Cultureel hart van de stad

Architect Francine Houben ontwierp voor Birmingham een nieuwe bibliotheek in de rijke industriële traditie van de negentiende eeuw. „Ik wilde niet weer zo’n glazen doos maken.”

Ontwerp nieuwe bibliotheek Birmingham Beeld Mecanoo Architecten Architect Francine Houben ontwierp voor Birmingham een nieuwe bibliotheek in de rijke industriële traditie van de negentiende eeuw. „Ik wilde niet weer zo’n glazen doos maken.”

„Ruik je het?”, vraagt de Nederlandse architect Francine Houben bij het betreden van het bibliotheekgebouw in het hart van Birmingham. Inderdaad slaat de bezoeker een muffe lucht tegemoet, waarvan de bestanddelen niet direct zijn thuis te brengen. Houben: „Die geur vind je altijd in Engelse openbare gebouwen.”

Als het aan haar ligt, blijft het nieuwe bibliotheekgebouw, dat naar haar ontwerp honderd meter verderop zal verrijzen, van die geur verschoond. Het moet er proper en licht zijn, zodat de bevolking van Birmingham er massaal op afkomt. „Ik wil er een echt ‘People’s Palace’ van maken”, zegt Houben. „Het moet het sociaal-culturele hart van de stad zijn.”

Het is voor het eerst dat Houbens kantoor Mecanoo een grote opdracht in Groot-Brittannië in de wacht heeft gesleept. De stadsbestuurders vielen voor haar ontwerp, dat het nogal naargeestige Centenary-plein meer samenhang en allure moet verschaffen.

Birmingham, de tweede stad van het land, werd in de Tweede Wereldoorlog hevig gebombardeerd en na 1945 volgebouwd met saaie woontorens en autosnelwegen. Over het huidige betonnen bibliotheekgebouw, geopend in 1974, zei Prins Charles – in wiens ogen trouwens maar weinig naoorlogse creaties genade kunnen vinden – dat „het er meer uitziet als een plaats om boeken te verbranden dan om te bewaren”. Toch vervult het gebouw, dat ook een groot archief herbergt, een belangrijke sociale rol. Velen maken gretig gebruik van de computers op de zalen.

De stad besloot de oude bibliotheek te vervangen en nam in 2002 de befaamde Britse architect Richard Rogers in de arm. Het werd echter een valse start. Na enige jaren werd het project alsnog afgeblazen wegens forse kostenoverschrijdingen. Er werd een nieuwe prijsvraag voor het ontwerp uitgeroepen. Mecanoo won.

Houben koos bewust een andere aanpak dan Rogers en diens eeuwige concurrent Norman Foster. „Mede onder hun invloed is de glasarchitectuur in dit land dominant geworden maar ik wilde niet weer zo’n glazen doos maken,” zegt ze. Op de plek aan het plein waar nu nog een parkeerplaats ligt, komt Mecanoo’s monumentale gebouw van negen verdiepingen te staan met een intrigerende sluier van geometrische figuren aan de voorzijde. Het krijgt een groot afdak boven de ingang, waarop een tuin wordt aangelegd. Via een aantrekkelijke open ruimte voor het gebouw – maar onder het straatniveau – worden voorbijgangers eveneens naar binnen gelokt.

Houben probeert aan te sluiten bij Birminghams rijke industriële traditie van de negentiende eeuw. Ze doet dat onder meer door die metalen sluier, die een eigentijdse variatie vormt op het vakkundige smeedwerk van toen. Ook heeft ze de niveauverschillen in de stad – kanalen die over wegen heen leiden en tunnels voor treinen onder de binnenstad – in haar ontwerp proberen weer te geven.

Als haar gebouw er eenmaal staat, zal het de grootste openbare bibliotheek van Groot-Brittannië zijn. Er worden tienduizend bezoekers per dag verwacht, twee keer zoveel als in de huidige. De British Library in Londen is weliswaar groter maar daar zijn boeken alleen op afspraak in te zien en ze mogen het gebouw niet verlaten.

Twintig mensen zijn inmiddels op het hoofdkantoor van Mecanoo in Delft bezig met het project, dat 193 miljoen pond (216 miljoen euro) gaat kosten. Ook in Engeland zijn er lokale consultants ingeschakeld.

Houben heeft al eerder projecten bij de hand gehad in het buitenland, onder meer in Taiwan en Spanje. Maar het werken met de Britten kent zo zijn eigenaardigheden. Ook de muffe geur, waaraan ze zich zo kan ergeren, duikt daarbij weer op. „Ik heb een hele strijd moeten voeren over de toiletten”, vertelt ze. „De Britse regels schrijven voor dat er in elke openbare gelegenheid binnen dertig meter een toilet moet zijn. Dan krijg je dus een gebouw vol toiletten. Die zijn moeilijk schoon te houden en het begint al gauw te stinken. Je kunt die veel beter bij elkaar trekken in groepjes. Die strijd heb ik tenslotte gewonnen.”