Inslapen

Net als in Parijs de deuren van het vliegtuig sluiten, ploft er een klein, oververhit mannetje naast me neer, dat zich in een mengsel van Spaans, Engels en een poging tot Frans begint te excuseren. Mauricio is Colombiaan en woont sinds twintig jaar samen met zijn vriend in een appartement in de luxewijk van Bogotá. Toen hij, drie weken voor het huwelijk met zijn toenmalige vriendin, ontdekte dat hij homo was, zetten zijn ouders acuut de financiering van zijn rechtenstudie stop. Inmiddels is, naar Mauricio’s zeggen, zijn moeder ‘dol’ op zijn vriend en zijn hond Caesar. Caesar zit sinds dertien jaar op een hondenschool 45 minuten van zijn huis, waar hij elke dag met de taxi naar toe gaat. „Ja, we hebben ooit wel geprobeerd hem op een school dichterbij te doen, maar daar had hij het totaal niet naar zijn zin”, legt Mauricio uit. „Dus daar hebben we hem weer vanaf gehaald: wij hebben ons leven, maar hij toch ook?”

Met moeite onderbreek ik Mauricio’s levensverhaal. Het veiligheidsrapport over Choco, de regio waar ik ga werken, brandt in mijn tas. Het telt 82 pagina’s vol statistieken. Bij elk indianendorp staat een eindeloze rij jaartallen van gevechten en gedwongen verplaatsingen. Met groeiende onrust stamp ik in mijn hoofd wat me te doen staat als onze boot in zo’n gevecht terechtkomt. Naast me ligt Mauricio vredig te doezelen met zijn i-Pod in. Zou hij hier meer van weten? Als ik hem aantik, trekt hij één oortje uit: „Perdóneme, Anne! Wil je meeluisteren? Dit is Diana Krall. Eén van de mooiste nummers ooit gemaakt. Gaat over liefde en… Wacht, dan moet je eerst meer over mijn weekend horen. En daar hoort champagne bij…” Hij seint de stewardess en vertelt hoe hij zojuist in Parijs verliefd is geworden op een man, die getrouwd is en twee kinderen heeft. Mauricio zou het liefst alles opgeven voor zijn Fransman. En toch ook niet. Want wie zorgt dan voor Caesar?

Twee uur later is de champagne op, maar Mauricio’s liefdesdilemma nog niet opgelost. Ik sla mijn rapport weer open: „In het geval van een aanval op het Dokters van de Wereld-huis dienen alle teamleden zich te verschuilen in kamer drie, waar het noodrantsoen zich bevindt”, lees ik. „Elk bed heeft twee matrassen, één ter versteviging van het plafond in geval van een bombardement, de rest van het bed dient om de deur mee te barricaderen…”

Verward beuk ik Mauricio op zijn arm. „Ken je Choco?” De i-Pod gaat uit. „Choco. De jungleprovincie. Ben je daar ooit geweest?” herhaal ik. Het is even stil. „Donde los negritos? (waar de zwartjes wonen?)” Hij rilt. „Dios mio, no! Arm, warm en vol guerrilla. Daar heeft niemand wat te zoeken. Hoezo?” Ik leg hem uit dat ik daar als tropenarts ga werken. „Eres Doctora?” Verheugd gaat hij rechtop zitten. „Dat is interessant. Ik zit namelijk met een groot dilemma wat betreft Caesar. Hij heeft ernstige artrose en is al bij verschillende dierenartsen geweest. Inmiddels gebruikt hij 21 pillen per dag, onder andere cox-2-remmers, dat ken je vast wel, en een paar homeopathische, maar hij houdt ondraaglijke pijn. De dierenchirurg raadde aan hem te opereren; een nieuwe knie dus. Maar hij is al 13. Wat denk jij daarvan?” Laten inslapen! Denk ik daarvan. Maar daar is Mauricio het niet mee eens.

    • Anne Hermans