Even wat natuur voor de bouw start

Grondeigenaren vrezen natuur: als er een zeldzaam dier op het terrein leeft, kan er niet gebouwd worden. De status ‘tijdelijke natuur’ moet dit veranderen.

Hoog bezoek in het kunstenaarsdorp Ruigoord. Minister Verburg (Natuurbeheer, CDA) tekende hier gisteren een overeenkomst met de gemeente Amsterdam voor de eerste proef in Nederland met tijdelijke natuur.

Acht hectare braakliggend terrein aan de rand van het havengebied mag de komende jaren uitgroeien tot een ecologische attractie. Orchideeën, zandhagedissen en rugstreeppadden zijn soorten die „zomaar zouden kunnen opdoemen in een gebied dat wij tot tijdelijke natuur bestempelen”, aldus de minister. Ze is „een gelukkig mens”.

Nederland telt ongeveer 35.000 hectare grond, twee keer het eiland Texel, die in aanmerking komt voor de status ‘tijdelijke natuur’: braakliggend landbouwgebied, opgespoten haventerreinen, toekomstig industriegebied, woningbouwlocaties. Het zijn gebieden die eigenaren en projectontwikkelaars veel stress bezorgen, want als er in de periode vóór de bouw zeldzame planten en dieren blijken te leven, kan de bouw jaren vertraging oplopen.

Een speciale ontheffing van de Flora- en Faunawet, die soorten beschermt, is met de status tijdelijke natuur niet meer nodig. „Met deze nieuwe beleidslijn zijn er alleen maar winnaars”, zegt de Amsterdamse wethouder Hans Gerson, tot voor kort directeur van het Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam en in die hoedanigheid „een van de voortrekkers” van het project. „Wij durven hiermee regels opzij te zetten.”

Winnaar zijn de projectontwikkelaars die niet meer „doodsbang” hoeven te zijn voor mooie natuur. Winnaar is ook die natuur zelf. Heel vaak besluiten grondeigenaren, zoals ook het Havenbedrijf, terreinen zoals dit bij Ruigoord te maaien, te egaliseren en te verharden. Zo kan je korenwolfjes en modderkruipers afschrikken. Minister Verburg: „Er wordt asfalt gestort. Dat is begrijpelijk, maar ook spuuglelijk.”

Het gezelschap staat op het bloemrijke grasland dat sinds gistermiddag met rust kan worden gelaten. Er is al een poel gegraven. Er wordt niet meer gemaaid. Oeverzwaluwen broeden er. Er zijn veldleeuweriken.

Als braakliggende terreinen in gebruik worden genomen, moeten de planten en dieren weer weg. Zeldzame soorten zullen volgens het havenbedrijf worden opgespoord en „zorgvuldig” worden overgebracht naar veiliger oorden. Is het toch niet sneu dat deze stukjes natuur dan weer verdwijnen? Ecoloog Leo Linnartz van natuurorganisatie Ark heeft onderzoek gedaan naar het bestaansrecht van tijdelijke natuur. Hij zegt: „Op dit soort braakliggende terreinen doen de zogenoemde pionierssoorten het heel goed. Die verspreiden zich snel. Er hoeft maar één windvlaag op te steken en het zaad van een orchidee vliegt alle kanten op. Tot nu kreeg dat zaad de kans niet om te ontkiemen. Straks is die kans er wel. Als één seizoen een orchidee kan kiemen, dan is dat genoeg voor duizenden nieuwe orchideeën in de wijde omgeving.”

Van Europa mag het.