'Wielrenner is niet slechter dan voetballer'

Cedric Vasseur, in 1997 geletruidrager in de Tour, werd vijf jaar geleden ten onrechte beschuldigd van dopegebruik. Nu fungeert hij als stem van de renners.

Cédric Vasseur (voorop) tijdens de Tour de France van 2000. Achter hem toenmalig ploeggenoot Lance Armstrong, met 'oortjes'. (Foto AFP) The 1999 Tour de France winner American Lance Armstrong (C) rides with his teammates, with among them Frenchman Cedric Vasseur (R), ahead of the pack to chase the breakaway riders during the 8th stage of the 87th Tour de France between Limoges and Villeneuve-sur-Lot, southern France, 08 July 2000. Dutch Erik Dekker won the stage. Italian Alberto Elli retains the yellow jersey. AFP PHOTO PATRICK KOVARIK AFP

Grappig toeval, lacht Cédric Vasseur, dat hij hier in het Village Départ van de Ronde van Frankrijk uitgerekend zit in een stand van sponsor Festina. „Juist door het dopingschandaal bij de Festinaploeg in de Tour van 1998 is de belangenvereniging voor profwielrenners opgericht”, zegt de Franse oud-renner, die sinds 2007 voorzitter is van de Cyclistes Professionnels Associés (CPA).

Vasseur (38) is de opvolger van de Italiaan Francesco Moser, die jarenlang de grootste moeite had om de stem van de renners te vertolken. „Moser was een grootheid als renner, maar al een tijdje gestopt toen hij voorzitter van de CPA werd. Daarom was er veel afstand tot de renners. Toen ik hem opvolgde, was ik net gestopt. Ik kende het peloton, iedereen kende mij. Op mijn kaartje staat president, maar ze zien me eerder als een vriend of collega. Het lukt steeds beter om de renners met één stem te laten spreken.”

Ook in de Tour is de in Hazebroek, tegen de West-Vlaamse grens, geboren nordiste (noorderling) aanwezig om de belangen van de renners te bewaken. „De laatste jaren stond de Tour in het teken van het grote gevecht tussen de organisatie (ASO) en de internationale wielerunie (UCI). De renners waren marionetten. Neem het dopingprobleem. Sinds het Festina-schandaal wordt dat eenzijdig afgewenteld op de renners. Ze gooien er steeds een paar in de prullenbak en gaan weer vrolijk verder. Daarmee los je niets op.”

Vasseur ontwikkelde zijn eigen visie op de dopingproblematiek in de praktijk. Als renner maakte hij in het tijdperk van het verboden wondermiddel epo vele hoogte- en dieptepunten mee. In het dorpje La Châtre, waar de Tourkaravaan gisteren passeerde, won hij twaalf jaar geleden een rit na een solo van liefst 147 kilometer. Hij veroverde de gele leiderstrui, waarin hij in de vijf dagen daarna uitgroeide tot Franse volksheld. Zijn vader Alain had ook op die manier in 1970 een rit gewonnen in de Tour. „Het was een soort kerstcadeau. Alleen heb ik door alle stress nauwelijks bewust van mijn succes kunnen genieten. Dit is een bizar vak, weinig mensen realiseren zich dat. Pas toen ik in 2007 in Marseille weer een rit won, heb ik bewust genoten. De cirkel was rond en ik kon gerust stoppen.”

In de tussenliggende jaren was hij helper van onder meer Lance Armstrong („zijn hekel aan verliezen is de basis van zijn succes”) en Tom Boonen. Maar zoals velen van zijn generatie raakte Vasseur in 2004 betrokken bij een dopingschandaal in zijn toenmalige ploeg Cofidis. Hij zou cocaïne hebben gebruikt. „Ik weet dus uit ervaring hoe zo’n beschuldiging voelt. Vanaf het eerste moment moet je in de verdediging, om je onschuld te bewijzen. Dat is mij na een jaar uiteindelijk gelukt, maar het heeft me veel geld en overwinningen gekost – buiten het litteken dat altijd blijft. Het was voor mij een belangrijke motivatie om voorzitter van de CPA te worden.”

Tegen de stroom in probeert Vasseur enige nuance aan te brengen in de strijd tegen doping. „Begrijp me niet verkeerd, de CPA is tegen dopegebruik. Maar vaak wordt de gemakkelijkste oplossing gekozen. De renner is een bedrieger, hij moet worden gestraft, klaar. Iedereen heeft jaren geroepen dat het over een oude generatie renners ging. Die mannen moesten gaan. Maar er kwamen steeds nieuwe gevallen. Landis, Rasmussen, Ricco, Kohl, tot en met Lhotellerie toe. Volop jonge renners, dus is het niet uitsluitend te wijten aan een zogenaamd verdorven generatie wielrenners. Het gaat om het hele krachtenveld waarin dit probleem speelt. De regels, de controleurs, de politieke strijd.”

Als voorbeeld noemt hij Boonen, die betrapt werd op cocaïnegebruik buiten competitie en pas op het laatste moment van de rechter mocht starten in de Tour. „Tom heeft de zaak gewonnen, en daarmee is de organisatoren duidelijk gemaakt dat ze niet zomaar renners of teams kunnen uitsluiten. Maar hij kon alleen winnen dankzij juridische steun van zijn ploegleider Patrick Lefevere. Mijn vraag: had die hetzelfde gedaan als het een mindere renner betrof? Deze hele zaak had simpel voorkomen kunnen worden door duidelijke regels. Zeg gewoon dat cocaïne verboden is, dan ben je van dit probleem af.”

Nu laat de UCI volgens Vasseur ruimte voor willekeur. „Neem de test van Thomas Dekker (van wie vlak voor de Tour bekend werd dat hij op epo is betrapt) uit 2007, die nu opnieuw is bekeken. Kan dat zomaar? UCI-arts Zorzoli heeft een officieel papier getekend dat de bloedwaarden van Dekker in orde zijn. Nu zeggen ze ineens dat er afwijkingen waren. Ik ken de details niet, maar leid er wel uit af dat er iets mis is met de regels. Daardoor ontstaat ongelijkheid, en kunnen renners niet op een stabiele manier aan hun carrière werken. Zo vergroot je het dopingprobleem juist.”

De vakbondsvoorzitter maakt een vergelijking met andere sporten. „Voetballers zijn helden voor wie de mensen naar het stadion komen. Als er iets niet goed gaat, worden er allerlei excuses bedacht om de helden op hun voetstuk te laten. Het ligt altijd aan de trainer of het bestuur. In het wielrennen is het precies andersom. Als er een probleem is, ligt het aan de renner. De UCI, de organisatoren en de ploegleiders blijven meestal buiten schot. De renner krijgt alle shit over zich heen. Terwijl zij de helden zijn van deze sport, die miljoenen mensen vermaken en inspiratie geven.”

Wielrenners zijn ook niet slechter dan voetballers of tennissers. „De grote meerderheid wil strijden met gelijke wapens, in een stabiel systeem. Duidelijke regels, veilige parcoursen, een goed minimumloon. Ik kan niet accepteren dat een profrenner minder verdient dan een lid van het personeel. Sommigen krijgen aan het einde van hun contract een aanbod dat zomaar 40 procent lager ligt. Ook dat veroorzaakt onzekerheid en instabiliteit.”

Wordt de stem van de renners gehoord? „Onvoldoende”, geeft Vasseur toe. „Organisatoren en ploegleiders zijn uitstekend georganiseerd. Wij vertegenwoordigen 865 profrenners die eerst naar hun eigen belang kijken. Maar iedere renner heeft tegenwoordig een laptop. De CPA houdt enquêtes en de respons wordt steeds groter. Zeventig procent van de renners bleek al voor de Tour tegen het verbod op de ‘oortjes’ (in de rit van gisteren en aanstaande vrijdag verboden communicatiemiddel) te zijn. Alleen blijft het frustrerend dat niemand iets met hun mening doet. Ik zal blijven strijden om de stem van de renners gehoord te krijgen.”

Dit is het zesde deel in een serie over doping. De eerdere afleveringen zijn te lezen op nrc.nl/sport