Gemengd inburgeren

Soms ontstaat een probleem pas doordat politici hebben besloten dat het een probleem is. Iets dergelijks lijkt het geval met de vraag of inburgeringscursussen ook gegeven mogen worden aan klasjes waarin alleen vrouwen of alleen mannen zitten. Minister Van der Laan (Integratie, PvdA) wil aan de seksescheiding bij de cursussen een einde maken en als hij daar niet toe overgaat, staan meerdere Kamerleden elkaar te verdringen om hem daarover te kapittelen.

Dit speelt zich af in een land waar nog niet zolang geleden katholieke jongens- en katholieke meisjesscholen bestonden. Dat heeft sommigen van die jongens niet verhinderd later premier van Nederland te worden. Ze konden namelijk toch heel goed meekomen. Het gebeurt in een land waar in de jaren zeventig over het algemeen goed opgeleide vrouwen behoefte bleken te hebben, meestal tijdelijk, aan vrouwencafés, waar overigens ook heel veel vrouwen niet kwamen.

SP, VVD en PVV hebben in de Tweede Kamer moties ingediend met het verzoek een einde te maken aan de gescheiden inburgeringsklassen of in elk geval aan de subsidiëring ervan. Het CDA voegde zich deze week in dit verontwaardigde koor met schriftelijke vragen aan Van der Laan, toen gebleken was dat de gemeente Utrecht gewoon wil doorgaan met het aanbieden van gescheiden inburgeringscursussen.

In hun kruistocht tegen de seksescheiding bij cursussen schuwen Kamerleden dramatische bewoordingen niet.

De Krom (VVD) sprak in een debat van „verraad aan vrouwen die zich daaraan juist trachten te ontworstelen” en „het vertrappen van artikel 1 van de Grondwet, het antidiscriminatiebeginsel”.

De meeste gemeenten, 85 procent, vinden gescheiden inburgeringscursussen onwenselijk, aldus de minister en bieden ze ook niet aan. 43 gemeenten doen dat wel. Gelet op de geluiden in de Kamer en het standpunt van de meeste gemeenten meent Van der Laan nu dat er „een breed maatschappelijk draagvlak” is om gescheiden cursussen af te wijzen. Hij zal de 43 gemeenten dringend verzoeken om geen nieuwe gescheiden klassen meer te beginnen.

Het merkwaardige is dat Van der Laan in dezelfde brief aan de Kamer waarin hij dit aankondigde, ook, en opnieuw, een slag om de arm hield. „Enkel bij wege [sic] van uitzondering zou ik gescheiden inburgering daar willen toestaan waar het (duidelijk) ertoe leidt dat meer vrouwen uit huis komen voor een inburgeringscursus.”

Dit is de kern van de zaak. Tegenover de grote woorden als ‘rechtsstatelijke beginselen’ waarmee minister en Kamerleden van de gescheiden cursussen een principekwestie maken, staat de pragmatische benadering. Het is beter dat vrouwen met een achterstand een cursus volgen in een klas met alleen vrouwen dan dat zij geen cursus volgen. In veel gevallen gaat het om cursussen op vrijwillige basis.

Ook al is het natuurlijk absurd als vrouwen van hun mannen niet naar een gemengde cursus mogen.

Dat is dan een mooi onderwerp voor de eerste cursusdag.