Zelaya wil een opstand in Honduras

De verdreven Hondurese president Manuel Zelaya heeft gisteren opgeroepen tot „een opstand” tegen de nieuwe machthebbers in het land. Ook herhaalde hij zijn belofte om „zo snel mogelijk” terug te keren naar zijn land.

Tijdens een persconferentie in Guatemala, een buurland van Honduras dat hij gisteren bezocht, wees Zelaya op artikel 3 van de grondwet. Dat voorziet in „het recht van het volk om in opstand te komen ter verdediging van de grondwettelijke orde”. Zelaya: „We geven de strijd niet op, we blijven doorgaan totdat de putschisten het de facto regime opgeven dat ze in ons land opgezet hebben.”

Sinds Zelaya op 28 juni door militairen het land werd uitgezet, hebben zijn aanhangers bijna elke dag gedemonstreerd. Van massademonstraties is echter geen sprake meer: hoogstens enkele honderden betogers zijn nog actief. Dit weekeinde hief het nieuwe bewind de avondklok op die het direct na de coup instelde, omdat de orde zou zijn „hersteld”.

Zelaya’s oproep komt op het moment dat een bemiddelingspoging van de Costaricaanse president Oscar Arias zeer moeizaam verloopt. Vorige week werd deze dialoog afgebroken zonder dat de twee rivalen elkaar rechtstreeks gesproken hadden. Zelaya wil dat de nieuwe machthebbers aftreden en hem laten terugkeren als president, maar zij noemen die eis niet-onderhandelbaar.

Komend weekeind zou de dialoog hervat moeten worden. Zelaya stelde het bewind afgelopen maandag een ‘ultimatum’. Als het voor aanvang van de gesprekken Zelaya’s aanspraak op de macht niet erkent, dan beschouwt hij deze „op voorhand mislukt”. In reactie hierop riepen de VS, die Zelaya’s machtsclaim steunen, alle partijen in het conflict gisteren op „geduld te betrachten” en „geen ultimata te stellen”.

Zelaya zei gisteren niet te willen zeggen hoe of wanneer hij van plan is een poging te doen terug te keren naar zijn land. Dit „om de tegenstanders, van wie we weten dat het criminelen zijn, niet alert te laten zijn”. (AP, AFP, Reuters)