Cijfers over het Chinese bbp zeggen niet alles

De cijfers over het bruto binnenlands product (bbp) van China lijken aan te tonen dat de op twee na grootste economie ter wereld de inzinking te boven is. Slechts weinig economen zullen de gegevens van vandaag echter voetstoots aanvaarden. Hoewel enige behoedzaamheid verstandig is, is het herstel van het Koninkrijk van het Midden waarschijnlijk wel aangevangen – zij het mondjesmaat.

De leiders van het land hebben voor 2009 een groei van 8 procent in het vooruitzicht gesteld. De meeste economen geloven dat dat magische getal zal worden bereikt, net als 88 procent van de beleggers in China, aldus een onderzoek van ING. De gerapporteerde groei over het eerste kwartaal bedroeg 6,1 procent, en voor het tweede kwartaal werd een ‘definitieve’ groei van 7,1 procent verwacht, gevolgd door een boven de trend uitstijgende groei in de tweede helft van het jaar. De vandaag gerapporteerde groei bedraag 7,9 procent.

Maar in China is de bbp-groei politiek té belangrijk om betrouwbaar te kunnen zijn. Van bodem tot top van de bestuurs- en productieketen heeft iedereen een reden om cijfers te rapporteren die politiek correct lijken. Zoals de econoom Charles Goodhart heeft benadrukt, zijn metingen geen goede instrumenten als leiders er doelstellingen van maken.

Toch wijzen ook eenvoudiger indicatoren op economisch herstel. De auto-omzet is in juni met 37 procent gestegen. Het elektriciteitsverbruik ging met 3,7 procent omhoog, waardoor de daling van mei werd goedgemaakt. De productie van staal, diesel, gespecialiseerde chemieproducten en zelfs koelkasten is weer terug op het niveau van vóór de crisis. De export daalt nog steeds, maar een tragere daling van de import duidt erop dat de binnenlandse consumptie in China zich sneller herstelt dan die van zijn handelspartners.

Geen van deze indicatoren is perfect. De omzet kan stijgen omdat de prijzen naar een onhoudbaar laag niveau zijn gedaald. De cijfers over de industriële productie vertellen je wat er is gemaakt, en niet wat er is verkocht. En de stijgende import kan een teken zijn dat bedrijven materialen kopen voor de vervaardiging van producten die nog geen kopers hebben.

Hoe dan ook, de financiële hulp heeft dit herstel – als het dat al is – zeker een gezonder uiterlijk gegeven. De centrale bank heeft dit jaar tot nu toe drie maal zo veel geld in de economie gepompt als in dezelfde periode vorig jaar. Een recordstijging van het bezit aan buitenlandse valuta’s van het land in juni suggereert dat speculatief buitenlands kapitaal zich nu bij de liquiditeitsstroom heeft gevoegd.

Wat het bbp-cijfer ook weergeeft, China blijft een onevenwichtige economie. De reële particuliere consumptie is niet volwassen. Daar kan de tijd slechts verandering in brengen. De exportmachine blijft vooralsnog in de wachtstand staan. Alleen een herstel in de VS en Europa kan hem weer aan de praat krijgen. Op die zaken heeft Peking vrijwel geen enkele invloed.

    • John Foley