Quatorze Juillet

Omdat het Quatorze Juillet was en we toevallig toch in Frankrijk waren, leek het ons wel wat om samen met de Fransen hun nationale feestdag te vieren. We hadden gehoord dat zij op die dag graag in de vrije natuur picknicken. We besloten midden op het platteland, een halfuurtje rijden van Limoges, nabij een idyllisch meertje een kasteelhotel te betrekken. Fontvieille heette het gehucht.

Een dag tevoren hadden we in een supermarkt een opmerkelijke hoeveelheid proviand ingeslagen. Dit om ons tegen alle culinaire ongemakken van het platteland in te dekken. Het is misschien wel interessant gedetailleerd te registreren wat tien Nederlanders denken nodig te hebben om te voorkomen dat ze de hongerdood sterven.

Zij kochten in dit geval in: drie zakken chips, caviar aubergines puget (90 gr), cornichons mini classique (210 gr), mayonnaise amora, olives noires, sel de mer blanc, terrine de rillettes (170 gr), anchois marines à l’ail (150 gr), rosette de Lyon (550 gr), rouille (2x), saumon fumé atlantique (150 gr), mini beurre (200 gr), abricot, arachide coque grillée (1 kg), cerise petit calibre, concombre pièce, melon (2x), olives, pêche jaune plate, radis botte lot (2), tomate coeur de pigeon, charcuterie, jambon (9x), fromage, 50 assiettes carton blanche, planchette. In totaal (inclusief zeven flessen wijn en drie flessen water) voor 165,77 euro. Het verse brood werd op de gezegende dag zélf gekocht.

Kortom, op onze picknickweide zouden we voor geen enkele andere Franse familie hoeven onder te doen. Bij de hoteleigenaresse informeerden we vooraf nog even of ons beoogde meertje aan al onze wensen zou voldoen. Geen probleem, was de reactie, er was rust in overvloed te midden van de Fransen.

Ik had me voorgesteld dat ik op m’n dooie gemak kon bekijken hoe al die Fransen zich op zo’n feestelijke dag tegenover elkaar gedragen en of er grote verschillen zijn met zulke evenementen in eigen land, zoals Koninginnedag.

Onze mensen, die het verse brood in een naburig dorpje moesten kopen, kwamen terug met meewarige berichten over een groepje brandweermannen die op het dorpsplein de Marseillaise hadden gespeeld ten overstaan van een handvol ogenschijnlijk tamelijk onverschillige burgers.

Intussen zag ik op mijn hotel-tv hoe president Sarkozy en Carla Bruni op de Champs Elysées de koning en koningin van Frankrijk liepen uit te hangen. Sarkozy zou er nog graag tien paar handen bij hebben om de handen van al die blije Fransen te kunnen schudden en Carla doet met haar gemaakt naïeve lachje en in haar korte rokje alsof ze Jackie Kennedy is.

Kort daarna stortten wij ons zelf in het feestgewoel.

Dat wil zeggen, wij parkeerden onze auto’s bij dat meertje. Tot onze verrassing waren we de enigen. Dat zou de hele middag min of meer zo blijven. Verderop kwamen alleen een paar vissers ons gezelschap houden, maar voor de rest liet Frankrijk het volledig afweten. We lieten het er ons niet minder goed om smaken, maar het had iets bizars: die prachtige plek en de milde zon voor ons alleen.

Toen we weggingen, hebben we het zoontje van een visser nog een perzik gegeven. Meer kan ik over ons contact met de Franse bevolking niet vertellen. Het was niettemin een aangename middag, er gaat nu eenmaal niets boven eigen volk.