Ik zie, ik zie... geen visie

Het kabinet wil mogelijk de Miljoenennota voor Prinsjesdag al vrijgeven. Dat spoort niet met de Grondwet, zegt Jan Vis. En het idee van een visionaire Troonrede is lachwekkend.

(Illustratie Hajo) Hajo

Vroeger had je Underwoods, Remingtons en Adlers – grote schrijfmachines waarin je behalve het origineel met carbonnetjes ook nog een stuk of vijf doorslagen kon typen. Het aantal exemplaren van de tekst dat naar de drukkerij ging was dus beperkt, en geheime stukken bleven dan ook meestal geheim. De computer met tekstverwerker veranderde dat. Het verschil tussen origineel en kopie viel weg. Het aantal uit te draaien exemplaren is in principe eindeloos. Je kunt hele boekwerken meenemen op diskette, cd’tje of usb-stick. En met weinig moeite kunnen alle geïnteresseerden over de hele tekst beschikken. Met zoveel toegankelijkheid is geheimhouding kwetsbaar geworden.

Tijdens het laatste kabinet- Drees – in de jaren vijftig – publiceerde Henri Faas van de Volkskrant voor Prinsjesdag grote stukken uit de begroting en de Miljoenennota. Hij had geen embargo geschonden, maar zijn gegevens bij elkaar gehaald via langdurig speurwerk. De oude Drees was razend en verbood Faas de toegang tot de departementsgebouwen. Als het kon zou hij vast nog wat strenger zijn geweest. Faas had een soort heiligschennis gepleegd.

Wat Henri Faas met veel moeite lukte in de tijd van de schrijfmachines en de goed bewaakte vertrouwelijkheid, is tegenwoordig bijna schering en inslag geworden. De beschikbaarheid van alles wat vertrouwelijk zou moeten blijven is gigantisch toegenomen. Lekkages zijn aan de orde van de dag. De verrassingen van Prinsjesdag zijn al jaren geen verrassingen meer. Wat de koningin in de Troonrede voorleest en wat Bos per koffertje aan de Kamervoorzitter overhandigt, is vaak oude kost.

Dat is jammer want het jaarlijkse feest van de democratie verliest aan inhoud. De regering wil daar iets aan doen en overweegt alle stukken de vrijdag voor Prinsjesdag te openbaren en van de Troonrede iets heel moois te maken.

Als het plan werkelijkheid wordt, is de pers winnaar en wordt de constitutionele positie van het parlement op Prinsjesdag ondergraven. Volgens artikel 65 van de Grondwet geeft de koningin op Prinsjesdag in de verenigde vergadering van de Staten-Generaal een uiteenzetting van het te voeren beleid – de Troonrede. Volgens artikel 105 worden op diezelfde Prinsjesdag begrotingsvoorstellen ingediend. Wat de regering nu wil, spoort niet met de Grondwet. Je kunt zelfs zeggen dat het in strijd is met de Grondwet – al valt dat in Nederland bij gebrek aan constitutionele rechtspraak nooit definitief vast te stellen.

De grondwetsartikelen maken in elk geval duidelijk dat de volksvertegenwoordiging in dit begrotingsritueel het centrale orgaan is: uiteenzetting in de verenigde vergadering, indiening van stukken bij de Tweede Kamer. Als vier dagen eerder alles al in de krant staat en in alle media dagenlang uitvoerig bediscussieerd en becommentarieerd is door politici, vertegenwoordigers van belangengroepen en wie verder nog in de buurt van camera en microfoon wist te komen, wordt Prinsjesdag een loze vertoning. Als iedereen heeft gesproken mag de koningin ook nog wat zeggen.

Minister Bos zag dat ook wel en lanceerde het idee van de „visionaire” Troonrede. Zoiets als het Gettysburg Address van Lincoln, of de rede van Churchill in de zomer van 1940 of – een beetje bescheidener – een Nederlandse State of the Union?

De minister moet een grapje hebben gemaakt. Visionaire toespraken zijn in Nederland-coalitieland niet mogelijk. Tussen Uithuizen, Cadzand en Vaals hebben we geleerd met elkaar een beetje verdraagzaam om te gaan – als er visies zijn, dan zijn ze tegengesteld, en als we ze werkelijk serieus zouden nemen, wordt het burgeroorlog. Je moet er trouwens niet aan denken dat Balkenende, Bos en Rouvoet in de zomervakantie samen een stuk met visie gaan schrijven. Of na de volgende verkiezingen premier Wilders en coalitiegenoten.

Ga maar na: we zijn niet eens in staat om onze Grondwet te voorzien van een preambule waar in staat waar het ons eigenlijk om gaat. Wat Fransen, Duitsers, Amerikanen en veel andere naties is gelukt, spelen wij niet klaar. Zelfs Thorbecke – toch niet de geringste onzer staatslieden – kwam niet verder dan „Wacht op onze daden”.

Visionaire teksten over de Nederlandse publieke zaak? En dat ieder jaar opnieuw ? Het is net zoiets als dopingvrij wielrennen: je kunt het wel willen maar het bestaat niet.

Prinsjesdag en publiciteit, oude vormen en moderne technieken – ze passen niet meer op elkaar. Je zou het afdoende kunnen regelen door voortijdige publiciteit strafbaar te stellen. Maar dat vinden we te streng en dus zullen we wel verdergaan met ontoereikende maatregelen.

Jan Vis is oud-hoogleraar staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en oud-senator (D66).