Afrika komt tot leven aan Hollandse dijk

Theater Lola van Jibbe Willems door Het Syndicaat, Rode Aarde door Speeltheater Holland en Sisonke Arts. Festival Karavaan t/m 26/7. Inl: www.karavaan.nl****

Op het reizende Festival Karavaan in Noord-Holland zijn premières te zien, succesvolle voorstellingen uit eerdere seizoenen, zoals As tears go by van Dame Jeanne, straattheater en opvoeringen die zijn samengesteld uit vroegere optredens.

Rode Aarde is een goed voorbeeld van dat laatste genre. Speeltheater Holland is een subtiel werkend gezelschap dat fraaie, gestileerde voorstellingen maakt. Tijdens Karavaan, ergens op een stille dijk tussen Hoorn en Edam, brengt de bus de toeschouwers naar een traditionele Zuid-Afrikaanse kraal voor de opvoering Rode Aarde. In de omheining voor het vee, de kraal, staat een tafel. De kleurrijke, handhoge poppen die hierop liggen uitgestald, komen dankzij de acteurs op magische wijze tot leven. Het Afrikaanse landschap wordt verbeeld met golvend stof. De poppen staan voor de Xhosa-stam die tijdens de Britse overheersing wordt onderworpen. Het meisje Nongqawuse doet een verkeerde voorspelling om haar volk te redden. Met ritmische klanken en hypnotiserende zang evoceren de spelers het verzetsverhaal.

Na de oprechte intensiteit van Rode Aarde, spreekt uit Lola, gespeeld door Het Syndicaat, pure verdorvenheid. De voorstelling, die vanaf volgende week te zien is bij Karavaan, stond tijdens het Over het IJ Festival op een ideale locatie: tussen de stalen benen van een hijskraan op de oude NDSM-werf. Pikant geklede meisjes met fluorescerende bikini’s hangen heupwiegend rond, als op een desolate tippelzone. Hoofdrolspeelster is de hoer Lola (Manon Nieuweboer), moeder van alle aardse lusten. Twee mannen, de Jager en de Charmeur, begeren haar. Aan het einde is Lola een orgie van heftig bewegende lichamen.

Het bizarre aan Lola is het taalgebruik van schrijver Jibbe Willems. In vrije verzen, soms rijmend en welbewust vol clichés over seksualiteit, laat hij Lola haar decadente rol spelen. „Bedrink u/ met goede wijn/ poëzie/ en zie/ dat u ongeremd/ en gloeiend heet/ mijn tempelgrond betreedt.”

Op het eerste gehoor zijn dit de ergste platitudes, maar geleidelijk beginnen tekst en spel te boeien en krijgt de trage muurbloempjesdans van de meisjes iets bedwelmends krijgt. De ongeremde schaamteloosheid past bij een zomerfestival.

    • Kester Freriks