Buitenlandse kritiek op SGP en euthanasie

VN-leden moeten zich geregeld verantwoorden over de mensenrechten. Deze week was Nederland aan de beurt. Er was volop lof, maar ook onvrede over de SGP en euthanasie.

Als je een goede naam hebt, ligt de lat hoog. Dat ondervond minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) toen hij de afgelopen twee dagen door het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties in Genève werd ondervraagd over de situatie in Nederland. Het comité had hoge verwachtingen. Dat was ook niet zo vreemd, want Nederland stond op de planning tussen landen als Tanzania, Tsjaad en Azerbajdzjan. Landen waar geen Commissie Gelijke Behandeling bestaat, of een Nationale Ombudsman.

De mensenrechtenexperts van het VN-comité prezen Nederland dan ook veelvuldig. De toon was beleefd, bij oude bekenden van de minister soms zelfs amicaal. Maar toch had Hirsch Ballin, die de Nederlandse delegatie dinsdagmiddag en gisterochtend leidde, op sommige momenten wat uit te leggen. Uiteraard blijft Nederland een van de voorvechters op het gebied van mensenrechten, benadrukte de minister, die het comité in het Engels, en in een enkel geval in het Frans, antwoordde. „Het is niet voor niets een van de cornerstones [steunpilaren, red.] voor dit kabinet.”

Tijdens de tweedaagse mensenrechtensessie in de langwerpige zaal van Palais Wilson, met uitzicht op het Meer van Genève, ging het over van alles en nog wat. Iedere mensenrechtenexpert richtte zijn pijlen op een ander onderwerp. Antiterrorismewetgeving, telefoontaps, vrouwen op de arbeidsmarkt en in de politiek, de asielprocedure, het euthanasiebeleid, mensenhandel. Niet voor niets was Nederland uitgerust met een zware delegatie. Circa vijftien ambtenaren, van verschillende departementen, waren maandag met kilo’s papier in hun bagage naar Genève gevlogen. „Tja, je weet nooit waar ze naar vragen”, zei een van de ambtenaren na afloop. Zo bleek de Arubaanse afgevaardigde, procureur-generaal Robert Pieterz, voor niets naar Zwitserland te zijn afgereisd; hij kreeg nul vragen voorgeschoteld.

Op het Nederlandse euthanasiebeleid kwam dinsdag al kritiek, met name van de Amerikaanse hoogleraar rechten Ruth Wedgwood. Vol toewijding vertelde ze over haar eigen vader, wiens laatste wil door hulpverleners bijna was veranderd. „Mijn bloed gaat hiervan koken.” Zij pleitte voor een rechterlijke toets voorafgaand aan de uitvoering van euthanasie, in plaats van toetsing achteraf. Ook de Brit Rodley en de Zweedse rechter Krister Thelin vinden dat de keuze om tot levensbeëindiging over te gaan niet in eerste instantie bij de dokter moet liggen, maar bij de rechter. „Mensen kunnen onder grote druk komen te staan”, zei Rodley. „Ik wil de garantie dat mensen worden beschermd tegen misbruik.” Daar heeft het comité jaren geleden al eens om gevraagd, benadrukte hij, en dat zal hij nu weer doen. Volgens Hirsch Ballin bieden de toetsingscommissies, bestaande uit medici, ethici en juristen, voldoende garantie dat de procedure goed verloopt.

Ook moest de minister verklaren waarom er een politieke partij is – de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) – die weigert vrouwen toe te laten. „Dit is pure discriminatie! Wat doet u om dergelijke partijen over te halen vrouwen op te nemen? Nederland kan niet achterover leunen, want vrouwen worden op deze manier slachtoffer van discriminatie.” De Roemeense deskundige en advocaat Iulia Motoc hamerde fel op het belang van vrouwenparticipatie; zowel op de arbeidsmarkt als in de politiek.

Minister Hirsch Ballin stelde haar gerust: het Nederlandse kabinet voert een actief diversiteitsbeleid. En bovendien, voegde hij daaraan toe, heeft de SGP slechts twee van de honderdvijftig zetels in de Tweede Kamer. De andere partijen, ook de oppositiepartijen, vinden dat vrouwen volledig kunnen deelnemen in de politiek. Hirsch Ballin wilde nog niet vooruitlopen op de uitspraak van de Raad van State over de subsidiëring van de SGP.

Echt onder vuur kwam Hirsch Ballin niet te liggen. De experts benadrukten stuk voor stuk dat het met de mensenrechten in Nederland wel goed zit. Over de asielprocedure kwamen, net als tijdens eerdere VN-sessies, veel vragen. Ook de Indiër Prafullachandra Natwarlal Bhagwati, een kleine man die met zijn hoofd amper boven de tafel uitkomt, hamerde daarop. Hij heeft ernstige bezwaren tegen het inburgeringsexamen, zei hij. En hoe zit het met de nieuwe Vreemdelingenwet? En is er gratis juridisch advies voor asielzoekers die naar uw land komen?

Plotseling hoorden alle aanwezigen in de zaal Indiase klanken door hun koptelefoon. Loeihard. Het was de mobiele telefoon van Bhagwati, die zijn eigen ringtone pas als allerlaatste hoorde. „I’m sooo sorry!” riep hij verschrikt uit. De telefoon verdween in zijn binnenzak. Maar amper twee zinnen later schalde het Indiase gezang weer door de koptelefoons. „Ik begrijp dat ding niet zo goed”, moest Bhagwati, die over twee weken zijn 75ste verjaardag viert, bekennen. Met dank aan zijn buurman, die het ‘geluid uit’-knopje wel kon vinden, bleef het de rest van de zitting stil.

Op 31 juli publiceert het comité zijn aanbevelingen aan de ondervraagde landen, waaronder Nederland. Minister Hirsch Ballin ziet daar niet tegenop, zei hij na afloop van beide zittingsdagen. „Ik ben me dag in, dag uit bewust van het belang van mensenrechten. We weten heel goed wat ons te doen staat. Maar dat het comité daar in zijn rapport nog eens extra op hamert kan geen kwaad. Dat houdt ons scherp.”