagse omgangsvormen in Rotterdam zeer herkennen van vroeger. Linde: „In Rotterdam kun je elkaar begroeten met: hé klootzak, hoe is het vandaag? Dat zeg je in Twente niet.”

Overeenkomsten zijn er ook. Zowel Lieke Oude Hengel als Milthon Boldewijn wijst op de nuchterheid van de mensen in hun woonplaats. „Geen onzin, lariekoek of praatjesmakers”, zegt Oude Hengel. „Niet lullen, maar pellen”, zegt Boldewijn.

Plattelandssocioloog Jan Douwe van der Ploeg constateert dat steeds meer Nederlanders gedurende hun leven in zowel steden als dorpen wonen. „Dat zijn mensen die zich in beide omgevingen kunnen aanpassen.” Wel kan Van der Ploeg feilloos een rijtje valkuilen opnoemen voor mensen die van stad naar dorp verhuizen: meteen de politie bellen als je een conflict hebt met je buren, je neus ophalen voor het lokale dialect, de plaatselijke kruidenier negeren en alleen in het weekend in het dorp wonen.

Dorp en stad groeien naar elkaar toe, maar Tubbergen doet er niet aan mee. De gemeente Tubbergen (21.000 inwoners), die behalve het hoofddorp nog twaalf andere dorpen en gehuchten telt, staat te boek als de meest katholieke gemeente van Nederland. Hier is het hoogste percentage CDA-stemmers en het laagste aantal echtscheidingen van Nederland te vinden. Vorige maand werd Tubbergen door het AD uitgeroepen tot veiligste gemeente van het land. Kledingzaak Tuunte Fashion (‘voor het héle gezin!’) en fietsenwinkel Harry Buyvoets (‘Wieltje de voorste’) domineren de winkelstraat.

Het door het SCP geconstateerde, traditionele beeld van de leefsituatie van plattelanders zou rechtstreeks kunnen zijn ontleend aan het dorp aan de noordrand van Twente. „Verandering, dat gaat hier niet zo snel”, zegt de 32-jarige apotheker Robert Goossen uit Almelo, die enige tijd in Tubbergen heeft gewerkt. Gevraagd naar kenmerken van hun dorp noemen de inwoners de verbondenheid met elkaar, elkaar groeten op straat, het traditionele, bourgondische, hartelijke en betrouwbare.

De sociale controle wordt er nog geroemd en gevreesd. Als medewerkster Lieke Oude Hengel (22) van opticien TOC bijvoorbeeld een keer dronken is geweest, weet „Jan van slager Hendriks” dat meteen. Lastig, vindt ze. Net als de vraag van een klant „of ik nog éven iets kan regelen, in mijn vrije tijd”. Dat doe je dan, weet collega Stephanie Willering. „Als je één klant teleurstelt, stel je er meteen vijf teleur. Iedereen kent elkaar en vertelt het aan elkaar door.” Als je trouwt, kun je het niet maken om het klein te houden. Dan voelen mensen zich gepasseerd.

Maar zelfs Tubbergen ontsnapt niet aan de individualisering. De 55-jarige Ans Veen die sinds haar geboorte in het Tubbergse dorp Reutum woont, constateert dat mensen zich „niet meer zo inzetten” om bijvoorbeeld een vereniging te besturen. „Mensen kiezen liever voor hun eigen hachie dan dat ze zich inzetten voor de gemeenschap.”

Kijk voor het SCP-rapport op nrc.nl/binnenland