Brieën als wagenwielen en tonnen rode, zure wijn

V eel wensen uit mijn kindertijd zijn nu wel uitgekomen of, ook rustig, een desillusie gebleken. Alleen de wens om in een rood houten huisje te wonen waaruit aanhoudend een wolkje rook uit de schoorsteen kringelt, is nog niet in vervulling gegaan. En ik wilde nog een keer heel graag naar de Makro.

Gisteren mocht ik met iemand mee. Iemand met een Makro-pas. Een Makro-pas, dat is voor mij zoiets als een tafeltje in het beste restaurant van de stad of het geheime wachtwoord voor een underground feest in een oude fabriek waar volop gerookt wordt door aantrekkelijke mensen. Alleen wil ik niet naar zo’n feest. Ik wil naar de Makro. Al jaren.

Ik kende mensen, mensen met een eigen bedrijf, die er weleens kwamen. Ze kwamen dan terug met brieën als wagenwielen en tonnen rode, zure wijn. Eigenlijk heel onaantrekkelijke waren, als je erover nadenkt. Maar ook sprookjesachtig. Ik wist niet goed wat ik zelf bij de Makro zou kopen. Een heleboel wc-papier, natuurlijk. En misschien thee voor de rest van mijn leven. Waar ik dat thuis moest laten, was nog de vraag.

En nu mocht ik dus mee naar binnen. De Makro, zo bleek, was eigenlijk de wereld. Je had er van alles, en er waren heel veel klimaten. Eerst liep je bijvoorbeeld op de vleesafdeling, of eigenlijk in het vleesland, en daar was het stervenskoud. En dan ging je naar boven, naar de afdeling onaantrekkelijke pantysokjes. En daar was het dan weer tropisch warm. En het rook er ook heel raar.

Tot zover het exotische aspect. Voor de rest kostte de koffie hetzelfde als bij Albert Heijn, en was de Makro eigenlijk, met alle respect, net zoiets als die grote hypermarchés waarin ik altijd mijn halve vakantie in Frankrijk doorbreng. (Ik vind het prettig als supermarkten melk, prei, bankstellen en zwembaden verkopen. En in Frankrijk doen ze dat.)

De stroop die op onze boodschappenlijst stond, zat gewoon in een klein flesje. Niet in een container. En de Earl Grey-thee zat ook in een normaal doosje. Ik vond wel nog een grote plastic map met honderden plakjes bacon erin. Maar die wilde ik liever niet hebben.

Alleen aan het eind, bij het afrekenen, werd het weer leuk. Want toen moesten we de Makro-pas geven. En dan mochten we pas betalen. Dat had iets bijzonders, iets exclusiefs, iets van een club voor mensen die weten wat je aanmoet met kilo’s bacon.