Oefening in pure nederigheid

Obama bedaard en hoffelijk, Balkenende roodaangelopen, en licht bezweet.

De president van de VS en de premier van Nederland ontmoetten elkaar gisteren.

Balkenende en Obama beantwoordden gisteren persvragen in de Oval Office in het Witte Huis. Foto Reuters U.S. President Barack Obama (R) and the Netherlands' Prime Minister Jan Peter Balkenende (L) answer reporters' questions in the Oval Office at the White House in Washington, July 14, 2009. REUTERS/Jonathan Ernst (UNITED STATES POLITICS MEDIA) REUTERS

Een verslaggever van NBC News vroeg in de wachtrij, een paar meter van het Oval Office, hoe je de naam van de Prime Minister of The Netherlands eigenlijk schrijft.

Willem Lust van Nova gaf geduldig de juiste spelling, en de Amerikaan typte het zo secuur mogelijk in zijn blackberry. Maar sommige letters lukten hem niet. Balkend? Balkende? De correspondent van RTL moest eraan te pas komen om het probleem uit de wereld te helpen. Balken-ENde. „Right”, zei de Amerikaanse verslaggever, het voorhoofd nog steeds gefronst.

Het typeerde de onmogelijke opdracht waarvoor Jan Peter Balkenende gisteren stond. Zelfs voor Amerikaanse politici is een bezoek aan Barack Obama tegenwoordig een oefening in nederigheid, dus van een Nederlandse premier kan moeilijk worden verwacht dat hij opgewassen is tegen deze Amerikaanse president. Zoals zij naast elkaar zaten toen de media het Oval Office betraden, zo zijn nu eenmaal de verhoudingen: Obama bedaard en hoffelijk, Balkenende roodaangelopen, en licht bezweet.

De president was niettemin lovend voor het Hollandse bezoek, en Nederlandse diplomaten in de VS, die achterin het Oval Office meeluisterden, zagen het voldaan aan.

Obama prees de ‘Dutch approach’ in Afghanistan, die Nederland in Washington onder de aandacht brengt als „3D”: development, diplomacy and defense (ontwikkeling, diplomatie, defensie). De president had even moeite zich de betekenis van de derde D te herinneren, en ving dat op met een compliment: de nieuwe aanpak van de VS is „echt overgenomen van sommige strategieën van Nederland”.

Vervolgens kwam voor Nederland het grote moment: hij „verlengde” zijn „persoonlijke uitnodiging” aan Balkenende voor deelname aan de volgende bijeenkomst van de G20, in september in Pittsburgh. Dat hadden Nederlandse diplomaten, zeiden ze, vooraf niet verwacht. En de president sprak, iets cryptischer, de hoop uit dat „Europese landen” bereid zijn „mee te werken” aan de sluiting van de terreurgevangenis op Guantánamo Bay. Dit alles om „de sterke band” met de VS te benadrukken, alsmede zijn „dank aan de Nederlandse bevolking”.

Balkenende zag zijn kans schoon zich te vereenzelvigen met de nieuwe leider van de wereld. Hij benadrukte, zoals premiers dat in de VS altijd doen, de Nederlands-Amerikaanse „waardengemeenschap”, en sprak bewondering uit voor „de boodschap van hoop” die de president uitdraagt, alsmede zijn „kracht en moed om dingen te veranderen”.

Het ‘persmoment’, zoals dat tegenwoordig heet, was toen al bijna weer voorbij. Eén Amerikaan mocht een vraag stellen, en de man op wie de keus viel, een verslaggever van The Hill, een gratis politiek krantje, kon de Amerikaans-Nederlandse waardengemeenschap geheel gestolen worden.

Hij wilde stilstaan bij de onheilspellend stijgende werkloosheid. Obama begreep dat hij nu weer exclusief tot zijn Amerikaanse kiezers sprak, en ging uitvoerig op het thema in. Willem Lust mocht vervolgens de Nederlandse vraag stellen, hij koos voor Afghanistan. Obama vroeg om een gecontinueerde presentie van Nederland maar vertelde – in het type empathie dat bij Bush stelselmatig ontbrak – dat hij „begrijpt” waarom dit onderwerp „controversieel” is in Nederland.

En dat was het. Bij het vertrek doorbrak Jan Peter Balkenende, tot ongenoegen van de Secret Service, het protocol door te voet uit het Witte Huis te vertrekken. Hij zou in een zaal even buiten het Witte Huis Nederlandse media te woord te staan. Leuk laconiek. Maar „laconiek”, verzuchtte Michiel Vos, verslaggever en schoonzoon van Nancy Pelosi, „is een begrip dat in de VS nu eenmaal niet bestaat”.

De rode gloed was van het hoofd van de premier verdwenen. Hij werkte alle radio- en tv-verslaggevers geduldig af, en telkens legde hij uit hoe prettig het gesprek was, en hoe goed de verhoudingen met de VS nog steeds zijn.

En Guantánamo Bay dan? Minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) wees eerder alle Amerikaanse verzoeken af om ‘Gitmo’-gevangenen op te nemen. En gisteren zei Balkenende dat hij misschien toch wil helpen, indien de sluiting van Nederland afhankelijk zou zijn. Is de verstandhouding op dit punt ook zo voortreffelijk? „Obama”, zei hij, „weet hoe gevoelig dit in Nederland ligt.”