ik@nrc.nl

Onze kater Borrel is al enkele dagen spoorloos. In de buurt hebben we posters met zijn foto opgehangen. Ook lopen wij regelmatig rond, ‘Borrel, borreltje’ roepend, in de hoop dat-ie tevoorschijn komt.

Vanmiddag gaat de telefoon. Een oudere man, die enkele straten verderop woont, heeft een dode kat gevonden. Ik ga erheen. Het is de onze. Vermoedelijk aangereden. De man praat nog in condoleancetaal als zijn vrouw thuiskomt.

„Bent u de man van die kat”, vraagt ze.

Ik antwoord bevestigend. Dan zegt ze tegen haar echtgenoot: „Schat, schenk die man eens wat in. Hij is denk ik wel toe aan een borrel.”