Een burn-out, hoe kom je er weer vanaf?

Een fantastisch leven hebben kan je de kop kosten.

Ex-hoofdredacteur van de website Spunk Jan Hoek moest een flink aantal vrienden aan de kant zetten.

Een burn-out, hoe kom je er weer vanaf? Illustratie Sebe Emmelot Emmelot, Sebe

Alles moet anders

Toen ik er net achter kwam dat ik een burn-out had, was ik blij. Ik had de beste reden die er maar bestond om niet meer te werken, niet meer te sporten, niet meer naar al die feestjes te gaan. Ik had ergens gelezen dat het ongeveer zes maanden zou gaan duren, en ik verheugde me enorm op deze periode. Ik mocht elke dag net zo lang in bed blijven als ik wilde en ik zou eindelijk alle afleveringen van Lost kunnen kijken. Het leven zou één grote vakantie worden. Zo werkte het niet helemaal. Na een maand stond ik niet meer juichend op om aflevering 187 van Lost te kijken. Ik verveelde me helemaal kapot. Misschien wel letterlijk, want werd ik niet gewoon zo moe door al dat niksdoen? Dus zodra ik weer een beetje energie had, sleurde ik mezelf naar een feest. Daar aangekomen was ik zo blij dat ik weer iets deed, dat ik mezelf helemaal volgoot om dat te vieren, om vervolgens vroeg in de ochtend op handen en voeten naar huis te kruipen. En dan was ik weer terug bij af: voor dagen in een soort permanente snooze-stand. Het werd me duidelijk dat als ik mijn leven zo geleefd had dat ik er kapot aan ging, ik niet even kon uitrusten en weer door kon gaan alsof er niks gebeurd was. Dat ik alles wat ik gewend was op een bepaalde manier te doen, anders moest gaan doen.

1 Merk dat de wereld niet vergaat zonder jou

In de eerste fase van een burn-out is het heel duidelijk: je mag niks. Je moet jezelf trainen om nee te zeggen tegen elk klein verzoek. Zelfs als je beste vriend smeekt of je op zijn verjaardag komt („maar Jan, het is niet hetzelfde zonder jou!”) is het antwoord nee. En uiteindelijk gebeurde er iets wat ik zelf nooit had verwacht: de wereld draait door. De mensen kunnen zonder je. En dat was zowel een tegenvaller als een opluchting.

2 Wees saai

Vroeger vond ik een dag niet de moeite waard als ik aan het einde ervan niet minstens kon zeggen dat ik op mijn vlucht naar Sierra Leone seks had gehad met een Somalisch piratenechtpaar. Met een burn-out lig je opeens thuis op bed en houden de spannende verhalen op. Als vrienden langskomen heb je opeens niks anders om over te praten dan al je kwaaltjes en de hobby’s van de quizkandidaten. Ik vond dat misschien wel het moeilijkste: het besef dat ik een flinke tijd een enorm saai leven zou hebben en het in de toekomst nooit meer zo spannend gaat worden als vroeger. Het goede nieuws is dat het saaie leven went. Mensen bleken bereid te zijn uren over mijn kwaaltjes te praten en zodra je je erin verdiept worden de hobby’s van quizkandidaten steeds interessanter.

3 Schrap vrienden

Je hoort altijd dat mensen die door een lange zware periode gaan erachter komen wie hun echte vrienden zijn. Toen ik van die altijd dynamische Jan veranderd was in iets met een even opwindend leven als een kamerplantje, was ik doodsbang dat mijn vrienden zouden afdruipen. Dat was niet waar. Ze bleven er allemaal voor me. Wat heel fijn was, tot ik merkte dat ik schema’s moest gaan maken wie wanneer troostende soep voor mij mocht gaan maken. Het ‘teveel’ dat in elke laag van mijn leven was gekropen zat ook hier. En dat was best wel kut, want ik mocht al die vrienden echt heel erg. Moest ik nu opeens tegen vrienden gaan zeggen ‘sorry, je bent echt heel leuk, maar ik heb toevallig tachtig vrienden die net iets leuker zijn en helaas is er voor jou geen plek meer?’ Ja, precies, dat moest. En tot mijn grote verbazing leken ze het nog te snappen ook en kreeg ik nog een mailtje na waarin stond dat ze het zo waardeerden dat ik zo eerlijk was.

4 Zoek hulp

Ik had altijd het gevoel dat als je naar een psycholoog gaat je iemand anders laat bepalen hoe jij je leven moet leiden. Precies dat bezwaar maakte dat ik opeens niks liever wou. Ikzelf had geen idee meer hoe ik mijn leven moest leiden, dus vol vertrouwen in mijn nieuwe redder vroeg ik hem of hij mij precies wou vertellen wat ik van dag tot dag, van uur tot uur, moest doen om beter te worden. Het antwoord was helaas niet zo simpel. Ik moest zelf gaan ontdekken wat goed voelde. Ik vond het een ontzettend zweverig rotantwoord, maar aangezien ik besloten had mijn lot in zijn handen te leggen zat er niks anders op.

5 Ren één rondje door het park

Nadat mijn psycholoog mij heel hard had uitgelachen toen ik hem vertelde dat ik mijn hersteltijd wou gebruiken om te trainen voor een marathon, kreeg ik als opdracht hoogstens één rondje door het park te rennen en te stoppen zodra ik moe was en dan verder te wandelen. Ik vond dat verschrikkelijk. Het leuke aan rennen was juist dat je elke keer kon proberen verder te komen. En het idee dat ik bekenden tegen kon komen terwijl ik als een bejaarde in renkleding door het park wandelde, maakte dat ik direct weer aan emigreren begon te denken. Maar na mijn eerste mietjesrondje door het park, snapte ik wel wat hij bedoelde. Voor het eerst merkte ik dat ik me na het sporten niet afgepeigerd voelde, maar dat het ook mogelijk was er energie door te krijgen.

6 Probeer bij alles te voelen

Wat ik bij het joggen moest doen, moest ik bij alles gaan doen. Ik had mijn leven jarenlang enkel geleefd in plaatjes, zonder na te denken hoe gelukkig ik was in dat plaatje. Nu moest ik gaan voelen wat ik bij alles voelde. Ik moest gaan voelen of ik meer energie kreeg van het kijken naar een dom SBS6-woonprogramma of bij die Japanse jaren-60-monsterfilms, waar ik zo graag op feestjes over vertelde. Ik moest voelen of ik van de ene koffieafspraak blijer thuiskwam dan van de andere en of dat aan mijn gezelschap lag of aan de kwaliteit van de koffie die ik dronk. Ik moest gaan voelen tot ik er helemaal gek van werd. En om het nog moeilijker te maken, moest ik er consequenties aan verbinden. Dat werd dus verplicht genieten van domme woonprogramma’s.

7 Doe weer dingen

Als kind werkte ik ooit een heel potje fluortabletten naar binnen omdat ik die zo lekker vond. Toen ik ze allemaal had uitgekotst, bleef ik de rest van mijn leven misselijk worden van hun geur. Een burn-out had ook zoiets in mij getriggerd. Ik had het gevoel dat ‘dingen doen’ mij ziek hadden gemaakt, dus hield ik daar liever voor altijd mee op. Als ik weer één nacht was uitgeweest had ik direct het gevoel dat ik weer een paar dagen achter liep op mijn herstelschema. Het tegenovergestelde bleek waar, een burn-out bestrijd je alleen door jezelf te trainen om weer dingen te gaan doen. Wat ik in het klein had geoefend met joggen en tv-kijken moest ik uiteindelijk ook in het groot gaan doen. Er waren inmiddels al bijna zes maanden voorbij en nog steeds lepelde ik nog liever mijn oogbollen eruit dan dat ik mijn oude werk weer zou oppakken. Daarom dacht ik dat dit misschien een goed moment zou zijn om voor het eerst in mijn leven te gaan studeren. Ik schreef me in voor de kunstacademie, en werd aangenomen. De eerste weken kwam ik elke dag kletsnat van het zweet op school aan, omdat ik alleen de fietstocht al zo zwaar vond. Maar ik ervaarde wel hoe het was om dingen te maken zonder ervoor betaald te krijgen, om niks uit te voeren en me daar niet schuldig over te voelen. Ik heb inmiddels het jaar afgemaakt en heb nu eindelijk het gevoel weer echt gezond te zijn. Niet dat ik weer helemaal ‘de oude’ ben, dat word ik waarschijnlijk nooit meer. Ik zal waarschijnlijk nooit meer elke dag na het overwerk de sportschool in kunnen wippen. Wel kan ik nu net zo lang voor me uit staren totdat mensen me aantikken om te vragen of ik nog leef, of terwijl de hele wereld naar een feest gaat thuisblijven om stripboeken te lezen. Als ik aan mensen vertel dat ik een burn-out heb gehad, trekken ze vaak hun medelijden-blik, alsof je een zielig, verweerd, uit huis gegooid straatkatje bent. Terwijl ik op dit moment vind dat een burn-out, hoe afschuwelijk het toen ook was, misschien wel het beste is wat me ooit is overkomen.

Jan Hoek (25) is student aan de Rietveld Academie. Vorige week kon je hier lezen hoe hij in een burn-out terechtkwam.