En dat is vier voor sprinter Cavendish

Sprinter Mark Cavendish liet voor de vierde keer deze Tour zijn rivalen kansloos.

Vandaag voorlopig de laatste kans op een massasprint, in Vittel.

De elfde etappe van de Tour de France is gisteren in Saint-Fargeau (Bourgogne), net als een dag eerder, geëindigd in een massasprint en weer was het Mark Cavendish die als eerste over de finish ging. In de licht oplopende aankomst behaalde de Brit van Team Columbia zijn vierde zege in de Ronde van Frankrijk. Behalve in Issoudun was ‘Cav’ vorige week al de snelste in de Zuid-Franse plaatsen Brignoles en La Grande Motte.

De sprinter evenaarde met zijn overwinning het Britse record van Barry Hoban, die tussen 1967 en 1975 acht ritten in de Tour de France won. De pas 24-jarige Cavendish had nog geen twee jaar nodig voor acht etappe-overwinningen. Vorig jaar won hij bij zijn debuut in de Ronde van Frankrijk vier ritten. Hij verliet de belangrijkste wielerwedstrijd toen voortijdig om zich voor te bereiden op de Olympische Spelen. Dit jaar wil hij Parijs wel halen, en winnen op de Champs-Elysées. De slotetappe, in feite een criterium in de Franse hoofdstad, eindigt vrijwel altijd in een massasprint.

Zijn ploeggenoten George Hincapie, Mark Renshaw en Tony Martin brachten hem in de straten van Saint-Fargeau wederom perfect in stelling voor de eindsprint. „Het is een cliché”, zei de van het eiland Man afkomstige Cavendish met een verwijzing naar de spreuk van de Drie Musketiers, „maar in onze ploeg is het allen voor één en één voor allen.”

Opnieuw geen verschuivingen in het algemeen klassement: de Italiaan Rinaldo Nocentini, uit de Franse ploeg ag2r, behield de gele trui. Cavendish heroverde de groene trui op Thor Hushovd.

Net als dinsdag waren er renners die het grootste deel van de rit alleen op kop reden. Deze keer waren dat de Belg Johan van Summeren (Silence-Lotto) en de kampioen van Polen van vorig jaar, Marcin Sapa (Lampre). En net als een dag eerder toen een kwartet ontsnapten niet uit de klauwen van het aanstormende peloton kon blijven, werden de twee vluchters een handvol kilometers voor de finish ingerekend.

Daarmee was de droom van Sapa vervlogen om in de voetsporen te treden van Zenon Jaskula, de enige Pool die ooit een etappe won in de Tour – de bergrit in 1993 van Andorra naar Saint-Lary Soulan. Jaskula haalde destijds nog het podium in Parijs, door in het algemeen klassement als derde te eindigen, achter de Spaanse winnaar Miguel Indurain en de Zwitser Tony Rominger.

De overgangsetappe gisteren van Vatan oostwaarts naar Saint-Fargeau, 192 kilometer lang, was ook net zo bloedeloos als de vlakke rit dinsdag van Limoges naar Issoudun. Toen werd het saaie karakter van de ritme veroorzaakt door het protest van het grootste deel van het peloton, dat de benen lange tijd stilhield als gevolg van de beslissing van de internationale wielerunie (UCI) en de organisatie van de Tour (ASO) om die dag zonder moderne communicatiemiddelen te fietsen. Gisteren reden de overgebleven 170 renners – de kampioen van Noorwegen Kurt-Asle Arvesen (Saxo Bank) was niet meer van start gegaan nadat hij dinsdag bij een val zijn sleutelbeen op twee plaatsen had gebroken – weer met de ‘oortjes’ waarmee ze met de ploegleiderswagen kunnen communiceren. Maar verschil was nauwelijks merkbaar.

Het was de bedoeling dat vrijdag opnieuw zonder oortjes zou worden gereden. Nadat het eerste deel van het experiment dinsdag was mislukt, vroeg de organisatie van de Tour aan de internationale wielerunie om de oortjes in de dertiende etappe wel toe te staan. „Wij gaan dat verzoek bekijken, maar nemen geen beslissing voor donderdag”, zei Pat McQuaid, de voorzitter van de UCI, gisteren.

„Ik hoop dat het gezond verstand zegeviert”, zei de Belgische ploegleider Johan Bruyneel. De Belg nam begin deze week het initiatief voor een petitie waarin de meeste ploegen zich uitspreken tegen het experiment om zonder oortjes te rijden.

De gedachte achter de proef is dat etappes spannender worden als de ploegleiders in de wedstrijd minder greep hebben op hun renners. Er zou meer ruimte zijn voor eigen initiatief. Maar daar staat tegenover dat renners niet (tijdig) geïnformeerd kunnen worden over gevaarlijke situaties.

Vandaag trekt het peloton richting Vogezen. De twaalfde etappe, 211,5 kilometer met vijf beklimmingen van de vierde (en laagste) categorie en één van de derde, gaat van Tonnerre naar Vittel.

Lees vandaag kort na de finish van de twaalfde etappe een verslag op nrc.nl/tour