Bierbaronnen

De Belgische bierbaronnen: Het verhaal achter Anheuser-Busch InBev Auteur: Wolfgang Riepl Uitgever: Roularta Books, Roeselare; 320 pagina’s, 24,90 euro De Belgische bierbaronnen: Het verhaal achter Anheuser-Busch InBev Auteur: Wolgang Riepl Uitgever: Roularta Books

De Belgische bierbaronnen: Het verhaal achter Anheuser-Busch InBev Auteur: Wolfgang Riepl Uitgever: Roularta Books, Roeselare; 320 pagina’s, 24,90 euro

Stella Artois, een pils dat in eigen land wegkwijnde omdat het te gewoon was en de naam had een ‘hoofdpijnbier’ te zijn, is nu vrijwel overal ter wereld te koop, als luxebier. In België slonk de consumptie van Stella van 3,4 miljoen hectoliter in 1974 tot minder dan een vijfde van die hoeveelheid in 2007. Internationaal gaat er echter jaarlijks 10 miljoen hectoliter van dit bier over de toonbank of de toog. De wonderbaarlijke wederopstanding van Stella Artois buiten de landsgrenzen is een afspiegeling van de wording van de Belgische bierreus Anheuser-Busch InBev, eigenaar van het biermerk.

In De Belgische bierbaronnen beschrijft de Vlaams-Oostenrijkse journalist Wolfgang Riepl de bizarre ontstaansgeschiedenis van het grootste brouwersconcern ter wereld. Het fundament voor het bedrijf werd gelegd in 1971 toen de brouwer van Stella Artois uit Leuven in het diepste geheim een samenwerking aanging met aartsrivaal Piedboeuf uit Luik, die Jupiler brouwde. Officieel namen beide ondernemingen samen een met sluiting bedreigde brouwerij in het dorp Ghlin over, en richtten zij de gezamenlijke vennootschap Brassico op. Maar daarnaast vond er een geheime aandelenruil plaats, waardoor de brouwerijen Artois en Piedboeuf in één klap 60 procent van de Belgische biermarkt in handen kregen.

Maar behalve de aandeelhouders, was vrijwel niemand van de overeenkomst op de hoogte. Zo bleef de animositeit tussen Stella en Jupiler gewoon in stand en verhevigde zelfs. In het heetst van de strijd rolden vertegenwoordigers van Jupiler aspirinetabletten op de tafels van Stella Artois-cafés. „Hier een aspirine tegen je hoofdpijn straks.” Het marktaandeel van Jupiler groeide, vrijwel geheel ten koste van Stella.

De verhoudingen werden zelfs zo scheef dat in het hol van de leeuw, bij Artois in Leuven, heimelijk Jupiler werd gebrouwen. Onder de codenaam Lager vertrok dit bier naar Brassico en werd daar gebotteld als Jupiler. Pas in oktober 1987 kwam het tot een daadwerkelijke fusie tussen beide brouwers. Toen pas hoorden werknemers en managers tot hun stomme verbazing dat zij jarenlang zakelijke bondgenoten waren geweest. Dat was het bizarre begin van de opmars naar de titel ‘Bierleider van de Wereld’, die het bedrijf in 2008 binnenhaalde door de aankoop van zijn Amerikaanse concurrent Anheuser-Busch.

De geschiedenis van het brouwersconcern, dat wereldwijd een marktaandeel heeft van 26 procent, staat bol van de intriges, onderonsjes en machinaties. Een hoofdrol is daarbij weggelegd voor de oorspronkelijke aandeelhouders, hoofdzakelijk afkomstig uit de aristocratische families De Spoelberch, Van Damme en De Mevius, de bierbaronnen van België. Onzichtbaar voor de buitenwereld hielden zij de touwtjes strak in handen. Op cruciale momenten duwden zij het concern in een andere richting.

Riepl legt de verborgen verwikkelingen bloot op basis van interviews met tientallen betrokkenen. Enkele cruciale figuren in de bedrijfssoap van AB InBev kreeg hij echter niet te spreken, onder wie de huidige Braziliaanse topman van het concern Carlos Brito en de belangrijke familieaandeelhouder Alexandre Van Damme. In het voorwoord beklaagt Riepl zich over deze zwijgzaamheid. „De blijvende discretie van dit bedrijf is een smet op haar [sic] blazoen”, schrijft hij.

Daarmee is De Belgische bierbaronnen ook niet het definitieve boek over AB InBev geworden. Riepl wist veel boven water te krijgen, maar het gevoel beklijft dat hij niet het naadje van de kous te weten is gekomen. Riepl blijft ook te dicht bij de letterlijke citaten van zijn bronnen, waardoor storende herhalingen ontstaan. Maar dat is een kwestie van eindredactie.