Iedereen is lieverd en de meisjes hebben dorst

Twee auteurs verkennen Nederland bij nacht.

Vandaag deel 8: een nacht observeren in de laatste animeerbar op de Amsterdamse Zeedijk.

De laatste animeerbar op de Amsterdamse Zeedijk Foto David Galjaard en Christian van der Kooy Galjaard, David;Kooy, Christian van der

Achter de bar een groot aquarium met vis, beplakt met papiergeld.

Aan het plafond een karrewiel.

En de muren hingen vol met scheepsattributen.

Het biertje, geserveerd door een blonde vrouw met Amsterdams accent, was aan de prijs.

Ik was op pad met mijn buurman, iets wat ik normaal nooit deed, maar we hadden een gezamenlijk belang waar over moest worden gesproken.

We waren laat begonnen en belandden en eindigden zonder bijbedoelingen in bar Skandinaviske, de laatste animeerbar op de Zeedijk te Amsterdam.

We kregen snel gezelschap.

Een Poolse vrouw, gekleed in een doorschijnend stuk gordijn, landde op zijn knie.

Ze wilde wel een drankje.

Gin tonic.

Een flesje champagne, dat achter de bar verkrijgbaar was, was ook goed.

In ruil daarvoor bleef ze maar herhalen hoe knap mijn buurman was.

Ik mocht er trouwens ook wezen.

Later zou er een vriendin van haar komen. Echt iets voor mij.

Ze nam een slokje van haar gin tonic en schoof het glas daarna richting barvrouw, die het even later van de bar haalde.

Ze had al weer zin in een ander drankje.

Safari jus.

Flesje champagne mocht, zoals inmiddels bekend, ook.

Het was ook mogelijk een plastic bloem te bestellen.

Die werd met een speld op het decolleté geprikt.

Een paar drankjes, een plastic corsage en een enorme rekening later vertrok mijn buurman gearmd met de Poolse naar een onbekende bestemming.

Naar een plaats met een bed vertelde een inmiddels gearriveerde vriendin van de vrouw, die zich goedmoedig over mij ontfermde.

Want dat was zo’n beetje de bedoeling hier. Eerst dronk je een glas of tien in een uur in de bar en daarna ging je naar een plaats om de liefde te bedrijven.

Alles op vrijwillige basis.

Alleen drinken mocht ook, maar dat kostte in verhouding meer geld.

Het werd me uitgelegd door een meisje van een jaar of 25 in een rood jurkje. Ze was tijdelijk gestopt met haar studie en ze had dorst.

Wodka bitter lemon graag.

De bedrijfsvoering zat ingewikkeld in elkaar.

Een hoop gedoe met afdragen en incasseren van percentages.

Ze was in ieder geval niet in dienst van de bar, maar ze had een soort van vaste plaats.

Haar collega’s kwamen vooral uit het oosten van Europa.

Leuke collega’s waren dat.

Het was prettig werken.

Als vrouw had je nog een soort van keuze. „Omdat je ziet wat voor vlees je in de kuip hebt.” Dat was wel zo fijn.

Er was een computerbeurs in de RAI.

Altijd fijn.

Tegen tweeën kwam er een delegatie mannen van een computergigant de bar binnen. Ze waren al eens eerder geweest en kregen alle aandacht.

Het was duidelijk wat voor vlees dat was.

Qua aantallen drankjes.

De flesjes champagne vlogen over de toonbank.

Hoe de zaak werd afgerond bleef onduidelijk.

Voor mij tenminste, want ik ging.

Voor deze serie, Nederland bij Nacht tenslotte, bezocht ik ongeveer een half jaar later opnieuw deze bar aan de Zeedijk.

Een dag voor de deadline.

De blonde vrouw met het opgestoken haar achter de bar was er niet meer. Het karrewiel, de Perzische kleedjes op de tafeltjes en de scheepsattributen aan de muur waren er nog wel.

Een donker meisje in spijkerbroek, waarop ze een rode bikini droeg, nam de bestellingen op.

Ze noemde iedereen lieverd.

Op de krukken ervoor mannen.

Zwijgend.

Starend naar het aquarium, waarin niets gebeurde.

Het plaatsje achter de gokkast was ook bezet.

Ik bestelde bier en ging aan een tafeltje zitten.

Het was duidelijk dat er iets ontbrak.

Ik was in een animeerbar zonder animeer, een bar dus.

Na een tijdje zei ik er wat van.

„Wat wil je dan lieverd?” zei de barvrouw in de rode bikini.

Ik probeerde het uit te leggen.

Dat ik een tijdje terug had staan praten met een in een stuk gordijn gewikkelde vrouw en dat ik dat nu weer wilde.

Of dat kon?

Nee, die tijd was voorbij.

Er was iemand doodgegaan, zoveel werd duidelijk.

Dat had het karakter van de zaak tijdelijk veranderd.

Voor een vrouw met btw-nummer verwezen ze – een aantal klanten bemoeide zich er ook mee – me naar de Wallen.

Het werd een genante toestand.

Ik probeerde te zeggen dat ik een stukje wilde schrijven, maar dat geloofde niemand.

Ze waren ervan overtuigd dat ik een vrouw zonder btw-nummer wilde.

Ik werd doorverwezen naar internet.

Daar gebeurde het tegenwoordig.

Dat ik het wist.

Waarom er geen animeer meer was en wat zich de afgelopen maanden in en rond de bar had afgespeeld, bleef onduidelijk.

Duidelijk was wel dat ik daar niet achter zou komen die nacht.